
20 april 2026
17 april 2026 5 minuten lezen
Als het Rijk beslist om twee nieuwe, grote (conventionele, generatie 3+) kerncentrales te gaan bouwen in Zeeland, dan moeten we ervoor zorgen dat we de lasten daarvan voor Zeeland minimaliseren en de lusten voor Zeeland maximaliseren. Dat is, vanaf het moment dat het kabinet-Rutte IV in december 2021 de ambitie om twee nieuwe kerncentrales te gaan bouwen in het regeerakkoord vastlegde, steeds de inzet geweest van de CDA-Statenfractie. Vanuit dat perspectief hebben we begin 2024 besloten over het Zeeuwse Voorwaardenpakket 1.0, en met diezelfde blik hebben we gekeken naar het Voorwaardenpakket 2.0.
De rapporten over het consultatietraject ‘Zeeland aan Zet’, het Supply Chain-onderzoek en het Lokaal Impact Rapport (zie de links onderaan dit artikel) geven extra handvatten om het gewenste resultaat te bereiken. Als CDA-fractie onderschrijven we dan ook volledig wat in het Statenvoorstel staat: “Het voorwaardenpakket moet ervoor zorgen dat Zeeland niet uitsluitend locatie is van een nationaal project, maar daadwerkelijk profiteert van de kansen die deze ontwikkeling biedt.”

Veiligheid en gezondheid
In de commissievergadering heb ik namens de CDA-fractie uitgebreid stilgestaan bij veiligheid, want net als voor vele Zeeuwen is dat voor ons dé ultieme voorwaarde. In het rapport ‘Zeeland aan Zet’ lezen we dat veel mensen zich nog niet vanzelfsprekend gerust voelen. Het advies aan de provincie is: sla een brug tussen beleving en beleid als het gaat om veiligheid, laat zien wat er geregeld is, wees eerlijk over wat onzeker blijft en neem mensen daarin mee.
Aan het College hebben we gevraagd hoe zij tegen dit advies aankijken en op welke manier het College voor zich ziet dat we die brug concreet slaan: Hoe houden we de Zeeuwen blijvend en eerlijk geïnformeerd, en hoe betrekken we hen in de vervolgstappen?
Het is goed dat in het Statenvoorstel onder de harde voorwaarden – deze voorwaarden zijn randvoorwaardelijk voor verdere besluitvorming – wordt begonnen met de punten over veiligheid en gezondheid. De Zeeuwen kunnen erop vertrouwen dat Provinciale Staten het voldoen aan deze voorwaarden nauwgezet zullen volgen. We zijn als CDA ook positief over de passage in het Statenvoorstel dat de betrokken veiligheidsinstanties worden versterkt en dat wij als provincie willen dat het Rijk hiervoor de benodigde middelen ter beschikking stelt. Eerder hebben wij de positie en extra kosten van onder meer de Veiligheidsregio al onder de aandacht gebracht; wij zijn blij dat dit nu expliciet is opgenomen.
Ruimtelijke inpassing, koeltorens, kabeltracés en zoetwater
Over de ruimtelijke inpassing zijn in het Voorwaardenpakket 2.0 belangrijke stappen gezet. Eén daarvan is voor ons een absolute randvoorwaarde: geen koeltorens. Dat was en is een ‘no go’ voor de CDA-fractie. Dat in het Voorwaardenpakket 2.0 als harde voorwaarde staat dat koeltorens zijn uitgesloten, heeft dan ook onze volle steun.
Daarnaast is het goed dat er in het Statenvoorstel als harde voorwaarde wordt gesteld dat er nu en in de toekomst geen nieuwe bovengrondse kabeltracés komen door de Zak van Zuid-Beveland en de regio Kapelle-Reimerswaal. Ook een alternatief kabeltracé met een bovengrondse kruising van de Oosterschelde en/of aansluitend een bovengronds kabeltracé over Tholen of Schouwen-Duiveland accepteren we niet. Zeeuws-Vlaanderen wordt in dat verband weliswaar niet concreet benoemd, maar na realisatie van de 380 kV-verbinding naar Zeeuws-Vlaanderen – die er sowieso gaat komen – zal er voldoende transportcapaciteit op het hoogspanningsnet zijn voor nieuwe kerncentrales. Daarmee is een nieuw bovengronds kabeltracé in Zeeuws-Vlaanderen dus niet nodig voor nieuwe kerncentrales.
Zoetwater is van levensbelang voor Zeeland – met name voor landbouw, natuur, recreatie en industrie. Als CDA zetten wij ons al jaren in voor het verbeteren van de zoetwaterbeschikbaarheid. Daarom hebben we het amendement van de BBB voor structurele investeringen in zoetwaterbeschikbaarheid voor de genoemde sectoren mede ingediend.
Kennis-, opleidings- en innovatiecluster: Nuclear Delta
In elk kernenergiedebat hamert de CDA-fractie op de kansen voor het uitbouwen van het nucleaire kennis-, opleidings- en innovatiecluster in Zeeland, ofwel Zeeland als Nuclear Delta. Met onder meer de huidige kerncentrale, COVRA en EPZ beschikken we immers al over een voor Nederland uniek nucleair (praktijk)cluster. De afgelopen jaren zijn er bovendien al goede, nieuwe stappen gezet, zoals de nucleaire minor aan de HZ en het keuzedeel Nucleaire Technologie bij Scalda.
Als CDA zijn we er echter van overtuigd dat er nog veel meer mogelijk is en ons recente werkbezoek aan de HZ heeft dat bevestigd. Juist als we in Zeeland unieke faciliteiten creëren, zoals geavanceerde nucleaire simulatoren, worden we extra interessant voor studenten, voor instellingen als de TU Delft en de Universiteit Gent, en voor (innovatieve) nucleaire bedrijven, zoals Allseas en Thorizon. In het rapport over de Nuclear Supply Chain wordt onder meer hiervoor een publiek-privaat samenwerkingsverband voorgesteld: het Nuclear Delta Platform. Als CDA zien we dit als een gouden kans voor Zeeland!
Economische kansen voor het Zeeuwse bedrijfsleven
Een andere grote kans ligt bij het Zeeuwse bedrijfsleven. In het Supply Chain-rapport is voor het eerst een schatting gemaakt van het economische potentieel voor Zeeuwse bedrijven. Tijdens de bouwfase wordt het directe economische potentieel geschat op 3,1 tot 4,6 miljard euro, met nog eens ongeveer 1 miljard euro aan indirect economisch potentieel. Er zijn 130 Zeeuwse bedrijven in kaart gebracht die mogelijk kunnen toeleveren aan nucleaire projecten.
Om het geschetste economische potentieel daadwerkelijk te realiseren, zullen zowel Zeeuwse overheden als het Zeeuwse bedrijfsleven stevig aan de bak moeten. Naast de oprichting van het Nuclear Delta Platform zien we al CDA-fractie kansen voor gerichte ondersteuningsprogramma’s, bijvoorbeeld via Impuls Zeeland, voor Zeeuwse bedrijven om zich tijdig te kunnen certificeren en klaar te maken voor nucleaire opdrachten.
Daarnaast vinden wij het vanzelfsprekend dat staatbedrijf NEO NL (Nucleaire Energie Organisatie Nederland), het staatsbedrijf dat verantwoordelijk is voor de voorbereiding, bouw en exploitatie van twee nieuwe kerncentrales in Nederland, zich op zijn minst ook in Zeeland vestigt als de nieuwbouw van de kerncentrales in Zeeland plaats gaat vinden.
Wonen en regionaal huisvestingsprogramma
De bouw van twee grote kerncentrales vraagt om veel (tijdelijk) bouwpersoneel, dat woonruimte nodig heeft. Dat brengt risico’s met zich mee, maar ook kansen. In het Statenvoorstel wordt gesproken over een regionaal huisvestingsprogramma. Als CDA zien we kansen om tijdelijke huisvesting na de bouw om te zetten in permanente, betaalbare woningen voor starters en voor arbeidsmigranten. Daarom hebben we het College gevraagd tijdig met Zeeuwse gemeenten hierop te anticiperen.
SMR’s en nieuwe nucleaire ontwikkelingen
Ontwikkelingen op het gebied van kleine modulaire reactoren (SMR’s) gaan snel. In het recente coalitieakkoord wordt gesproken over het versterken van het nucleaire cluster in Nederland, het versnellen van het SMR-programma en ondersteuning van maritieme innovaties. Staatssecretaris de Bat is daar voortvarend mee aan de slag, en ook internationaal – denk aan SMR-initiatieven van bedrijven als Rolls-Royce, GE Hitachi en NuScale Power – wordt hier veel in geïnvesteerd. Dat roept de vraag op hoe deze SMR-ontwikkelingen zich verhouden tot de nieuwbouw van grote kerncentrales. Tot op heden zijn dit immers aparte sporen. Als CDA-fractie zien we in elk geval grote kansen om in Zeeland doortastend met SMR’s aan de slag te gaan, bijvoorbeeld via Allseas en Thorizon. Gedeputeerde Aalberts maakt ook daarmee gelukkig een vliegende start, want vandaag kunnen we lezen dat Thorizon, EPZ, NRG PALLAS, de provincies Zeeland en Noord-Holland, Impuls Zeeland, ROM InWest en Invest-NL samen een overeenkomst hebben getekend om Europa’s eerste commerciële gesmoltenzoutreactor in Nederland te gaan bouwen!
Jeffrey Oudeman
Statenlid en woordvoerder kernenergie