
25 februari 2026
03 maart 2026 1 minuten lezen
Een kleine week na zijn beëdiging hield André zijn maidenspeech tijdens de begrotingsbehandeling van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Daarin stond hij stil bij de relatie tussen de zorg, de samenleving en de mens.
In zijn maidenspeech benadrukte André dat de samenleving een zorgende gemeenschap is van mensen die oog hebben voor elkaar, verantwoordelijk zijn en voor elkaar zorgen.
De samenleving is allereerst een zorgende gemeenschap van mensen die oog hebben voor elkaar, verantwoordelijk zijn, voor elkaar zorgen.
André Poortman
André sloot zijn maidenspeech af door zijn dank uit te spreken voor alle verzorgenden, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals die dagelijks de zorg en verantwoordelijkheid voor anderen dragen.
Voorzitter,
Vandaag behandelen we de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Een bijzonder debat.
• Allereerst: deze begroting gaat over het jaar 2026, dat al lang en breed begonnen is.
• Daarnaast: er ligt ondertussen een nieuw coalitieakkoord, met nieuwe keuzes en hervormingen die gevolgen hebben voor deze begroting.
• En we debatteren voor het eerst met de nieuwe bewindspersonen van VWS. Ik feliciteer u van harte en wens u veel succes.
Het is ook mijn eerste debat en dit is, zogenoemd, mijn maidenspeech. Die wil ik gebruiken om te schetsen hoe onze visie op de zorg, een visie op de samenleving als geheel en de mens in het bijzonder weergeeft.
In een boek over de Zorg van Lynn Berger las ik het verhaal van antropoloog Margaret Mead. Aan Margaret Mead werd gevraagd welke archeologische vondst het begin van de menselijke beschaving illustreert. Is dat de vondst van speren, ons wapenarsenaal? Ontdekte grottekeningen, kunst? Gevonden kleitabletten, taal? Wat vormt de kern van de menselijke beschaving?
Margaret Mead neemt een bijzonder voorbeeld. Ze wijst op de vondst van een bot van een menselijk dijbeen van 15.000 jaar oud dat duidelijk gebroken is geweest. Maar geheeld is.
Heel bijzonder. Vroeger betekende een gebroken been namelijk een doodsvonnis. Met een gebroken been kun je niet vluchten en niet in je levensonderhoud voorzien. Het feit dat deze persoon de botbreuk overleefde,betekent dat er soortgenoten, stamgenoten zijn geweest die deze persoon in bescherming hebben genomen en verzorgd.
Berger concludeert op basis van dit verhaal dat het vermogen om te zorgen het wezenskenmerk is van onze soort. En ik sluit me daar als christendemocraat van harte bij aan.
In een gepolariseerde samenleving is dat soms uit het zicht verdwenen. Lijkt het alsof scheidslijnen ons definiëren. Lijkt het alsof mensen en gemeenschappen allereerst cultureel-identitair bepaald zijn.
Dat is niet waar. Het beeld van het geheelde dijbeen toont een ander perspectief: de samenleving is allereerst een zorgende gemeenschap van mensen die oog hebben voor elkaar, verantwoordelijk zijn, voor elkaar zorgen. We zijn mensen die antwoorden op het appèl van de ander.
Zorg is tegenwoordig niet langer iets voor alleen de nabije omgeving. Zorg is geïnstitutionaliseerd en daarmee soms ook uitbesteed. In Nederland mogen we trots zijn op ons zorgstelsel. Tegelijk functioneert dat niet zomaar vanzelfsprekend goed en zijn toegankelijkheid en betaalbaarheid niet zonder meer gewaarborgd. En op deze punten staan zorg en samenleving voor enorme uitdagingen. De zorgvraag stijgt, het zorgaanbod staat onder druk en er bestaat een maatschappelijke tendens tot medicalisering.
De zorgvraag stijgt sterk, mede door dubbele vergrijzing: er zijn meer ouderen die bovendien langer leven. Dat is een prachtig iets, want velen blijven vitaal enmaatschappelijk actief, bijvoorbeeld als vrijwilliger. Ouderen zijn van enorme waarde voor een samenleving. Tegelijk groeit de druk op de zorg. Het aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp van 85-plussers stijgt naar verwachting met 200 procent en het aantal hart- en vaatpatiënten stijgt fors richting 2035.
Naast de stijgende zorgvraag staat het zorgaanbod onder druk door grote personeelstekorten. De toegankelijkheid en beschikbaarheid van zorg komen in het gedrang. Regelmatig moeten Spoedeisende Hulp Afdelingen tijdelijk sluiten, moeten operatiekamers langere tijd dicht. Er is een groot tekort aan huisartsen. Gezinnen met pasgeboren baby’s wachten soms dagen op kraamzorg, terwijl kraamverzorgenden soms enorme afstanden moeten afleggen. In 2034 zijn naar verwachting 265 duizend extra zorgmedewerkers nodig, bovenop de huidige 1,4 miljoen. Op deze manier zou in de toekomst 1 op de 3 werkenden actief moeten zijn in de zorg. Die mensen zijn er eenvoudigweg niet. Terwijl: mensen maken de zorg tot wat ze is: aandacht, de handen aan het bed van verzorgenden en verpleegkundigen en andere zorgprofessionals
Kale en harde cijfers. Maar ze wijzen op ontwikkelingen met grote impact op mensen en hun omgeving.
Tot slot: de maatschappelijke tolerantie voor leven met beperkingen en ongezondheid neemt af. Afwijkingen van een vermeende norm ervaren we als ongemakkelijk. Dat ongemak lossen we steeds vaker op met een medische indicatie. Let wel: het gaat daarbij niet om het idee van een medische indicatie op zichzelf, maar om onze moeite met het accepteren van leefbaar tekort. We benaderen het leven te vaak als project, als maakbaar, wat leidt tot overspannen verwachtingen van de gezondheidszorg. We willen voldoen aan hoge, soms onrealistische normen van gezondheid en perfectie. Maar al te vaak niet subtiel ingefluisterd door sociale media. Zo medicaliseren we maatschappelijke en existentiële vragen, een ontwikkeling die eerder toeneemt dan afneemt.
De politiek heeft een andere verantwoordelijkheid dan de zorgsector zelf. Maar de politiek heeft zeker een verantwoordelijkheid. De politiek heeft allereerst in te zien en te erkennen dat het stelsel vastloopt. De komende jaren moeten de uitdagingen in de zorg op de goede manier geadresseerd worden om ontwikkelingen in de zorg de juiste kant op te sturen. Niet vanaf de Haagsetekentafel, maar samen met de zorgsector en samenleving zelf.
Met het nieuwe coalitieakkoord maken we duidelijke keuzes voor de toekomst en de houdbaarheid van de zorg. We zetten de lijn van de afgelopen jaren voort door akkoorden met de sector te sluiten en deze te ondersteunen met noodzakelijke wet- en regelgeving. Daarmee maken we passende zorg tot uitgangspunt: via professionele richtlijnen, door zorgverzekeraars beter in positie te brengen bij de inkoop en door nieuwe geneesmiddelen strenger te toetsen op effectiviteit en meerwaarde voor het basispakket.
Het kan niet zo zijn dat preventie wordt ontmoedigd omdat instellingen omzet mislopen, of dat volumebeperking wordt afgesproken terwijl we tegelijkertijd ruim baan geven aan een nieuw privéziekenhuis in Rotterdam, zonder fundamentele vragen te stellen naar nut en noodzaak daarvan.
Tegelijk vragen we meer van mensen en hun omgeving. Dat is wat anders dan via bezuinigingen taken en verantwoordelijkheden over de schutting van de samenleving te knikkeren. Het gaat erom dat politiek, sector en samenleving een gedeelde en tegelijk onderscheiden verantwoordelijkheid erkennen om fundamentele vragen te stellen bij de inrichting, de toegankelijkheid en de toekomstbestendigheid van de zorg. Niet alles kan collectief worden gefinancierd. Daarom versterken we het zelfoplossend vermogen van de samenleving en geven we ruimte aan maatschappelijke initiatieven. Voor het CDA zijn voor de uitwerking van het coalitieakkoord heldere randvoorwaarden essentieel, ik noem er drie.
Allereerst moeten we werk maken van een verantwoordelijke, gezonde en zorgzame samenleving.
Deze coalitie breekt met het liberale-leefstijl-paradigma. Een tabak of fastfoodindustrie die miljarden pompt in het chirurgisch verleiden van kwetsbare kinderen wordt gevierd als een uiting van individuele keuzevrijheid, terwijl een overheid die mensen probeert te stimuleren om gezond te leven wordt gezien als betuttelend. Deze coalitie neemt verantwoordelijkheid als het gaat om het beschermen van de gezondheid, van jong tot oud.
Deze coalitie investeert structureel in preventie en welzijn, te beginnen bij kinderen en jongeren. Programma’s als Kansrijke Start zijn cruciaal om achterstanden vroeg te voorkomen. Vanaf 2027 komt extra geld beschikbaar. Ik vraag de minister of zij duidelijkheid kan geven hoe Kansrijke Start in 2026 wordt voortgezet en wordt doorontwikkeld in structureel beleid?
Daarnaast moeten we nadrukkelijk oog hebben voor kwetsbare groepen.
Hervormingen in de zorg mogen er niet toe leiden dat kwetsbare groepen in de knel komen. Ik denk dan aan groepen zoals chronisch zieken en mensen met een beperking. Zij hebben met veel zorgkosten te maken.
Het CDA heeft zich sterk gemaakt om in het nieuwe coalitieakkoord 350 miljoen beschikbaar te stellen voor gemeenten om mensen te helpen. Het is ongeveer een verdubbeling van het geld dat gemeenten hiervoor nu al krijgen. Graag hoor ik van de minister hoe zij dit verder gaat uitwerken en wanneer ze hiervoor een plan presenteert.
Graag zou ik ook de toezegging krijgen dat de minister er alles aan gaat doen om het woud aan gemeentelijke regelingen en de enorme onderlinge verschillen tussen gemeenten terug te dringen. Zodat chronisch zieken zich niet ook nog druk te hoeven maken over hun postcode.
In de derde plaats moet de zorg een aantrekkelijke en veilige plek om te werken zijn en dat hangt samen met de waardering voor zorgverleners.
Agressie in de zorg is een groot probleem: 57% van de zorgverleners krijgt ermee te maken. Ondanks meldpunten, campagnes en extra beveiliging lukt het niet agressie terug te dringen. Dat zorgverleners volgens het CBS gemotiveerd blijven en enthousiast zijn over hun werk, mag niet betekenen dat agressie “erbij hoort”. Een samenhangende aanpak werkt: training, goede nazorg en een open cultuur waarin meldingen serieus worden genomen. Is de minister bereid te verkennen wat zorgorganisaties nodig hebben voor een effectievere aanpak? Mijn collega Straatman heeft voorgesteld om bij geweld tegen hulpverleners een educatieve maatregel op te leggen, mijn vraag aan deze minister is om in dit onderzoek ook de rol van zorgverleners mee te nemen.
Voorzitter, ik rond af.
Verzorgenden, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals laten dat elke dag zien wie we als mensen zijn: zorgzame en verantwoordelijke wezens. Daarvoor zijn we hen enorm dankbaar.
We moeten leren onszelf weer allereerst als een zorgende gemeenschap te zien.
En vanuit dat perspectief zien we, in de woorden van de katholieke theoloog Erik Borgman,
“dat de samenleving waarin wij leven, verschijnt als een fundamenteel gebrekkige en gebroken, maar niettemin reële aanzet tot het goede leven waarop het menselijke bestaan is gericht.
Dat wil dus zeggen: als een plaats van hoop.”
Dank u wel

25 februari 2026

23 februari 2026

20 februari 2026