Landbouw en Natuur

16 mei 2026 1 minuten lezen

CDA wil meer flexi­bi­li­teit bij maat­re­ge­len Natu­ra 2000-gebie­den

Met de nodige zorg kijkt het CDA naar de toekomst van het landelijk gebied in Overijssel, zegt Statenlid Klaas de Lange. 

De door Provinciale Staten aangenomen Omgevingsvisie is een belangrijk document, waarmee de provincie op hoofdlijnen aangeeft wat mag en wat kan in een gebied. ‘Voor de generieke gebieden houdt dat in dat we daar de landbouw de ruimte geven. Daar vindt de voedselproductie in onze provincie hoofdzakelijk plaats en geldt een ‘nee, tenzij’ voor andere ontwikkelingen.’ 

Als CDA zijn we niet echt gelukkig met deze opzet. Door gebieden exclusief te bestemmen voor landbouw, moeten er meer ontwikkelingen komen in andere gebieden. Wat dan weer ten koste gaat van de agrariërs in die specifieke gebieden. Voor hen is het beter om meer ruimte te geven voor initiatieven in de generieke gebieden. 

Het CDA was een van ondertekenaars van een amendement op initiatief van Volt waarmee dit ‘nee, tenzij’ duidelijker is omschreven. Uitbreiding van de groenblauwe dooradering (hagen, houtwallen en beken) en agrarische natuur in de generieke gebieden blijft mogelijk, mits de functie landbouw niet verandert.

De specifieke Natura 2000-gebieden worden extreem zwaar belast, stelt De Lange vast.  ‘We hebben de Kop van Overijssel, met het grootste Natura 2000-gebied, en Twente, met ontzettend veel kleine Natura 2000-gebieden. Die gebieden hebben we in de ontwikkelopgave proberen te versterken, maar er zijn op veel plekken toch extra externe maatregelen nodig.’ 

Het CDA wil meer flexibiliteit bij het invullen van de opgaven voor deze gebieden. ‘We moeten ervoor zorgen dat aan de keukentafel, samen met mensen in deze gebieden, de juiste keuzes gemaakt worden, zodat ook deze boeren verder kunnen en er perspectief voor ze blijft. Initiatief van onderop betekent ook dat op sommige plekken keuzes anders kunnen uitvallen dan wat nu – op papier – voor de hand ligt.’

Lees
ver­der