29 september 2026 1 minuten lezen

Jor­is Steen­kamp houdt mai­den­speech in de Eer­ste Kamer

Tijdens de Algemene Europese beschouwingen benadrukte Eerste Kamerlid Joris Steenkamp het belang van een sterk Europa om democratie te beschermen, de welvaart te vergroten en weerbaar te zijn in een veranderend geopolitiek klimaat.

In zijn maidenspeech benadrukte Joris dat het voor het CDA belangrijk is dat Europa investeert in vrede. Vrede behouden en bevorderen vraagt investeringen in de Europese weerbaarheid, democratie en economische veerkracht.

Daarnaast is het voor onze vrede en veiligheid belangrijk om samen te werken, zowel binnen de Europese Unie als met landen die toenadering zoeken. Geopolitieke verschuivingen vergroten het belang van internationale vrienden, ook hier geldt immers 'liever een goede buur dan een -spreekwoordelijke of letterlijke- verre vriend'. 

Lees hier de volledige maidenspeech van Joris

Mevrouw de Voorzitter,

Oorspronkelijk was dit debat beoogd om vóór de zomer plaats te vinden. Om valide redenen vindt het vandaag plaats. Onze vaste woordvoerder Europese Zaken, collega Theo Bovens, is deze week met andere collega’s uit deze Senaat voor ons land actief in de zitting van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, en moet dit debat aan zich voorbij laten gaan. U zult het met mij moeten doen. Maar deze bijdrage hebben we samen goed afgestemd, zodat u qua inhoud geen verschil zult merken. Wel zult u zijn verwijzing naar de heiligen van de dag moeten missen. Toevallig viert de katholieke kerk vandaag immers het feest van de aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël, alle drie door collega Bovens gemakkelijk in relatie te brengen met evenzovele Europese onderwerpen. Dat blijft u dus bespaard. Maar die spreektijd benut graag voor een wat langere introductie omdat het vandaag – u zei het al – de eerste keer is dat ik spreek in de plenaire zaal.  

En dat doe ik als jongste senator. Dat klinkt bijna als een contradicti in terminis, maar er zal altijd iemand de jongste moeten zijn. Bovendien is dat een eer of last die – zoals zovele dingen in het leven – tijdelijk is. Als 34-jarige draag ik die – zolang het duurt – met trots. Nu weet ik – niet geheel toevallig – dat er ook senatoren zijn die 34 jaar lang lid zijn geweest van deze Kamer. Ik sta hier zonder de pretentie dat te evenaren, maar met de intentie om – juist als jongste senator – naar beste kunnen bij te dragen aan de taak van deze Kamer als chambre de réflexion. 

Voorzitter – staat u mij nog één uitstapje naar het getal 34 toe, als brug naar de inhoud. 34 jaar geleden, in 1992 werd het Verdrag van Maastricht ondertekend. Voorzitter – ik noem Maastricht. Dat is niet onder druk van collega Bovens, maar ook ik koester – zij het om aangetrouwde redenen – warme gevoelens jegens Maastricht. Met de oprichting van de Europese Unie, markeerde het Verdrag van Maastricht de overgang van een voornamelijk economische gemeenschap, naar een Europese waardengemeenschap. Onlangs las ik Europa in 7,5 hoofdstukken van Timothy Garton Ash. Garton Ash beschrijft dat we trots mogen zijn op wat is bereikt in Europa en met de EU. En dat klopt, want als onderdeel van de door Garton Ash aangeduide Erasmus Generatie (ik studeerde met een beurs van de EU een halfjaar in Rome) kende ik niet beter dan de Pax Europaea – een Europa waar vrede vanzelfsprekend leek. En aan paspoortcontroles en geldwisselkantoren heb ik geen herinneringen meer. Ik ben – kortom – niet opgegroeid met, maar in de Europese Droom. 

Hoe verder? Garton Ash schetst een somber perspectief – waarbij hij de Eeuw van Vernedering voorspelt – maar ook een hoopvoller alternatief. Die analyse sluit nauw aan bij de rapporten van Mario Draghi en Enrico Letta. Europa staat voor grote economische en geopolitieke uitdagingen. Dat lossen we niet op met cynisme, maar vraagt – met vertrouwen in de Europese veerkracht – om vooruitgang.

Tegen die achtergrond heb ik enkele vragen aan de Minister.

Europese vrede en rechtsstaat
Verleden week was het de jaarlijkse Vredesweek. Het motto van dit jaar was ‘Niets doen is geen optie’. Veel aandacht ging uit naar de toenemende investeringen in defensie. Hebben we nog voldoende scherp dat investeringen geen doel op zich zijn, maar een middel om het doel – het behoud van vrede – te bevorderen? ‘Als je vrede wilt, bereid je voor op oorlog’. Maar dat vraagt ook om investeringen in Europese weerbaarheid, democratie en economische veerkracht. Zo snijdt het mes aan twee kanten: het bestendigt de vrede én versterkt het concurrentievermogen van Europa.

Ik verwees net naar de Pax Europaea. Niet voor niets ontving de Europese Unie in 2012 de Nobelprijs voor de Vrede. De Europese Unie is meer dan een economisch blok. Het is geen project van markt of macht, maar van welvaart, vrede én gedeelde waarden. Die Europese waarden zijn mede vorm gegeven in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat 46 Europese landen op ons continent met elkaar verbindt. Het bewaken en uitbouwen van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten zijn de basistaken van de Raad van Europa. Nederland zal in 2027 een half jaar het voorzitterschap van deze Raad op zich nemen, en daarmee richting kunnen geven aan verder versterking van deze thema’s. Het kabinet heeft beide Kamers inmiddels geïnformeerd over de inzet van Nederland voor dit voorzitterschap, met drie hoofdprioriteiten die het CDA steunt, waaronder sterkere en weerbare democratieën.

Voorzitter – kan de minister reflecteren op het belang van dit aanstaande voorzitterschap en de invulling hiervan reeds nader concretiseren? Kan de minister daarbij ingaan op de relatie met de inzet van Nederland voor de ontwikkeling en uitbreiding van de EU en de onderhandelingen over het nieuwe MFK? Het CDA steunt de inzet bij de onderhandelingen over het MFK voor een automatisch rechtsstaatsslot, waarbij lidstaten die structureel de rechtsstaat ondermijnen geen toegang meer hebben tot EU-gelden.

En ziet de minister, net als het CDA, samenhang tussen de Europese defensieversterking en het bevorderen van weerbaarheid en democratie op ons continent, waarvoor óók samenwerking met Europese niet-EU-landen noodzakelijk is?

Uitbreiding
Voorzitter – op dit laatste onderwerp pak ik door. De samenwerking en samenstelling van de EU. Met de geopolitieke verschuivingen in de machtsblokken, is de Europese economische samenwerking gebaat bij versterking. ‘Beter een goede buur, dan een – letterlijk of figuurlijk – verre vriend’. Wij juichen de toenadering van het Verenigd Koninkrijk toe, en zien de samenwerking met Noorwegen, IJsland en Zwitserland als een gegeven. Maar ook de recente toenadering van Canada vindt het CDA om diverse redenen zeer interessant. Daarnaast wachten echter een negental kandidaat-lidstaten op formele toetreding.

Kan de minister reflecteren op hoe hij de uitbreiding van de EU met formele leden ziet, maar ook op de betekenis van de geassocieerde landen in diverse gradaties? Zijn er naast Canada meer landen waarmee een “associate membership” kan worden aangegaan? 

Interne markt en deregulering
Voorzitter – om draagvlak voor uitbreiding van de EU en integratie te behouden, moet de EU ook leveren. Kijkend naar de rapporten van Draghi en Letta, begint dat bij een beter functioneren van de interne markt, deregulering en het wegnemen van onnodige belemmeringen. De minister zelf schrijft ook dat het potentieel van de interne markt structureel onderbenut blijft. Volgens het IMF zitten de grootste handelsbarrières binnen de EU zelf.  Het wegnemen daarvan leidt tot een potentiële productiviteitsgroei van 7% en een welvaartswinst van 35%. 

Kan de minister daarom aangeven wat de concrete Nederlandse inzet is om dit laaghangende fruit te plukken? Op welke terreinen ziet hij de grootste kansen om interne belemmeringen daadwerkelijk weg te nemen?

Tegelijkertijd draagt het rapport van Letta niet voor niets de titel ‘Much More Than a Market’. Het bevorderen van opwaartse sociaaleconomische convergentie is cruciaal voor de sociale cohesie én het waarborgen van draagvlak voor de interne markt. Tegen die achtergrond kijkt het CDA uit naar de verkenning van de SER met de veelbelovende werktitel ‘EU uitbreiding en deregulering’. Kan de minister aangeven wat hij van deze verkenning verwacht en wanneer deze beschikbaar komt?

EU aan de basis
Voorzitter – een sterkere EU hoeft niet altijd te beginnen in Brussel. Artikel 350 van het EU-Verdrag geeft aan dat de Benelux verder mag gaan in de onderlinge samenwerking en integratie. De Benelux als proeftuin. Dan zou je mogen verwachten dat we dit ook benutten, zeker nu Nederland dit jaar de voorzitter is. We zien positieve ontwikkelingen – rond Prinsjesdag zagen we de drie ministers van Buitenlandse Zaken in Den Haag en in Scandinavië samen optrekken – maar wat het CDA betreft mag de ambitie wel een tandje hoger. Denk aan verdere samenwerking op het gebied van diplomatie, sociale zekerheid, veiligheid en fiscaliteit (dit laatste is goed voor grensoverstijgende samenwerking en dus voor onze grensprovincies).

Kan de minister zijn eigen ambitie-lijstje voor ons schetsen? Waar kan een hogere snelheid van de Benelux een voorbode zijn van meer EU-samenwerking?

Ongetwijfeld zal straks collega Van der Goot van OPNL nog ingaan op de zekerheid dat Europa begint aan onze landsgrens, en dus over het belang van samenwerking met onze buren Wallonië, Noordrijn Westfalen, Niedersachsen en Vlaanderen. Het CDA sluit zich op dit punt aan bij diens bijdrage.

EU Financieel Kader
Voorzitter – ik ga kort in op het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Het lijkt elke zeven jaar een herhaling van zetten. Bij een nieuw MFK zet Nederland steevast in op een kleinere begroting, scherpere prioriteiten en een eerlijkere nettobetalerspositie. Ook nu kiest het kabinet die lijn en heeft het samen met vier gelijkgestemde landen opgeroepen tot meer focus en terughoudendheid.

Die positie kan op brede steun rekenen, maar roept ook vragen op. Lokale en regionale overheden vrezen minder cohesiemiddelen. De agrarische sector vraagt zich af waar de bezuinigingen op het landbouwbudget terecht zullen komen. En onze kennissector kijkt naar de toekomst van programma's als Horizon Europe. Juist op die terreinen weet Nederland traditioneel veel middelen en kansen naar zich toe te trekken.

Voorzitter – een kleinere en effectievere EU-begroting klinkt aantrekkelijk. Maar ik zou de minister willen vragen of het kabinet reeds voldoende in beeld heeft wat de effecten voor diverse Nederlandse sectoren zal zijn? Gaan universiteiten, gemeenten, Euregio’s, boeren, innovatieve bedrijven er straks op voor- of op achteruit? 

Tenslotte
Ik heb met interesse geluisterd naar de vraag van collega Ramsodit over de disruptieve impact van AI. In die context verwijs ik graag naar de encycliek van Paus Leo de 14e (Magnifica Humanitas) en zijn recente oproep bij UNESCO om de menselijke waardigheid niet uit het oog te verliezen. AI brengt veel kansen – die we niet onbenut mogen laten. Ook voor ons als Kamer, zeg ik erbij als lid van de Klankboordgroep AI-Lab. Maar AI brengt ook risico’s met zich: AI is niet neutraal, creëert digitale afhankelijkheid en kan de maatschappij en democratie ondermijnen. AI moet de mens dienen en niet andersom.

Met waardering beziet het CDA de EU-samenwerking op het terrein van AI, maar ook op het gebied van cyberveiligheid, technologische onafhankelijkheid van China en de VS, de bescherming van kinderen tegen overmatig social media-gebruik en AI in brede zin. 

Dit zijn recente voorbeelden van beleidsterreinen waar Nederland het nooit meer alleen geregeld zou kunnen krijgen. Nationaal beleid en Europese samenwerking gaan daarbij hand in hand. 

Zonder naïef te zijn, moet Nederland blijven investeren in de Europese samenwerking én in de verbetering daarvan. Voor het behoud van het draagvlak, vraagt het CDA daarbij nadrukkelijk aandacht voor de rol van burgers, maatschappelijke verbanden en het middenveld. Europa is op zijn sterkst wanneer het niet alleen economische kracht organiseert, maar ook democratische betrokkenheid en maatschappelijke verbondenheid versterkt. Een steviger Europa dient daarom tegelijkertijd een democratischer Europa te zijn. 

Dank u wel.

Foto: Eerste Kamer/Serge Ligtenberg.

Lees
ver­der