15 september 2009

Kamervragen over Goudse politie

Antwoorden van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie op vragen van de leden Çörüz, Van Haersma Buma en Sterk (allen CDA) over het bericht dat de politie in Gouda voortaan daders centraal stelt (Ingezonden 19 juni 2009 nr. 2009Z11807)
1

Bent u bekend met het bericht dat de politie in Gouda voortaan daders centraal stelt en niet het delict en daartoe een zwarte lijst heeft opgesteld? 1)

Antwoord:

Ja.

2

Is het waar dat de Goudse ‘aanpak’ inmiddels heeft geleid tot acht aanhoudingen? Gaat het om personen die zonder deze aanpak anders niet zouden zijn aangepakt?

Antwoord:

Het Politiekorps Hollands-Midden heeft in opdracht van de lokale driehoek gekozen voor een meer persoonsgerichte aanpak van de criminaliteit. Deze aanpak sluit beter aan bij het integrale veiligheidsbeleid in de gemeente Gouda, waarin een gebiedsgerichte, groepsgerichte en persoonsgerichte aanpak centraal staan. De persoonsgerichte aanpak is gericht op de opsporing van verdachten en het voorkomen of beëindigen van de criminele carrière. Daarbij gaat het onder andere om het doen afbrokkelen van de ‘aanzuigende werking’ van criminaliteit, het ontnemen van crimineel vermogen en resocialisatie.

 

Gezien de diversiteit van de maatregelen (gebiedsgerichte, groepsgerichte en persoonsgericht) die worden ingezet in bovengenoemde aanhoudingen is het effect mede, maar niet uitsluitend toe te schrijven aan de persoongerichte aanpak. Duidelijk is dat het aantal aanhoudingen in Gouda is toegenomen. Tot juni 2009 zijn in Gouda in totaal 666 verdachten aangehouden. Dit zijn er 44 meer dan in dezelfde periode in 2008. De aangiften zijn verminderd van 2.790 van januari t/m juni 2008 naar 2.424 over dezelfde periode in 2009. 

 

De aanpak van Gouda is een lokaal passende invulling van het door het kabinet gehanteerde veiligheidsbeleid dat in het project Veiligheid begint bij Voorkomen vorm heeft gekregen. In het beleid wordt de nadruk gelegd op een combinatie van preventie, bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving en nazorg, samenwerking met partners en een persoonsgerichte benadering.

3

Bent u bereid de Kamer te informeren over de uiteindelijke sancties die aan deze personen worden opgelegd?

Antwoord:

Vanwege privacyoverwegingen kan het kabinet niet ingaan op individuele strafzaken. Over het veiligheidsbeleid en de persoonsgerichte aanpak hierbinnen wordt uw Kamer in de rapportage Veiligheid begint bij Voorkomen in oktober geïnformeerd.

4

Zijn er naar uw oordeel voldoende mogelijkheden om de 12-minners in Gouda aan te pakken?

Antwoord:

Kinderen onder de 12 jaar worden in ons land niet strafrechtelijk vervolgd (art. 77a Wetboek van Strafrecht). Dat betekent echter niet dat op crimineel gedrag van 12-minners geen reactie volgt. Nadat een kind met de politie in aanraking is geweest worden de ouders geïnformeerd over de contacten die de politie heeft met het kind. In Gouda vindt dit plaats door middel van een gesprek. Indien noodzakelijk nemen derden deel aan deze gesprekken, zoals de gemeente, woningcorporaties, de wijkagent of bureau Leerplicht. Ouders van zeer jonge kinderen worden in Gouda ook samen met hun kinderen uitgenodigd om deel te nemen aan een opvoedkundig traject genaamd “Flash Back” bij bureau Halt.

De zogenaamde ‘first offenders‘ worden met een zorgmelding aangemeld bij het Jeugd Preventie Team van Bureau Jeugdzorg, werkzaam binnen het bureau van de politie. De medewerkers van het team bieden de jongeren en hun ouders een traject van hulpverlening aan en hebben binnen 48 uur contact met de jongere of de ouders. In veel gevallen is deze hulpverlening voldoende. Indien er meer hulp noodzakelijk is, als er sprake is van een zwaarder delict of als het kind herhaaldelijk met de politie in aanraking komt, wordt de zaak aan Bureau Jeugdzorg gemeld. Dat zal het gezin de nodige hulp aanbieden. Mocht vrijwillige hulpverlening onvoldoende effect hebben dan zal de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek starten en zo nodig via de rechter een civielrechtelijke maatregel vragen. Het uiterste middel is in dat geval een uithuisplaatsing.

Daarnaast worden er op dit moment vanuit het Rijk in samenwerking met diverse uitvoeringspartners verschillende maatregelen voorbereid om de aanpak van de 12-min problematiek landelijk en dus ook in Gouda te versterken. Wij wijzen hier op het wetsvoorstel ‘Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast’ dat uw Kamer op 7 april jl. heeft aangenomen, de notitie ‘Overlast door 12-minners: een stevige aanpak’ die het kabinet op 12 september 2008 aan de Tweede Kamer heeft gezonden (Kamerstukken II 2007-2008, 28684, nr. 167) en het wetsvoorstel Herziening Kinderbeschermingsmaatregelen dat uw Kamer 3 augustus jl. heeft ontvangen (Kamerstukken II 2008-2009, 32015, nr. 2). De uitwerking van deze maatregelen is op dit moment in volle gang.

5

Kunt u aangeven in hoeverre bij deze aanpak de ouders van de (minderjarige) veelplegers zowel financieel als opvoedkundig verantwoordelijk worden gesteld?

Antwoord:

Indien er sprake is van door het kind aangerichte schade, kunnen hun ouders hiervoor wettelijk aansprakelijk worden gesteld. Op grond van artikel 6:169 lid 1 Burgerlijk Wetboek is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over kinderen tot 14 jaar uitoefent, vervangend aansprakelijk voor schade aan een derde toegebracht. Het betreft hier een risicoaansprakelijkheid wat inhoudt dat eventuele schade zonder meer vergoed dient te worden. Dat gebeurt ook in Gouda. Daarbij worden de ouders van kinderen die crimineel gedrag hebben vertoond aangesproken op hun opvoedingsverantwoordelijkheid. Zie hiervoor het antwoord op vraag 4.

6

Kunt u aangeven op welke wijze wordt opgetreden tegen 12-minners die niet strafrechtelijk kunnen worden vervolgd?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 4.

7

Kan deze methode ook elders in het land worden toegepast?

Antwoord:

De maatregelen zoals die in Gouda worden ingezet betreffen nadere invullingen van het landelijke beleid en kunnen desgewenst ook elders in het land worden toegepast.

 

1) Algemeen Dagblad, 16 juni 2009: “‘Gefeliciteerd, de politie let op je’”

 
 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.