10 juli 2026
10 juli 2026 2 minuten lezen
De reiziger centraal
Tijdens de Statenvergadering van vrijdag 10 juli voerde Statenlid Maarten Janssens het woord over het tarievenkader voor het openbaar vervoer. "Voor het CDA staat de reiziger centraal."
Laat ik beginnen met een compliment. Dank aan de gedeputeerde, maar zeker ook aan de ambtenaren en alle anderen die hier de afgelopen periode veel werk in hebben gestoken. Achter een tarievenkader van veertien pagina's gaat een enorme hoeveelheid denkwerk, overleg en afstemming schuil. Dat verdient waardering.
In de commissie zei de gedeputeerde iets dat ons is bijgebleven. Hij gaf aan dat hij inmiddels ook zelf heeft ervaren hoe ingewikkeld een gemeenschappelijke regeling soms kan zijn. Dat zal voor niemand in deze zaal een verrassing zijn. Als provincie én dertien gemeenten gezamenlijk optrekken, rijdt de besluitvorming nu eenmaal niet altijd over een vrije busbaan. Soms moet er onderweg even worden gewacht voordat iedereen bij dezelfde halte is aangekomen.
Maar juist daarom is het mooi dat er nu een kader ligt waarmee gezamenlijk richting wordt gegeven aan het publiek vervoer in Zeeland.
Voor het CDA staat de reiziger centraal. Daarom zijn wij verheugd dat in de commissie is bevestigd dat ook voor de Wmo-reiziger een eenvoudig en betaalbaar systeem ontstaat, met zelfs ruimere mogelijkheden dan nu. Dat is winst voor mensen die dagelijks afhankelijk zijn van goed vervoer.
Tegelijkertijd wil het CDA nog één punt nadrukkelijk meegeven.
Het systeem heet Flex. Dat is een mooie naam. Maar juist op één onderdeel hebben inwoners behoefte aan zo min mogelijk flexibiliteit, en zoveel mogelijk zekerheid.
Mensen maken keuzes voor de lange termijn. Zij vragen zich af: houd ik een tweede auto aan? Schaf ik misschien helemaal geen auto meer aan? Kan ik vertrouwen op het openbaar vervoer en de Flex?
Die afweging hangt mede af van de spelregels van de zogenoemde fair use policy. In de commissie hebben wij daar aandacht voor gevraagd. Wij begrijpen dat die pas bij het tarievenplan in het najaar wordt uitgewerkt, maar juist die duidelijkheid is voor inwoners belangrijk om weloverwogen keuzes te kunnen maken. Wij kijken dan ook met belangstelling uit naar die uitwerking. Het tarievenkader noemt die fair use policy immers expliciet als instrument om zo nodig bij te sturen.
Tot slot is het CDA verheugd dat wordt onderzocht of een aantrekkelijk reisproduct voor jongvolwassenen tot 25 jaar kan worden ingevoerd. Dat sluit naadloos aan bij onze, door Provinciale Staten unaniem aangenomen, motie 'Liefde voor Zeeland'. Jongeren die hier wonen, studeren en werken, moeten zich ook betaalbaar door Zeeland kunnen blijven verplaatsen.
Voorzitter, het CDA ziet dit tarievenkader als een belangrijk vertrekpunt. Maar uiteindelijk beoordeelt de reiziger niet het kader, maar de rekening. Daarom zien wij uit naar het tarievenplan in het najaar. Wij hopen daarin terug te zien dat betaalbaarheid, eenvoud én voorspelbaarheid daadwerkelijk samen op reis gaan.


