14 september 2026 2 minuten lezen

CDA stelt vra­gen over stik­stofaan­pak Noord-Hol­land

Nederland moet van het stikstofslot af. Het kabinet heeft daarvoor een pakket maatregelen aangekondigd, maar de uitwerking ligt voor een groot deel bij de provincies. Wat betekent dat voor Noord-Holland, en vooral: wat betekent het voor de boeren die hier binnen of naast een zone komen te liggen?

Die vraag bracht het CDA op de agenda van de commissie Ruimte. Gedeputeerde Staten stuurden kort voor de vergadering een brief met een eerste reactie, maar die liet veel open. Statenlid Dennis Heijnen legde het college daarom een reeks vragen voor, over de zonering, de gevolgen voor agrarische bedrijven, de vergunningverlening en het geld dat ervoor nodig is.

Hieronder leest u zijn volledige inbreng.

Voorzitter, 

Het CDA vindt het belangrijk dat de vergunningverlening snel op gang komt en Nederland van het stikstofslot gaat. De afgelopen jaren is hier op alle bestuurlijke niveaus te weinig tempo gemaakt. Wij steunen daarom het feit dat dit kabinet stappen zet, waardoor er weer perspectief en rechtszekerheid ontstaat en snelle en juridisch houdbare vergunningverlening op gang komt. Tegelijkertijd zien we ook terechte onrust in de agrarische sector. Wat gaan deze maatregelen nu precies betekenen in Noord-Holland, en dan met name voor de landbouw waar we zo trots op zijn? In de brief van het kabinet wordt veelvuldig naar de provincies verwezen voor de nadere uitwerking of een alternatieve provinciale invulling via maatwerk. Daar moet het antwoord vandaan komen.

Het is onze overtuiging dat er voldoende ruimte laat voor een sterke landbouw, een gezonde leefomgeving en een vitaal platteland in Noord-Holland. Dit alles mits goed uitgewerkt door de provincie door middel van maatwerk of provinciale alternatieven in een gebiedsgerichte aanpak, doelsturing en rechtszekerheid voor boeren. Zodat boeren kunnen blijven boeren. Wij willen graag weten of Noord-Holland er klaar voor is en de aanpak past in de gezamenlijke opgave. Wij danken GS voor de brief die zij kort voor de vergadering met ons deelde in antwoord op het agenderingsverzoek. De brief van GS gaf een eerste aanzet, maar was op onderdelen nog summier en procesmatig.

Programma Natuurherstel en stikstofvermindering

  • Wanneer kunnen Provinciale Staten het ontwerp van het Programma Natuurherstel en Stikstofvermindering tegemoetzien en op welke momenten worden PS tussentijds betrokken?
  • Welke concrete provinciale doelen worden gehanteerd per Natura 2000-gebied voor stikstofreductie, natuurherstel en vergunningverlening, en hoe worden deze meetbaar gemaakt? En wat zijn de gevolgen per gebied? Wanneer is daar meer over bekend?
  • GS geven aan te sturen op "aantoonbare resultaten". Welke indicatoren worden daarbij gebruikt en wanneer zijn de eerste resultaten zichtbaar?
  • Hoe werkt GS samen met gemeenten, die ook zicht hebben op mogelijke meekoppelkansen?

Vergunningverlening

  • GS schrijven dat de Kamerbrief perspectief biedt maar niet direct nieuwe vergunningsruimte creëert. Waarom is dat? Wanneer verwacht GS dat vergunningverlening voor woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkelingen daadwerkelijk kan worden verruimd?
  • Welke projecten in Noord-Holland hebben op dit moment de hoogste prioriteit zodra nieuwe vergunningruimte ontstaat?

Landbouw en perspectief voor boeren

  • GS noemt samenwerking met landbouwpartijen. Welke garanties kan GS bieden dat maatregelen primair gebaseerd blijven op vrijwilligheid? Kunt u bevestigen, zoals in de kabinetsbrief staat, dat in de gezoneerde gebieden het trappetje van Remkes en dus keuzevrijheid centraal staat? Hoe wordt voorkomen dat ondernemers langdurig in onzekerheid blijven over toekomstige bedrijfsvoering en vergunningverlening?
  • Wat betekenen de voorgestelde zones concreet voor agrarische ondernemers binnen 250, 500 of 1.000 meter van Natura 2000-gebieden?
  • Kan GS aangeven hoeveel agrarische bedrijven mogelijk geraakt worden door de voorgenomen zonering? En op welke manier?
  • Welke economische gevolgen verwacht GS voor boerenbedrijven binnen de aangewezen zones? Het CDA zoekt naar een duidelijke impactassessment.

Zonering

  • Waarom kiest Noord-Holland als uitgangspunt voor stikstofzones van 250 meter rond stikstofgevoelige habitats, terwijl het Rijk uitgaat van zones van 500 meter en in één geval 1.000 meter?
  • Op basis van welke ecologische onderbouwing acht GS een zone van 250 meter naar behoren effectief?
  • Wat gebeurt er als het Rijk uiteindelijk vasthoudt aan bredere zones dan Noord-Holland wenselijk acht?
  • Hoe worden grondeigenaren betrokken bij de uitwerking van gebiedsafspraken rondom zonering?

Financiën

  • Welke aanvullende middelen verwacht GS nog van het Rijk en welke risico's ontstaan wanneer deze uitblijven? Ofwel, welk deel van de totale aanpak komt voor rekening van de provincie Noord-Holland?

PAS-melders

  • Welke kansen ziet GS om de legalisatie van PAS-melders vóór 2028 te versnellen?

Juridische houdbaarheid

  • GS noemt juridische houdbaarheid als randvoorwaarde. Welke juridische risico's ziet GS nog in de huidige aanpak?
  • Wat gebeurt er met de Noord-Hollandse aanpak als de voorgenomen landelijke wetswijzigingen vertraging oplopen of juridisch stranden?

Lees
ver­der