10 juli 2026
10 juli 2026 7 minuten lezen
Wandtapijten, stikstof en impuls
Het CDA heeft samen met diverse mede-indieners een drietal moties ingediend tijdens de Statenvergadering van vrijdag 10 juli: over het aanvragen van de UNESCO-status voor de Zeeuwse wandtapijten, geen generieke grenzen voor stikstof en een impuls voor Zeeland door middel van investeringsfondsen.

Motie: Geen generieke grenzen
Met deze motie roept CDA Zeeland, samen met SGP en JA21, het college op om zich in Den Haag hard te maken voor een gebiedsgerichte aanpak van het stikstofbeleid. De partijen vinden dat generieke bufferzones en een landelijke norm voor grondgebondenheid onvoldoende recht doen aan de Zeeuwse situatie. Bufferzones zouden alleen moeten gelden waar daar een duidelijke ecologische onderbouwing voor is, en niet automatisch rondom alle Natura 2000-gebieden. Daarnaast vragen zij om de landelijke gve-norm niet op Zeeland van toepassing te laten zijn. Zo willen de indieners natuurherstel combineren met ruimte voor landbouw, woningbouw en economische ontwikkeling.
Motie Geen generieke grenzen
Provinciale Staten van Zeeland, in vergadering bijeen op 10 juli 2026,
Constaterende dat:
- het kabinet op 26 juni 2026 een nieuw stikstofpakket heeft gepresenteerd om natuurherstel en vergunningverlening weer op gang te brengen[1];
- onderdeel van dit pakket het instellen is van bufferzones van 500 meter rond circa 85 Natura 2000-gebieden en bufferzones van 1.000 meter rond vijftien prioritaire gebieden[2];
- provincies de komende maanden met het Rijk in overleg treden over de definitieve begrenzing van deze zones;
- voor melkveehouders vanaf 2035 een grondgebondenheidsnorm van maximaal 2,6 grootvee-eenheden (gve) per hectare geldt, wat onuitvoerbaar is in Zeeland[3][4];
- de provincie Fryslân inmiddels in een brief aan Provinciale Staten heeft aangegeven dat voor een groot aantal voorgestelde bufferzones geen ecologische noodzaak bestaat en heeft opgeroepen het aantal zones aanzienlijk te beperken en uit te gaan van gebiedsgericht maatwerk[5][6][7].
Overwegende dat:
- Zeeland eveneens gebaat is bij een gebiedsgerichte aanpak waarin natuurherstel, vergunningverlening, landbouw, woningbouw en economische ontwikkeling met elkaar in balans worden gebracht;
- bufferzones zonder gebiedsspecifieke ecologische onderbouwing kunnen leiden tot beperkingen voor agrarische ondernemers, woningbouw en maatschappelijke ontwikkelingen;
- maatwerk beter aansluit bij de Zeeuwse situatie en recht doet aan de verschillen tussen Natura 2000-gebieden maar ook agrarische ondernemers.
Verzoekt het College van Gedeputeerde Staten:
- in het derde kwartaal van dit jaar in overleg te treden met de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en in te zetten op een gebiedsgerichte benadering van stikstofzones, afgestemd op de Zeeuwse situatie;
- daarbij kritisch te kijken naar de noodzaak van voorgestelde bufferzones en uitsluitend bufferzones te ondersteunen waarvoor een deugdelijke ecologische onderbouwing aanwezig is;
- zich ervoor in te zetten dat bufferzones uitsluitend worden toegepast rondom de gebieden Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren, vanwege de ecologische relevantie in die gebieden, en dat in de overige vijf in de brief genoemde gebieden geen bufferzones worden gehanteerd;
- zich ervoor in te zetten dan een generieke gve-norm niet voor Zeeland zal gelden;
- Provinciale Staten over de uitkomsten van dit overleg uiterlijk in het derde kwartaal van dit jaar te informeren.
En gaan over tot de orde van de dag,
Cas Vesseur Gert Heijkoop
Hannie Kool-Blokland JA21
CDA Zeeland
Motie: Zeeuwse wandtapijten op weg naar UNESCO-erkenning
Met deze breed gesteunde motie vragen Provinciale Staten het college om te onderzoeken of de unieke Zeeuwse wandtapijten kunnen worden voorgedragen voor de UNESCO-Werelderfgoedlijst. De wandtapijten zijn van grote cultuurhistorische en internationale waarde en vertellen het verhaal van de Zeeuwse maritieme geschiedenis. De motie verzoekt de provincie om samen met het Zeeuws Museum en landelijke partners een aanvraagtraject te starten en Provinciale Staten begin 2027 te informeren over de mogelijkheden en het vervolg.
Motie Zeeuwse wandtapijten op weg naar UNESCO-erkenning
Provinciale Staten van Zeeland, in vergadering bijeen op 10 juli 2026,
Constaterende dat:
- de zes Zeeuwse wandtapijten eigendom zijn van de Provincie Zeeland en worden beheerd en tentoongesteld door het Zeeuws Museum;
- de wandtapijten in opdracht van de Staten van Zeeland 1593 en 1604 zijn vervaardigd en al eeuwenlang verbonden zijn met de Abdij van Middelburg;
- de wandtapijten de zeeslagen uit de Tachtigjarige Oorlog verbeelden en wereldwijd de enige complete serie monumentale wandtapijten vormen die de maritieme geschiedenis op deze wijze uitbeeldt[1];
- de wandtapijten van uitzonderlijke cultuurhistorische, artistieke en historische waarde zijn voor Zeeland, Nederland en de internationale maritieme geschiedenis[2].
Overwegende dat:
- UNESCO-erkenning van cultureel erfgoed bijdraagt aan de internationale zichtbaarheid, bescherming en waardering van uniek erfgoed[3];
- de Provincie Zeeland als eigenaar een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor het behoud en de internationale positionering van deze unieke collectie;
- een mogelijke voordracht voor UNESCO-erkenning past binnen de ambitie om het Zeeuwse cultureel erfgoed nationaal en internationaal beter onder de aandacht te brengen;
- een aanvraag een zorgvuldig traject vergt, waarbij samenwerking met het Zeeuws Museum, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap noodzakelijk is.
Verzoekt het College van Gedeputeerde Staten:
- het initiatief te nemen om samen met het Zeeuws Museum en de relevante nationale partners een aanvraagtraject voor UNESCO-werelderfgoed in gang te zetten;
- Provinciale Staten uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek, het voorgenomen vervolgtraject en de daarvoor benodigde inzet.
En gaan over tot de orde van de dag,
Hannie Kool-Blokland Puck Halkes Carolien Bierens
Jeffrey Oudeman VVD BBB
CDA
Ay Ling van der Spek – Thung Wouter Versluijs India Zandman
PvdA – GroenLinks D66 PVV
Motie: Een ZEH-impuls voor Zeeland met Zeeuwse investeringsfondsen
Met deze motie vragen Provinciale Staten om de opbrengsten uit het toekomstige ZEH-dividend slim en toekomstgericht in te zetten voor de Zeeuwse economie. De indieners willen dat een deel van deze middelen wordt gebruikt voor nieuwe en versterkte investeringsfondsen, waarmee innovatie, het Zeeuwse MKB en snelgroeiende bedrijven kunnen worden ondersteund. Zo kan Zeeland langjarig investeren in economische groei, ondernemerschap en een sterke toekomstbestendige economie. Het college wordt gevraagd hiervoor concrete voorstellen uit te werken richting de begroting 2027 en de Investeringsagenda.
Motie Een ZEH-impuls voor Zeeland met Zeeuwse investeringsfondsen
Provinciale Staten van Zeeland, in vergadering bijeen op vrijdag 10 juli 2026,
Constaterende dat:
- Impuls Zeeland met Vroege Fase Financiering (VFF), Innogo! en het Zeeuws Participatiefonds actieve investeringsfondsen heeft in de fases proof of concept, pre-seed, start/seed en/of vroege groei;
- Zeeland achterblijft zowel qua investeringen in startups als in het aantal snelgroeiende bedrijven[1][2];
- Binnen afzienbare termijn de verkoop van de kerncentrale aan het Rijk is te verwachten, waarna de Provincie Zeeland, als 50% aandeelhouder van de Zeeuwse Energiehoudermaatschappij (ZEH), een (super)dividend van naar verwachting enkele honderden miljoenen euro’s tegemoet kan zien;
- Dit feitelijk het moment voor de Provincie Zeeland is waarop zij, in navolging van andere provincies, haar ‘energiegelden’ ontvangt door nagenoeg volledige verkoop van de hieraan gerelateerde activiteiten;
- Bij verschillende provincies ‘lessons learned’ zijn rondom de kansen en risico’s in de (structurele) besteding van deze middelen;
- De Provincie Zeeland in 2024 €239,5 miljoen, in 2025 €67,5 miljoen en in 2026 €74 miljoen aan ZEH-dividend heeft ontvangen;
- Vanuit het vastgestelde afwegingskader op 80% van deze gelden structureel rendement moet worden behaald onder meer vanuit revolverende fondsen wat tot op heden in beperkte mate is gelukt;
- De Zeeuwse overheden met het Rijk in het kader van Zeeland 2050 in gesprek zijn over eerst een gezamenlijke Strategische Agenda en daaropvolgend een gezamenlijke Investeringsagenda;
- Verschillende rapporten laten zien dat tot 2035 tussen de €151-€187 miljard extra investeringen – voor Zeeland gaat het dus zeker om enkele miljarden – nodig zijn om de benodigde economische groei (van minimaal 1,5% tot 2% per jaar) te realiseren om daarmee ons huidige welvaartsniveau te kunnen behouden.
Overwegende dat:
- Venture Capital (VC), ofwel durfkapitaal, jonge bedrijven in staat stelt te investeren in innovatie, commercialisering en talent, waardoor ze sneller groeien dan met traditionele financiering. Daarnaast durfkapitaal positief correleert met investeringen in infrastructuur en regionale economische groei;[3]
- Privaat durfkapitaal in Zeeland nagenoeg afwezig is, waarmee Impuls Zeeland in principe de enige actieve verstrekker is van durfkapitaal in Zeeland;
- Het Zeeuwse Participatiefonds uitgeput raakt;
- Impuls Zeeland graag – evenals andere regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) – tot €5 miljoen (i.p.v. €2,5 miljoen) per bedrijf wil kunnen investeren om het huidige ongelijke speelveld tussen de ROM’s op te heffen;
- Impuls Zeeland graag fund-to-fund wil investeren in private VC-bedrijven om zo meer VC-gelden in Zeeland te laten landen;
- Impuls Zeeland constateert dat de omvang van de huidige investeringsfondsen idealiter met €86 miljoen toe dienen te nemen;
- Daarnaast behoefte is aan nieuwe fondsen gericht op het doorontwikkelen en laten doorgroeien van het innovatieve Zeeuwse MKB (bijvoorbeeld een MKB plus fonds) en gebiedsgebonden economische ontwikkeling (bijvoorbeeld een Perspectieffonds);
- Het te verwachten (super)dividend een kans biedt om Zeeland langjarig, mogelijk zelfs decennialang, te versterken door de ZEH-gelden geoormerkt in te zetten passend bij het afwegingskader rondom het ZEH-dividend.
Spreken uit dat:
- Het te verwachten (super)dividend onder andere herkenbaar ingezet dient te worden voor één of meerdere nieuwe, in beginsel revolverende, fondsen, gericht op economische structuurversterking en het Zeeuwse MKB met balans in financieel en maatschappelijk rendement.
Verzoekt het College van Gedeputeerde Staten:
- Provinciale Staten uiterlijk bij de Begroting 2027 en/of Najaarsnota 2026 een analyse met uitgewerkt voorstel te doen toekomen over de opbouw en resultaten van de huidige investeringsfondsen van Impuls Zeeland en hoe deze te versterken.
- Uiterlijk bij de Investeringsagenda, in samenspraak met in elk geval Impuls Zeeland, te komen met een voorstel met meerdere opties voor één of meerdere herkenbare nieuwe, in beginsel revolverende, fondsen gericht op economische structuurversterking en het Zeeuwse MKB.
- In deze voorstellen de conclusies en kansen als ‘lessons learned’ vanuit andere provincies te betrekken door deze zichtbaar voor Provinciale Staten te verwerken.
En gaan over tot de orde van de dag,
Jeffrey Oudeman Wim Kok Marianne Reinders-Stijnman
Hannie Kool-Blokland SGP VVD
CDA
Berend Boone Gert Heijkoop Patrick van der Hoeff
BBB JA21 PVV
