Openbaar vervoer

Voor het openbaar vervoer (ov) geldt vanaf 2015 een nieuwe, tien jaar lopende, concessie. De daarin geformuleerde uitgangspunten zijn leidend voor de inrichting van het ov in de komende tien jaar. Het scholierenvervoer verdient daarbij volgens het CDA extra aandacht, vooral omdat de geografische indeling van Zeeland in combinatie met het relatief geringe scholenaanbod voor voortgezet en hoger onderwijs, leidt tot aanzienlijke extra vervoerskosten voor die leerlingen en studenten die nog geen 18 jaar zijn. Zij kunnen immers nog geen gebruikmaken van de studenten-ov-chipkaart en ze mogen nog niet autorijden. Het Rijk zorgt vanaf 2015 voor een uitbreiding daarvan, zodat ook leerlingen en studenten jonger dan 18 jaar met een studenten-ov-chipkaart naar en van school kunnen reizen. De uitwerking daarvan is op dit moment nog niet bekend, maar als het onverhoopt niet doorgaat of als blijkt dat dit onvoldoende is, is het CDA van mening dat in afstemming met de concessiehouder extra compensatie door de provincie moet worden geboden.

 

Het fiets-voetveer Vlissingen-Breskens –¬ een belangrijk onderdeel van het Zeeuwse openbaar vervoernetwerk – moet hoe dan ook in stand blijven. Omdat hiervoor geen exploitant kon worden gevonden, is het plan opgevat de exploitatie daarvan als provincie weer zelf ter hand te nemen. Hierbij wordt verondersteld dat een exploitatie in eigen beheer goedkoper is en dus besparingen oplevert. Om binnen het budget te blijven zou een geringe verhoging van de tarieven of een beperkte vermindering van het aantal afvaarten wellicht al voldoende zijn. Hierbij vindt het CDA het belangrijk dat de huidige eerste en laatste afvaart behouden blijven. Ook moet het aanbod goed worden toegesneden op de vraag. Een goede afstemming met andere vormen van openbaar vervoer is cruciaal. Het onderbrengen van de exploitatie in een aparte entiteit (NV of BV) heeft daarbij voor het CDA de voorkeur. Het betreft immers een bedrijfsmatige activiteit en de politieke invloed moet dan beperkt blijven tot beleid op hoofdlijnen zoals ook bij bijvoorbeeld de NV Westerscheldetunnel het geval is.

 

Het CDA is voor behoud van een rechtstreekse treinverbinding naar de Randstad met een frequentie van drie treinen per uur: tweemaal per uur een trein die op alle tussengelegen stations in Zeeland stopt en eenmaal per uur een intercitydienstregeling tot Amsterdam die in Zeeland enkel in Vlissingen, Middelburg en Goes stopt, zodat treinreizen voor meer forenzen en toeristen aantrekkelijker wordt en de kleinere stations behouden kunnen blijven.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.