Openbaar vervoer

Het openbaar vervoer in Flevoland (bus of spoor) moet reizigers op tijd, snel en veilig van A naar B brengen. Daarvoor moeten vertrek- en aankomsttijden, aansluitingen, frequenties, routes en reiscomfort zijn afgestemd op de wensen van de reizigers.

Dit geldt in het bijzonder voor verbindingen die nu nog niet optimaal zijn, zoals de lijn Urk-Lelystad of Zeewolde-Nijkerk. Lijnen die onvoldoende reizigers trekken moeten niet zonder meer opgeheven worden. Dit gaat te veel ten koste van de leefbaarheid op ons platteland. Gekeken moet dan worden naar goede en slimme alternatieven, bijvoorbeeld een kleinere bus of een belbus. ‘Smart mobility’ noemen we dat.

De provincie Flevoland moet verder de vinger aan de pols houden bij de ontwikkelingen van de prijzen van de buskaarten, zodat reizigers niet geconfronteerd worden met onverwacht hoge prijsstijgingen.

Voor het spoor is het belangrijk dat de verbinding Lelystad-Almere-Amsterdam-Schiphol optimaal is en blijft. Het aantal treinreizigers zal de komende jaren flink blijven stijgen. Er wordt de komende jaren verder gewerkt aan het ‘spoorboekloos reizen’, zodat er per uur vier tot zes Intercity’s en even zoveel Sprinters tussen Lelystad en Schiphol rijden. De stations Almere Buiten en Dronten moeten intercitystations worden.

Het CDA blijft daarnaast een voorstander van een treinverbinding met het noorden via de Noordoostpolder: de Lelylijn. Ook moet het OV met Het Gooi en Utrecht sterk worden verbeterd. 

Terug naar de standpunten.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.