In de PS-vergadering van woensdag 16 februari zal het opnieuw over stikstof gaan. Een breed maatschappelijk onderwerp wat feitelijk al lang niet meer gaat over het stofje zelf, maar is verworden tot een gevecht, deels juridisch, om de beschikbare ruimte in ons land. Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd meer dan 25 miljard over te hebben voor een oplossing. Hoe die oplossing eruit komt te zien is nog lang niet duidelijk maar belanghebbenden met ideeën ruiken in ieder geval hun kans om ruimte en geld te claimen voor het verwezenlijken van hun idealen. De lobby machines zijn inmiddels gestart.

In bestuurlijk Fryslân blijft het angstvallig stil. Onduidelijk is wat de strategie op dit moment is, maar het lijkt er sterk op dat dit zich het beste laat vertalen in afwachten totdat Den Haag duidelijkheid geeft. Een gemiste kans aangezien vanuit een eigen plan werken aan oplossingen grotere kans van slagen heeft en je hiermee zelf meer regie kunt voeren op je eigen toekomst.

Een van de grootste risico’s in het stikstof dossier is dat de financiële middelen die beschikbaar komen worden ingezet op een wijze die achteraf gezien niet effectief zullen blijken. In een zwart scenario zullen veelal agrarische bedrijven worden uitgekocht om plaats te maken voor natuur. Er is echter geen enkele garantie op het succesvol terugdringen van de stikstofdepositie door deze maatregelen, laat staan het terugdringen van overige emissies of het verbeteren van de biodiversiteit. Daarnaast zal de maatschappij worden opgezadeld met een structurele en torenhoge rekening voor natuurbeheer. Deze kosten zijn niet meegenomen in de huidige plannen en moeilijk te verantwoorden omdat er wel degelijk alternatieven zijn. Landbouwgrond is namelijk de enige grond waar wij als mensen ons eigen kringloop kunnen sluiten. Het omzetten van deze gronden naar natuur betekent dat we als samenleving steeds intensiever gaan leven en het vermogen om reststromen van onze eigen voedselconsumptie te recyclen steeds verder afneemt. De agrarische sector is daarom onderdeel van de oplossing en niet het probleem. Om de landbouw perspectief te geven zullen we daarom op zoek moeten naar de goede balans tussen stad en platteland en deze vertalen naar nieuwe verdienmodellen met circulariteit, recycling en het beheer van onze leefomgeving als basis.        

De ingewikkelde uitdagingen van dit moment vragen om een algehele benadering en gaat niet alleen over de landbouw. Ook andere sectoren zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Een integrale benadering betekent dat er niet alleen gekeken moet worden naar stikstof maar ook naar de draagkracht van bodem, landschap, leefomgeving en klimaat. De sociaaleconomische betekenis van sectoren mag daarbij niet worden vergeten. In Fryslân is de landbouw samen met de brede Food en Agri keten één van de belangrijkste economische sectoren. Met een afgezwakte landbouw zal de leefbaarheid op het platteland onder druk komen te staan. De indirecte economische waarde van de agrarische sector wordt door criticasters veelal onderschat. De maatschappelijke waarde van de landbouw als beheerder van het platteland zou ook veel meer waardering moeten krijgen. Zonder boeren het landschap beheren is onbetaalbaar.

Voorgaande betekent niet dat ook de landbouw niet een aantal uitdagingen heeft. Een gezonde balans tussen de agrarische activiteit, draagkracht van bodem en de leefomgeving is nodig. Daarom moet de nadruk van kwantiteit verschuiven naar nadruk op kwaliteit. De omvang van de voedselproductie is immers geen doel op zich. Het gaat om de waarde van voedselproductie in de brede betekenis van gezond voedsel binnen de draagkracht van bodem, landschap, leefomgeving en klimaat. Er moet een gezonde balans komen tussen enerzijds het aantal dieren en anderzijds de draagkracht van bodem en leefomgeving. Friesland heeft hierin ten opzichte van andere regio’s al een voorsprong met een van oudsher sterk ontwikkelde grondgebonden bedrijfsvoering. Om deze voorsprong verder uit te bouwen moeten we niet wachten op Den Haag maar zo snel mogelijk aan de slag gaan met het maken van plannen die de balans tussen stad en platteland verbeteren en perspectief bieden voor de Fryske landbouw. Wie zijn eigen weg volgt kan niet worden ingehaald. De CDA Statenfractie heeft een route gekozen en zal zich blijvend inzetten voor- en verbinden aan een gezonde balans.  

 

Aebe Aalberts

Voorzitter CDA Statenfractie

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.