
10 juli 2026
10 juli 2026 4 minuten lezen
Als CDA-fractie vinden we het belangrijk om gezien de recente ontwikkelingen in het kernenergiedossier vandaag de zorgen vanuit Zeeland, in het bijzonder van in en rondom de Paulinapolder, te adresseren. Ook als voorstanders van meer kernenergie in Zeeland, begrijpen wij goed hoe bewoners van de Paulinapolder hierin staan.
Een dergelijk groot project in je achtertuin heeft immers forse impact. Goed dus dat gedeputeerden allemaal veel aandacht hebben voor de inwoners. We horen ook dat de omgevingsmanagers goed werk doen. En ondanks dat goede werk kun je als inwoners toch tegen een bepaald Rijksbesluit zijn.
Volgens de CDA-fractie is het belangrijk om vandaag een gezamenlijke boodschap aan Den Haag te brengen: geef duidelijkheid en áls de keuze op Terneuzen valt, draag er dan zorg voor dat er zo min mogelijk landbouwgrond verloren gaat. Daarom zijn wij mede-indiener van deze motie.
Als CDA-fractie zijn we voorstander van meer kernenergie in de energiemix en dus ook van nieuwe kerncentrales in Zeeland, maar wel onder Zeeuwse Voorwaarden. Wij zien nog steeds volop kansen van meer kerncentrales in Zeeland: het verder uitbouwen van een nucleair kennis- en innovatiecluster, kansen voor ons bedrijfsleven, voor de verduurzaming van onze bestaande industrie, voor werkgelegenheid en natuurlijk een goed Rijk-regiopakket.
We hopen bovendien dat het Rijk ook serieus wilt kijken naar andere opties dan twee conventionele kerncentrales op één locatie. Mijn fractievoorzitter benoemde eerder al de optie van één kerncentrale op de Mosselbanken en één in Borssele. Daarmee worden volgens ons veel bezwaren ondervangen, onder meer omdat dan niet of nauwelijks landbouwgrond nodig is.
Als het Rijk het voorlopig houdt bij één nieuwe conventionele kerncentrale, dan komt wat ons betreft Borssele weer nadrukkelijk in beeld en ten slotte maakt de razendsnelle ontwikkelingen van SMR's dat dit spoor om meer kernenergie te krijgen in Nederland, wellicht wel het snelste concrete resultaten zou kunnen opleveren. We zien die eerste SMR ook graag naar Zeeland komen! Mooi dat de motie die opties dus ook benoemd en we gaan na het zomerreces graag verder het debat over het kernenergiedossier aan.
Provinciale Staten, in vergadering bijeen op 10 juli 2026,
Constaterende dat:
• de locatie Terneuzen (Mosselbanken/Paulinapolder) en Groningen in beeld zijn als mogelijke locatie voor twee nieuwe conventionele kerncentrales;
• de locatie Borssele in de studies definitief is afgevallen voor de bouw van 1 of 2 centrales;
• het kabinet twee varianten in beeld heeft gebracht voor de locatie Terneuzen: industriegebied De Mosselbanken en de landbouwgronden van de Paulinapolder;
• in het Zeeuwse voorwaardenpakket 2.0 een harde voorwaarde is gesteld dat bij de locatiekeuze zoveel mogelijk gekeken moet worden naar gronden met industrie als bestemming;
• de Tweede Kamer eenzelfde standpunt heeft ingenomen bij motie 165 (lid Flach);
• de Paulinapolder in hoofdzaak een agrarisch poldergebied is, met grote betekenis voor landbouw, zoetwater, landschap, leefbaarheid en de Zeeuws-Vlaamse identiteit;
• de Mosselbanken in tegenstelling tot de Paulinapolder wel bestemming industrie heeft;
• uit de Tennet-analyses rond netinpassing blijkt dat twee grote kerncentrales in Zeeland een zeer forse opgave vragen voor hoogspanningsinfrastructuur, stations, transportcapaciteit en ruimtelijke inpassing;
• de politieke context per locatie meegenomen wordt in de voorkeursbeslissing;
• op 1000 hectare landbouwgrond voorkeursrecht is gevestigd, met een eerste looptijd van drie jaar die kan uitlopen tot wel 16 jaar;
• de footprint van een kerncentrale 60 hectare is en voor een werkterrein maximaal 80 hectare.
Overwegende dat:
• Tennet aangeeft dat er grote problemen ontstaan op de locatie Terneuzen om stroom af te voeren;
• Zeeland bereid is verantwoordelijkheid te nemen voor de nationale energievoorziening, maar daar harde en duidelijke provinciale voorwaarden toe heeft gesteld;
• er in de omgeving van Terneuzen grote zorgen zijn ontstaan mede door het voorkeursrecht over de gevolgen voor bewoners, ondernemers, landbouw, landschap, bereikbaarheid en de verdere industrialisatie van Zeeuws-Vlaanderen;
• Zeeland behoefte heeft aan duidelijkheid, zeker omdat het voorkeursrecht veel pijn doet en minder hectares nodig zijn dan nu onder voorkeursrecht ligt.
Spreken uit dat:
• het vestigen van voorkeursrecht op 1000 hectare landbouwgrond in tegenspraak is met de Zeeuwse voorwaarden en uitspraken van de Tweede Kamer;
• communicatie hierover uiterst zorgvuldig moet plaatsvinden, waarbij zoveel hectare onder voorkeursrecht plaatsen een onaangename verrassing was voor eigenaren en overheden;
• de brief van het kabinet d.d. 19 juni en de inhoud van het commissiedebat op 2 juli jl. nieuwe richtingen bevat die maken dat de Zeeuwse politiek ook opnieuw positie in moet nemen;
• om die reden de oproep wordt gedaan om landbouwgronden te sparen en primair te kijken naar gronden met industrie als bestemming, zoals Provinciale Staten in haar eerdere voorwaarden kenbaar heeft gemaakt. Ook de Tweede Kamer heeft hiertoe opgeroepen in de motie van het lid Flach;
• de recente Studie Systeemintegratie Elektriciteit Zeeland veel kansen ziet voor vraagontwikkeling, niet zijnde grootschalige energievragers zoals datacenters, en vooral gekeken moet worden naar autonome groei van de vraag voor verduurzaming van de huidige industrie in de Kanaalzone tot 2050;
• het kabinet op korte termijn duidelijkheid moet geven hoe er snel een einde gemaakt wordt aan de ondraaglijke onzekerheid voor mensen en bedrijven in het gebied Paulinapolder/Mosselbanken en tevens duidelijkheid biedt over de voorlopige keuze, inclusief het proces om concrete stappen te zetten bij het traject van de voorwaarden uit Zeeland;
• naar aanleiding van de brief van het kabinet en het Kamerdebat andere scenario’s zijn ontstaan, bijvoorbeeld de bouw van 1 kerncentrale in Zeeland, met voorkeur voor Borssele, of 2 centrales verspreid over Borssele en Mosselbanken, of alleen SMR’s, en dat vanuit die nieuwe scenario’s Zeeland opnieuw positie moet bepalen;
• na het zomerreces met Gedeputeerde Staten een debat wordt gevoerd over de nieuwe positiebepaling, gelet op deze nieuwe informatie.
En gaan over tot de orde van de dag.
BBB SGP VVD CDA
Berend Boone Harold van de Velde Marianne Reinders-Stijnman Jeffrey Oudeman
PvZ JA21 FvD
François Babijn Gert Heijkoop Martin Bos

10 juli 2026
10 juli 2026

04 juli 2026