
19 mei 2026
22 mei 2026 4 minuten lezen
Tijdens de raadsvergadering van 21 mei mocht CDA-raadslid Maarten Souverijn zijn eerste inbreng geven achter het spreekgestoelte van de raad, de zogenoemde maidenspeech. Voor ieder raadslid een bijzonder en persoonlijk moment.
De raad behandelde gisteren de mogelijke, toekomstige huisvesting van Oekraïense vluchtelingen op de Noordwijkerweg in Rijnsburg. Een zwaar en beladen onderwerp, waar Maarten een persoonlijk en betrokken bijdrage aan leverde.
Hieronder Maarten's maidenspeech

"Bijzonder om hier vandaag te mogen staan, tegenover die mooie glas-in-loodramen uit het geboortejaar van mijn vader, een geboren en getogen Katwijker.
En tegenover de collega-volksvertegenwoordigers van onze mooie dorpen.
Collega’s die ik van harte uitnodig om samen te werken. Om samen de voors en tegens van plannen te verkennen. We zullen argumenten verschillend wegen en het lang niet altijd eens zijn. Maar samenwerkend kunnen we bouwen aan betere besluiten én bouwen aan vertrouwen in de politiek.
Het helpt onze samenwerking wellicht als u een beeld hebt van mijn achtergrond. Ik neem u mee naar begin jaren 80. Naar een Rijnsburgs gezin met 5 kinderen, waar op een dag het gevolg van Gemeentepolitiek letterlijk het huis binnenwandelt. Opa Noteboom. Wat was er gebeurd? De wethouder was langs geweest en de eeuwenoude woning annex kapperszaak van opa aan de Vliet moest plaats maken voor uitbreiding van winkelcentrum De Hoftuin. Opa kreeg een paar centen mee en verder? Tja, opa vond eerst onderdak bij ome Jo en tante Ger en later dus bij ons. Wij schikten allemaal wat op en m’n zusje leverde haar kamer in. Heel lang duurde dat inwonen niet, maar opa leerde me nog wel een stropdas strikken.
Na een tijdje, tussen kerst en oud-en-nieuw gaf opa het leven op. Op 2 januari verhuisde hij naar De Sandtlaan. Zo zeiden wij dat thuis.
Op de plek van opa’s huis verrees een filiaal van Blokker, Blokker ging ten onder (triest, maar wij dronken er een borrel op) en gelukkig kan je nu, op de plek van opa’s scheerwinkel, gezellig wat drinken en, net als toen geluk nog heel gewoon was, het dorpsnieuws bespreken.
De Hoftuin is ondertussen al jaren aan een grondige opknapbeurt toe, daar maak ik me graag sterk voor, en in het verlengde van de Hoftuin, dwars op de Vliet, wordt het ook tijd om Rijnsburgse dromen in daden om te zetten.
De eerste keer dat ik mocht stemmen deed ik dat, een beetje recalcitrant, op de Pacifistisch Socialistische Partij. Samen met nog één andere Rijnsburger. Ik ben nog altijd benieuwd wie dat was. Bij deze een oproep! Het lijkt me leuk elkaar te leren kennen, we hebben iets gemeen.
Maar ter zake. Ik werd accountant en, in navolging van mijn ouders, actief in commissies en besturen. Van kerk, museum, sportverenigingen en hulpstichtingen. Daarnaast ben ik al jaren commissaris bij woningcorporaties.
Nu sta ik hier en vind het bijzonder dat mijn eerste bijdrage dan gaat over mensen die, opnieuw, hun thuis gaan verliezen.
En dan denk ik aan een paar lessen die ik in de loop van de jaren heb geleerd:
Doe het goed of doe het niet!
Voor wie neem je een besluit?
En wat vindt die?
Zijn de risico’s in beeld?
Is er een plan B, een exitstrategie?
En misschien wel het belangrijkste: zeg wat je ziet!
En dan zie ik vanavond een voorstel dat in de wereld van toezicht en governance waarin ik verkeer, waarschijnlijk zou zijn teruggestuurd voor nadere uitwerking.
Maar dit is Gemeentepolitiek, het gaat over mensen waar de burgemeester en wethouder zijn langs geweest. Het zal niet gemakkelijk zijn geweest mensen die eerder noodgedwongen huis en haard hebben moeten verlaten te vertellen dat zij straks, tussen kerst en oud-en-nieuw, verder moeten trekken. Mensen die hier geen ome Jo en tante Ger hebben. Mensen waar het CDA en onze samenleving graag voor wil inschikken.
Het is dankzij particuliere initiatiefnemers dat er nu zicht is op een locatie waarop we kunnen inschikken. Maar de snelheid waarmee dit besluit moet worden genomen gaat ten koste van een uitgewerkt plan en daarmee zijn risico’s niet goed te overzien en blijven er veel vragen onbeantwoord en zorgen bestaan.
De keuze voor modulair bouwen is gegeven de tijdsdruk wel te begrijpen. Maar zijn deze gebouwen, qua indeling, wel geschikt voor de mensen voor wie we dit besluit nemen? Zijn zij voldoende betrokken?
En wat als de gebouwen later -wat de bedoeling is- beschikbaar komen voor onze jongeren, spoedzoekers en thuislozen. Zijn ze voor hen geschikt?
Is de keuze voor huren wel de beste optie, als het investeringsbedrag in 10 jaar wordt terugverdiend en dergelijke gebouwen verplaatsbaar zijn en tientallen jaren meekunnen?
Wie weet kunnen ze nog eens ingezet worden op bijvoorbeeld Valkenhorst?
Dan de locatie: die doorkruist de gebiedsvisie, ligt vlakbij een rioolzuivering met alle gevolgen van dien en aan de verre van verkeersveilige Noordwijkerweg. Een weg die uitnodigt tot snelheden ruim boven de 50, met een fietspad dat alleen in theorie een éénrichtingspad is. In de praktijk fietst én wandelt men in twee richtingen. Ook zonder hier zoveel mensen te huisvesten is herinrichting in onze ogen nodig.
En zijn een brug en extra fiets-voetpad dan wel nodig?
Bij voorkeur ziet het CDA geschíkte modulaire gebouwen op een veiliger locatie.
Al met al lijkt het voorbarig een budget vrij te geven van bijna 1,3 miljoen euro voor investeringen die voor een deel niet op heel korte termijn noodzakelijk zijn.
Het CDA wil verantwoordelijkheid nemen, voor onze inwoners en voor de Oekraïense ontheemden die hier veiligheid zoeken. Maar graag doordacht, veilig, toekomstbestendig en in overleg.
Wij steunen daarom in principe het amendement van de VVD, al wachten we de reactie van het college af.
Want uiteindelijk gaat het niet over de businesscase, units of gebiedsvisies. Het gaat over mensen. Mensen die, net als ooit mijn opa, afhankelijk zijn van de besluiten die wij hier nemen. "