19 mei 2011

Zonder eigen kompas verdwaalt het ‘middenveld’

Verslag van het WI-symposium over maatschappelijke organisaties

Op 12 mei presenteerde het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA tijdens een drukbezocht symposium het rapport ‘Op zoek naar de kracht van de samenleving’. Dit rapport gaat over het functioneren van maatschappelijke organisaties en hun verhouding met de overheid. het rapport werd aangeboden aan staatssecretaris Henk Bleker (ELI) en Richard Krajicek, oprichter van de Richard Krajicek Foundation.

De heer Borstlap lichtte het rapport toe; hij was voorzitter van de begeleidingscommissie van het rapport. Borstlap: ‘Maatschappelijke organisaties spelen van oudsher een belangrijke rol in Nederland: van voetbalclub tot verpleeghuis. Een deel van de organisaties is echter vervreemd geraakt van de achterban en het oorspronkelijke doel. Bovendien durft de overheid de maatschappelijke organisaties onvoldoende te vertrouwen. Dat schaadt het functioneren van zowel maatschappelijke organisaties als de overheid.’

Het WI-rapport doet aanbevelingen over hoe de kracht van maatschappelijke organisaties wel zo goed mogelijk tot ontplooiing kan komen. Die aanbevelingen richten zich zowel op de maatschappelijke organisaties zelf als de overheid.

Hoogleraar Trommel van de Vrije Universiteit prees in zijn reactie het rapport en sprak de wens uit dat het WI-rapport de (politieke) agenda van de komende 5 à 10 jaar gaat bepalen. Volgens Trommel gaat een deel van het ‘maatschappelijk middenveld’ teloor door de opmars van het economisch denken en een te gulzige overheid, die van maatschappelijke organisaties uitvoeringskantoren van de overheid wil maken.

‘Dat laatste is onverstandig, want de kracht van maatschappelijke organisaties is juist hun "eigen verhaal"’, betoogde WI-medewerker Knops (en auteur van het rapport) in zijn toelichting op het rapport. ‘Dat inspireert mensen om zich in te zetten en betrokken te blijven. Die betrokkenen houden een organisatie scherp. Maar dan moeten ze wel invloed hebben. Die invloed van betrokkenen is echter sterk afgenomen bij een deel van de maatschappelijke organisaties.’

‘Die zeggenschap moet weer terug bij burgers komen’, stelde staatssecretaris Henk Bleker in zijn reactie op het rapport.

Ook hoogleraar Meijs van de Erasmus Universiteit Rotterdam pleitte voor een stevigere verankering in de samenleving van maatschappelijke organisaties. ‘De overheid kan dat ondersteunen door met haar bijdrage aan te sluiten bij wat organisaties zelf weten op te brengen. Bijvoorbeeld via leden, donaties, sponsoring of vrijwillige activiteiten’, aldus Meijs.

Krajicek vertelde wat hem en zijn Foundation drijft: ‘We willen sport weer in de wijk brengen. Dat gaat verder dan alleen een sportveldje (de Krajicek Playground). Er moeten regels zijn zodat iedereen het kan gebruiken en het moet een bron vormen voor samenwerking in de buurt. Daarom werken we bijvoorbeeld met sportleiders uit de lokale gemeenschap.’

De heer Wakkie, directeur van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond, liet in zijn bijdrage vele voorbeelden zien van samenwerking tussen sportclubs onderling en met andere maatschappelijke organisaties. De Haagse CDA-wethouder Klein gaf een inkijkje in hoe hij als lokale bestuurder met de sport omgaat in tijden van flinke bezuinigingen.

Tot slot was er aandacht voor het onderwijs. Het WI-rapport constateert dat de overheid hier steeds meer ingrijpt. De overheid vergeet dan gebruik te maken van de kracht en de verantwoordelijkheid van de organisaties zelf. Onderwijsbestuurder Redert gaf hier in zijn bijdrage verschillende voorbeelden van, afkomstig uit zijn dagelijkse praktijk.

Hulpbisschop De Jong van Roermond onderstreepte in zijn verhaal een van de centrale aanbevelingen van het rapport: ‘Belangrijker dan praten over de ‘vorm’ is de dialoog over de inhoud: wat doe je als organisatie, hoe doe je het, voor wie en waarom? Dus bij scholen gaat het om de vraag: wat is "goed onderwijs"?’

‘Want zonder zulk eigen kompas verdwaalt een maatschappelijke organisatie’, zo vatte dagvoorzitter Gradus, directeur van het WI, in zijn slotwoord het symposium samen.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.