15 juni 2012

Populisme

door: Jan Litjens, redactie Open Forum



Een belangrijke reden, dat het populisme in de Nederlandse politiek zo is opgekomen is dat grote groepen burgers het gevoel hebben, dat zij door de overheid in de steek zijn gelaten. Veel mensen zijn erg ontevreden over het ‘naar de markt brengen’ van de dienstverlening door de overheid. Zij ondervinden dagelijks aan den lijve de gevolgen van die verzelfstandigingsoperaties. In de Volkskrant van 5 juni vatte Robert Giebels het onderzoek van de Eerste Kamer naar de gevolgen van de privatiseringsgolf als volgt samen: Overheid en politiek hebben geen idee van de effecten van privatisering. Onbekend is welk belang wordt gediend bij het overhevelen van overheidstaken naar de markt, wat het kost en oplevert en of daarmee een behoefte van de burger wordt vervuld.
Dagelijks zijn voormalige staatsbedrijven en overheidsdiensten in het nieuws. Ze gaan samen, reorganiseren of verkopen bedrijfsonderdelen aan het buitenland. Topsalarissen en bonussen zijn aan de orde van de dag. PostNL-topman Peter Bakker bijvoorbeeld, ontving 5,4 miljoen euro als vertrekpremie, terwijl tienduizenden postbodes op straat werden gezet.  De thuiszorg en de schoonmaakbranche zijn slachtoffer geworden van aanbestedingen en het dientengevolge werken onder de kostprijs leidt tot lage lonen, een hoge werkdruk en achteruit hollende kwaliteit. De financiële sector heeft Europa aan de rand van de afgrond gebracht.
Klantgerichtheid is vaak ver te zoeken. De prijzen zouden immers dalen, de kwaliteit stijgen en geprivatiseerde overheidsdiensten zouden maatwerk leveren. En bedrijven die dat niet doen zouden te maken krijgen met klanten, die makkelijk de weg vinden naar concurrenten.
Onder het ‘paarse’ kabinet van Kok (en niet te vergeten Wijers) is  begonnen met die privatisering. De PTT werd verzelfstandigd, net als het spoor en de bus, de energiebedrijven en de arbeidsvoorziening. Interessant, omdat daarvoor aan het eind van de 19e eeuw, tal van particuliere nutsbedrijven onder publiek toezicht werden gebracht. Dat gebeurde door de voorgangers van onze ‘paarse’ politici. Zij vonden toentertijd, dat diensten waarvan iedereen gebruik moest kunnen maken, betaalbaar moesten zijn en dat kon alleen als ze onder toezicht stonden van gekozen volksvertegenwoordigers. Dat gold toen dus voor de PTT, het openbaar vervoer en allerlei nutsbedrijven.
Tijdens ‘paars’ in het begin van deze eeuw,  dachten PvdA, VVD en D66 dat het voor iedereen beter was om die diensten weer ‘naar de markt te brengen’. Dat gebeurde met staatsbedrijven maar ook met dienstverlening zoals de thuiszorg. Wat bleek echter? De burger werd geconfronteerd met slecht functioneerde bedrijven, die voor de klanten zeker niet goedkoper zijn geworden. Om maar niet te spreken van een slechtere dienstverlening. Beter werd het alleen voor de beroepsbestuurders. Meestal zijn dat oud-politici, die zelf aan de wieg van de marktwerking stonden en hun loopbaan vervolgen als commissaris of toezichthouder van voormalige overheidsbedrijven.  Die oud-politici zien dan vaker hun kans schoon aan het einde van hun carrière met buitensporige beloningen hun zakken te vullen. Zonder die heilige marktwerking zouden de PVV en de SP nooit zo groot zijn geworden.


Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.