
15 mei 2026
15 mei 2026 1 minuten lezen
De provincie moet in uitzonderlijke gevallen op verzoek van een gemeente toestaan dat een grote detailhandelsvestiging wordt verplaatst naar een kleine(re) kern als geen ruimte gevonden kan worden in of aansluitend aan het kernwinkelgebied.
Dat is de strekking van een amendement op de Omgevingsverordening dat door Provinciale Staten met algemene stemmen is aangenomen. Het CDA nam het initiatief, elf fracties dienden het amendement mee in.
‘Als CDA vinden wij het subsidiariteitsbeginsel een belangrijk goed. Dat gaat ervanuit dat waar besluiten van onderop, dus lokaal, genomen kunnen worden, je dit ook vooral moet doen’, zegt Statenlid Sanne Winkels. ‘We hebben uiteindelijk op verzoek van Gedeputeerde Staten een aanpassing moeten doorvoeren die we liever achterwege hadden gelaten. Waar we in ons originele voorstel de besluitvorming ook écht bij de gemeente wilden laten, gaf gedeputeerde Erwin Hoogland duidelijk aan waarom de provincie een rol heeft in de besluitvorming.’
Hoogland wees er op dat Provinciale Staten in 2021 nog had aangedrongen een strenger toezicht om leegloop van kernwinkelgebieden tegen te gaan. ‘Wie maakt de afweging dat het hier wel kan en daar niet. Het kan een negatief effect hebben op buurgemeenten. Vanuit provinciaal belang kunnen wij een afweging maken, als een soort van scheidsrechter.’
Winkels ‘Onze voorkeur blijft dat gemeenten zelf bepalen of ze dit toestaan. We begrijpen echter ook wel waarom de provincie een vinger aan de pols blijft houden. Maar we blijven er scherp op. Als gemeenten vastlopen, dan zullen we daar zeker op terugkomen.’