
25 april 2026
05 mei 2026 5 minuten lezen
Op 5 Mei vieren wij Bevrijdingsdag. Volgens CDA-Fractievoorzitter Henri Bontenbal vraagt vrijheid om blijvende waakzaamheid, betrokkenheid en historisch besef.

Gisteren mocht ik aanwezig zijn bij de Nationale Dodenherdenking op de Dam, als fractievoorzitter van het CDA. Deze nationale herdenking op 4 mei is één van de meest indrukwekkende momenten waarop we als Nederland stilstaan bij de mensen die hun leven gaven voor onze vrijheid en bij alle slachtoffers van oorlog en geweld, in de Tweede Wereldoorlog en daarna.
Het is een moment waarop we stilstaan bij het verlies van onze vrijheid in de Tweede Wereldoorlog. De democratie stond vijf jaar stil. De lege plank in de Handelingenkamer van de Tweede Kamer is daar nog altijd het stille bewijs van.
We herdachten gisteren vooral de duizenden Joden, Roma en Sinti, homoseksuelen en politieke gevangen die eerst gemarginaliseerd, weggevoerd, gemarteld en vermoord zijn. Judith Zilversmit vertelde in haar indrukwekkendetoespraak over haar vader, die de oorlog overleefde door onder te duiken. Ze vertelde over de systematische manier waarop Joden werden geïsoleerd. Hoe het onacceptabele bijna onopgemerkt wordt geaccepteerd:
“Wat me het meest trof: de vanzelfsprekendheid. Niet één groot moment, maar een opeenstapeling van kleine stappen. Regeltjes. Formulieren. Mensen die uitvoeren, meebewegen, wegkijken.”
We staan daarom op 4 mei ook stil bij onze eigen schaamte en schuld. Nederland was het land waar verhoudingsgewijs de meeste Joden zijn weggevoerd en vermoord. Ja, er zijn de indrukwekkende verhalen van moed; van mensen die – soms betaald met hun eigen leven – het onacceptabele niet zomaar lieten gebeuren.
Maar het grootste deel van Nederland keek weg.
De herdenking vond ook gisteren weer plaats bij het Nationaal Monument op De Dam, dat in de vroege ochtend met rode verf was besmeurd en beklad. Een laffe daad waaruit zoveel respectloosheid, domme onwetendheid en kwaadwilligheid spreekt.
Waren deze vandalen zich bewust van wat het monument uitdrukt?
Op de voorkant van het monument staan geboeide mannen afgebeeld; de rechter figuur beeldt het verzet van de arbeider uit, de linker het verzet van de intellectueel. In het midden neemt een man de houding aan van de gekruisigde Jezus. Daarboven is een vrouw afgebeeld, met een kind en omhoogvliegende duiven. Zij verwijzen naar de bevrijding, de vrijheid.
De Latijnse tekst op de voorzijde luidt als volgt: "Hic ubi cor patriae monumentum cordibus intus
quod gestant cives spectet ad astra dei.” (Hier, waar het hart des vaderlands is, moge het herinneringsteken, dat de burgers in het binnenste hunner harten dragen, schouwen tot de sterren Gods.)
Ik ben wel eens bang dat we in Nederland het besef kwijtraken wat vrijheid is en wat het ons kost. De decennia van vrede hebben ons onoplettend, achteloos en ook gemakzuchtig gemaakt.
Omdat we niet meer goed weten - het niet zelf ervaren hebben - wat onvrijheid is, weten we onze vrijheid niet goed te waarderen.
We denken dat oorlog een uitzonderingstoestand is, een afwijking van de normale loop der dingen, schrijft Caroline de Gruyter in haar nieuwe boek Zondagskinderen. Maar daardoor zijn we er onvoldoende op voorbereid. Niet alleen materieel, maar vooral mentaal. We missen de weerbaarheid en bereidheid de herwonnen en unieke vrijheid die we in Europa hebben verworven, te verdedigen.
Het is verontrustend dat jonge leerlingen de klas in komen met desinformatie over de Holocaust, opgevangen op TikTok. Waarom laten we techbedrijven de hoofden van onze kinderen zo makkelijk vol stoppen met schadelijke desinformatie en haat?
Nog verontrustender is de groei van het rechtsextremisme in Nederland en Europa. De AIVD waarschuwt er al jaren voor. Lokale protesten tegen de komst van AZC’s lijken opgestookt door het rechts-extreme netwerk Identitair Verzet. Zijn we vergeten waar haat, uitsluiting en geweld toe kunnen leiden?
We zullen ons als samenleving veel krachtiger moeten uitspreken tegen de vervuiling van ons publieke debat en moeten werken aan de collectieve mentale weerbaarheid. We moeten waken voor het gevaar van gedachteloosheid, waar Hannah Arendt voor waarschuwde.
Hoe doen we dat? Hoe maken we onze samenleving weerbaar? Hoe beschermen we onszelf tegen het gevaar van gedachteloosheid?
Eén van de antwoorden daarop is: door te luisteren naar de verhalen van degenen die vochten of vechten voor vrijheid. Zoals Oekraïense soldaten die terugkeren van het slagveld. Of de verhalen van mensen die hebben geleefd onder onderdrukkende regimes.
In het prachtige boek ‘Vrouwen in duistere tijden’ portretteert Alicja Gescinska ‘tien denkers van blijvende betekenis’. Eén van de portretten gaat over Martha Gellhorn (1908-1998), een bekende Amerikaanse schrijfster en oorlogscorrespondent. Zo reisde ze mee met de geallieerden bij de landing op Normandië. Maar ze reisde ook naar Dachau, op 7 mei 1945, de dag waarop de Duitsers zich overgaven.
Wat ze daar zag heeft ze nooit kunnen vergeten. De pure horror, de wanhoop, de gruwel: ze zag het met eigen ogen en het liet haar nooit meer los. Gellhorn beschrijft hoe een Poolse dokter in het kamp cynisch reageert als hij op dat moment hoort dat de oorlog voorbij is en de Duitsers zich hebben overgegeven. Waarom was hij niet blij? Waarom niet meer dan een lauw ‘bravo’ als reactie?
Het antwoord dat deze Poolse dokter gaf, is altijd door het hoofd van Gellhorn blijven spoken: ‘It’s a bit late’.
Gescinka schrijft: ‘It’s a bit late.’ Die woorden zouden in Gellhorn blijven spoken. Gellhorn verliet het kamp en ging in een veld zitten in een toestand die, zoals ze het zelf verwoordde, grensde aan oncontroleerbare hysterie. Al in de jaren dertig had ze de naam Dachau gehoord, toen de eerste politieke gevangenen er opgesloten werden. Ze had de naam gehoord, ze had ervan geweten, en ze had te weinig gedaan. Dat gevoel knaagde voor de rest van haar leven aan Gellhorns ziel: de hele wereld had te weinig gedaan om de nazihorror te stoppen, ook zij. (…) Ze was te laat wakker geschoten; a bit late.”
Gescinka schrijft dat Gellhorn de verleiding weerstond van het gemak van het zorgeloze leven. “De mens heeft de plicht om betrokken te zijn.”
Vandaag vieren we Bevrijdingsdag. We staan stil bij de grote waarde van vrijheid, democratie en mensenrechten. Die kostbare vrijheid mogen we vieren!
Maar Bevrijdingsdag op 5 mei kan nooit losgezien worden van de Herdenking op 4 mei. Die horen onlosmakelijk bij elkaar.
We vieren de vrijheid met in ons achterhoofd wat deze vrijheid heeft gekost.
We vieren de vrijheid met de opdracht deze vrijheid veel serieuzer dan we nu doen, te koesteren en te beschermen.
Zorgeloosheid, achteloosheid en doen-waar-je-zin-in-hebt is geen vrijheid.
Pas als we beseffen en echt doorleven wat onvrijheid is, begrijpen we hoe kostbaar vrijheid is.
We hebben geen recht op een zorgeloos leven, maar een plicht om betrokken te zijn.

25 april 2026

21 april 2026

21 april 2026