
12 juli 2026
16 september 2026 3 minuten lezen
Op 16 september 2026 hield ons nieuwe CDA-raadslid Deborah haar maidenspeech in de Eindhovense gemeenteraad. Ze vertelt open over haar jeugd in armoede in Woensel-West, haar strijd om die armoede bij haar te laten stoppen en haar angst voor de tandarts en de tandartsrekeningen. Vanuit die ervaring diende ze een motie in om de mondzorgregeling beter te laten aansluiten bij de Eindhovenaren die die hulp nodig hebben. "Pas als hulp niet alleen bestaat, maar ook echt mensen bereikt, hebben we het goed geregeld."
Voorzitter: Dat brengt ons bij vrije motie 5a, betreffende de mondzorgregeling voor Eindhovenaren die deze ondersteuning nodig hebben. De vrije motie zal worden ingediend door mevrouw Pruijmboom en het is ook haar maidenspeech.
Nog een keer.
Hier sta ik dan. Met mijn 1,47 meter kom ik net boven de spreekstoel uit. Net als veel andere dingen in mijn leven is het pad hier als nieuw raadslid niet vanzelfsprekend geweest. Ik had nog gedacht om net iets meer op mijn tenen te gaan staan. Dat is nu niet meer nodig. Om net iets meer gezien en gehoord te worden. Maar eigenlijk hoeft dat niet. Want gezien worden gaat niet over hoe groot je bent. Het gaat over of mensen naar je luisteren. Of er ruimte is voor je verhaal. Of iemand ziet wat er achter de eerste indruk schuilgaat.
Voor ons ligt de motie, samen ingediend met D66, PRO, EVE, het OuderenAppèl en op het laatst nog Partij voor de Dieren. Een motie over het verbeteren van de mondzorg. Een regeling die nog niet door alle inwoners die het nodig hebben gevonden wordt.
Mijn verhaal in Eindhoven begint in de Edisonstraat, in Woensel-West. Het Woensel-West van toen was een andere wijk dan het Woensel-West van nu. Een wijk vol armoede, criminaliteit en problemen die ook echt zichtbaar waren.
Mijn jeugd was roerig. Armoede, huiselijk geweld, acht verschillende basisscholen. En het gevoel dat ik niet gezien of gehoord werd. Van mbo 1 tot aan de universiteit heb ik gevochten om intergenerationele armoede in mijn gezin te laten stoppen bij mij.
En als kind was er bij mij weinig aandacht voor goede mondzorg. En vaak belandde ik pas bij de tandarts op het moment dat ik echt heel erg veel pijn had. En dus heb ik een hele grote angst ontwikkeld voor de tandarts. En later, als alleenstaande moeder met soms wel vijf bijbaantjes, terwijl ik aan het studeren was, had ik niet alleen schrik voor de tandarts, maar eigenlijk nog veel meer schrik voor de brieven die dan op de mat verschenen: de tandartsrekeningen.
En nu zal ik zelden lachen met een open mond. En dat is vrij kwetsbaar om te zeggen, maar ik geloof dat mijn superkracht het open zijn is.
Goede mondzorg gaat namelijk over veel meer dan alleen gezonde tanden. Het gaat ook over zonder schaamte kunnen lachen. Over met vertrouwen een sollicitatiegesprek ingaan. Over iemand aankijken wanneer je praat. Over jezelf durven laten zien.
Mijn eigen verleden heeft mij de drijfveer gegeven om een stem te zijn voor anderen die zich ongehoord voelen. En daarom sta ik hier vandaag. Met een groot vertrouwen in mensen, maar soms net iets minder vertrouwen in het systeem. Omdat ik weet dat wat op papier logisch lijkt, in het dagelijks leven heel anders kan uitpakken. Dat er een regeling kan bestaan, terwijl niemand weet dat die regeling er is. Dat hulp beschikbaar kan zijn, maar dat de route ernaartoe zo ingewikkeld is dat mensen afhaken. En dat het soms één persoon, één organisatie of één laagdrempelige plek is die het verschil maakt.
Die blik neem ik nu mee de raadzaal in.
Wat mooi dat de gemeente Eindhoven de zorgen van onze inwoners wel hoort omtrent mondzorg. En dat met inzet van mijn oud-collega Sanne Franssen en haar mede-indieners deze regeling tot stand is gekomen. Tegelijkertijd horen we dat de gemeentelijke regeling minder goed wordt gevonden en dat inwoners de aanvraag als ingewikkeld ervaren.
Daarnaast bestaat bij Steunpunt Materiële Hulpvragen het Thomas Tandartsfonds. Dat fonds wordt zo goed gevonden dat het beschikbare budget tijdelijk op is. Over succes gesproken. Dat verschil vindt het CDA interessant.
Deze motie vraagt niet om de gemeentelijke mondzorgregeling zomaar over te dragen aan het SMH. De vraag is juist onderzoekend. Het SMH beheert voor de gemeente nu al het gemeentelijke noodfonds en bereikt inwoners die hulp nodig hebben. En dat doen ze goed.
Daarom vragen we het college te onderzoeken of het SMH ook bij de mondzorgregeling een rol kan spelen. En als dat niet kan, hoe gemeente, SMH en andere organisaties, bijvoorbeeld Stichting Anders, er kunnen samenwerken. Want pas als hulp niet alleen bestaat, maar ook echt mensen bereikt, hebben we het goed geregeld.
Tot zover.
Voorzitter: Mevrouw Pruijmboom, namens de hele raad van harte gefeliciteerd met uw mooie maidenspeech. Een indrukwekkend verhaal. En natuurlijk veel succes in uw verdere raadswerk.
[applaus]

12 juli 2026

07 juli 2026