
02 september 2026
03 september 2026 1 minuten lezen
De Provinciale Statenfractie heeft schriftelijke vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten over de aangekondigde gewichtsbeperking op de Houtribdijk. Vanaf het najaar mag zwaar verkeer niet meer...

De Provinciale Statenfractie heeft schriftelijke vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten over de aangekondigde gewichtsbeperking op de Houtribdijk. Vanaf het najaar mag zwaar verkeer niet meer over de N307 tussen Enkhuizen en Lelystad. Rijkswaterstaat voert namelijk een maximale asdruk van 7,3 ton en een maximaal voertuiggewicht van 15 ton in. Vrachtwagens, touringcars en bouwmachines dreigen daarmee buiten de boot te vallen. Personenauto's, bestelbussen en hulpdiensten kunnen de dijk wel blijven gebruiken.
De maatregel komt voort uit de staat van de Houtribbruggen. Die liggen er ruim vijftig jaar en zijn aan vervanging toe. Bij inspecties eerder dit jaar werden nieuwe scheuren gevonden in de beweegbare bruggen bij de Houtribsluizen en ook het beton van de vaste bruggen blijkt verouderd. Wanneer er groot onderhoud of vervanging volgt, is echter nog onduidelijk.
Ondertussen moet het vrachtverkeer om via de A6 en A7, wat neerkomt op: via Amsterdam of over de Afsluitdijk. De provincie Flevoland rekent op 40 tot 90 minuten extra reistijd per rit, en dat tikt aan voor ondernemers in West-Friesland en de rest van de Noordkop die deze route dagelijks gebruiken. De extra kilometers leveren bovendien extra uitstoot op.
Veiligheid staat wat het CDA betreft voorop. Als de bruggen het zware verkeer niet meer dragen, dan moet er ingegrepen worden. Maar een beperking zonder zicht op herstel is iets anders dan een tijdelijke maatregel en daar zit de reden voor onze vragen.
De Houtribdijk is voor West-Friesland geen bijzaak, maar een dagelijkse route. Ondernemers kunnen zich aanpassen aan een omleiding, maar dan moeten ze wel weten hoelang die duurt. Die duidelijkheid is er nu niet, en daarom stellen wij deze vragen.
Simon Dijk
Duo-Statenlid
De N307 is grotendeels in beheer bij de provincie Flevoland en voor een kleiner deel bij de provincie Noord-Holland. Juist daarom vragen wij Gedeputeerde Staten hoe zij samen met Flevoland optrekt richting Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Verder willen we weten sinds wanneer GS op de hoogte is van de problemen, of de economische gevolgen in beeld zijn gebracht en of ondernemersverenigingen uit de regio zijn betrokken. Ook zijn wij benieuwd naar welke stappen Noord-Holland wil zetten om tot een oplossing te komen.