
04 december 2025
21 januari 2026 1 minuten lezen
Kamerlid Maes van Lanschot hield bij het debat over de begroting Economische Zaken een pleidooi voor een goed draaiende, productieve economie die zorgt voor brede welvaart. Die ontstaat niet vanzelf.

Het CDA kiest voor veerkrachtige, creatieve bedrijven die onze economie dragen; familiebedrijven die zich op de lange termijn richten en betrokken zijn bij hun regio; slimme ondernemers die mooie producten en innovatieve diensten bedenken; bedrijven die zich medeverantwoordelijk voelen voor de toekomst van Nederland, voor onze aarde en onze samenleving, die meebouwen aan sociale cohesie. De afgelopen jaren echter is het ondernemersklimaat in Nederland er niet beter op geworden. Dat moet en dat kan anders. Het CDA wil rust, reinheid en regelmaat in regelgeving, minder regels en minder ad-hocbeleid, zodat ondernemen weer leuk wordt en ondernemers durven investeren.
Het CDA wil rust, reinheid en regelmaat in regelgeving, minder regels en minder ad-hocbeleid, zodat ondernemen weer leuk wordt en ondernemers durven investeren.
Maes van Lanschot
Ook deed Maes het voorstel om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om ongevraagde commerciële verkoop aan de deur zo veel mogelijk te beperken. Veel Nederlanders storen zich enorm aan deze praktijk. Uiteraard moet er wel ruimte blijven voor goede doelen zoals de kinderpostzegels en kleinschalige initiatieven zoals de SRV-wagen.
Vandaag gaat het over onze economie, over hoe wij die in de komende jaren willen vormgeven en waar we prioriteit aan willen geven. Een goed draaiende, productieve economie, die zorgt voor brede welvaart, ontstaat niet uit zichzelf. Het CDA kiest voor veerkrachtige, creatieve bedrijven die onze economie dragen; familiebedrijven — de heer Prickaertz noemde ze al — die zich op de lange termijn richten en betrokken zijn bij hun regio; slimme ondernemers die mooie producten en innovatieve diensten bedenken; bedrijven die zich medeverantwoordelijk voelen voor de toekomst van Nederland, voor onze aarde en onze samenleving, die meebouwen aan sociale cohesie. De afgelopen jaren echter is het ondernemersklimaat in Nederland er niet beter op geworden. Dat moet en dat kan anders. Het CDA wil rust, reinheid en regelmaat in regelgeving, minder regels en minder ad-hocbeleid, zodat ondernemen weer leuk wordt en ondernemers durven investeren.
Voorzitter. Ik wil het vandaag hebben over drie belangrijke randvoorwaarden die ook in het rapport-Wennink genoemd werden, talent, kapitaal en regelgeving. Allereerst kapitaal. Het is goed dat er werk wordt gemaakt van een nationale investeringsbank die met slagkracht en kapitaal marktfalen kan adresseren. De mijlpalenplanning die we hierover hebben ontvangen, houdt echter niet over. Daarom vragen we in goed Nederlands om een "one-pager roadmap" van de minister, met per werkstroom — dan denken we aan: wetgeving, financiering en staatssteun — de belangrijke mijlpalen op kwartaalbasis. Dan stellen we ook graag de vraag hoe het kabinet reflecteert op de reguliere prestatie-indicatoren en -doelen van Invest-NL en Invest International op het gebied van het uitboeken van financieringen.
Het CDA is blij met de verhoging van het ruimtevaartbudget met 109 miljoen voor ESA-ESTEC, maar heeft wel een aantal vragen. Vallen er gaten, en zo ja welke, in de Faciliteiten Toegepast Onderzoek, waarin 85 miljoen naar voren is gehaald? Het is positief dat Defensie 24 miljoen heeft bijgedragen. Kan de minister toezeggen, gezien het belang van dual-use en deze financiële bijdrage van Defensie, om een medeopdrachtgeverschap van Defensie te verkennen voor ESA-ESTEC?
Naast de overheid en particulieren zie ik ook kansen voor onze pensioenfondsen om meer te investeren in onze economie. Kan de minister daarom met zijn collega's van Financiën en SZW onderzoeken hoe onze pensioenfondsen, naast de lopende fund-of-fundsinitiatieven en bij de ETCI, ook binnen de kaders van het pensioenakkoord meer kunnen investeren in Nederland en in Europa, juist in het kader van onze langetermijnkoopkracht?
Dan over regelgeving. We kiezen voor minder regels en minder vertrouwen, als het aan het CDA ligt. Een aantal punten daarover. De inzet van de minister om het aantal regels en de regeldruk te verminderen is lovenswaardig. We begrijpen natuurlijk allemaal dat je naar de netto-impact van regels moet kijken, maar toch ondersteunen wij de doelstelling om kwantitatief minimaal 500 regels te schrappen. De teller staat nu op 218, dus onze CDA-fractie zal bij de verschillende begrotingsbehandelingen aan collega's van de minister vragen wat hun ambitie is om regeldruk terug te dringen en voor hoeveel regels we hen aan de lat kunnen schrijven. Daarom de vraag: op hoeveel extra regels op de lijst van te schrappen regels kunnen we rekenen van het ministerie van EZ?
Het CDA snapt dat de overheid veilig zaken moet doen, maar ons bereiken zorgwekkende berichten over de Algemene Beveiligingseisen Rijksoverheid Opdrachten. Dat is een hele mondvol. Het wordt afgekort tot ABRO. Daarover is nog weinig bekend, behalve dat er 450 eisen in staan en dat er een screeningsperiode van drie tot negen maanden geldt voor bedrijven die zaken willen doen met de overheid. Dat was voorheen vooral van toepassing op defensie, maar dat is nu veel breder getrokken. Bij de totstandkoming hiervan is het bedrijfsleven niet betrokken. We vragen ons af of er een implementatietoets heeft plaatsgevonden en, zo niet, waarom dan niet. Kan de minister erop toezien dat zijn collega van Binnenlandse Zaken het bedrijfsleven er alsnog voldoende bij betrekt, zodat er effectief en veilig zakengedaan kan worden? Denk aan het versimpelen van vervolgscreenings, zodat je niet iedere keer weer door die molen van drie tot negen maanden hoeft.
Voorzitter. Dan gaan we het hebben over aanbestedingen. De heer Van der Lee maakte daar een aantal zinnige opmerkingen over. Als we kijken naar de defensie-industrie, hebben we namelijk een prachtige kans om onze Europese en Nederlandse defensie-industrie te transformeren met de NAVO-gelden. Wat dan helpt, is natuurlijk een effectieve aanbestedingsmethodiek van de overheid. Hoe kijkt de minister van EZ ernaar om binnen de Europese kaders van aanbestedingsregels scherper aan de wind te varen en ons nationaal industriebelang sterker mee te laten wegen?
Dan ga ik door naar de AVG. Die is een grote bron van regeldruk. Daarom is het goed dat de Europese Commissie voorstelt om bedrijven onder de 750 medewerkers deels te ontzien. Als je het dan hebt over onze nationale invloed, is de lijst van verwerkingen waarvoor geen DPIA nodig is van de Autoriteit Persoonsgegevens van belang. DPIA is een administratieve handeling die je moet doen om te zorgen dat je een bepaalde persoonsgegevensverwerking kunt organiseren. Het is dus heel belangrijk dat bedrijven weten dat ze voor sommige van die handelingen geen DPIA nodig hebben en gewoon door kunnen. Wij vragen ons af wanneer in 2026 de AP deze lijst oplevert. Is de minister het eens met het CDA dat, om tempo te maken, deze lijst niet uitputtend hoeft te zijn, maar dat we gewoon kunnen beginnen en dat die later kan worden aangevuld?
Voorzitter. Over ondernemingen in moeilijkheden hebben we tijdens het start-updebat gesproken. Ik heb daar nog een vraag over. Ziet de minister kans om parallel aan de nu te ontwikkelen EU-regels de Belgische remediëringsmethodiek explicieter door RVO te laten toepassen?
Dan kom ik bij colportage, een praktijk die veel Nederlanders vrij hinderlijk vinden. Mijn collega Bontenbal en GroenLinks-PvdA-collega Kröger hebben daar eerder in 2023 een motie over ingediend, die is aangenomen. In navolging daarvan zou ik vandaag een motie willen indienen die de regering vraagt om ongevraagde, commerciële deur-aan-deurverkoop maximaal te begrenzen. Let op: het gaat om commercieel. Kinderpostzegels moeten natuurlijk nog wel kunnen.
Dan onze vragen over bestrijding van fraude. Een effectieve manier om bankfraude via phishing tegen te gaan, is via de zogenaamde "Line Busy"-aanpak. Minister, wanneer kunnen we hiervoor de wijziging van de Telecomwet verwachten? Zou de minister in de tussentijd het gebruik daarvan al kunnen gedogen?
Dan over talent. Het CDA maakt zich zorgen dat we met de-internationalisering op universiteiten het kind met het badwater weggooien. Ook Wennink pleitte onlangs voor meer internationaal talent en het belang daarvan. Zo zijn studenten economie aan de Universiteit Utrecht, waarvan ik zelf toevallig ook alumnus ben, in shock — ik moet eigenlijk "geschokt" zeggen — wegens de plotselinge aankondiging van het schrappen van de Engelstalige track terwijl een oplossing met een Nederlandse en Engelstalige track met een numerus fixus naast elkaar ook een reële oplossing was. Nu verliezen ook Nederlandse studenten de kans om deze oplossing in het Engels te volgen, terwijl 80% van de begrippen in het Engels is. De voertaal van de bedrijven waar zij vaak gaan werken, is ook Engels. We snijden onszelf daarmee in de vingers. Het CDA roept daarom op tot bezinning en vraagt het kabinet om in gesprek te gaan met UNL om negatieve effecten hiervan te mitigeren.
Erkenning van diploma's is ook belangrijk. Onze fractie las onlangs met verbazing in het FD dat meer dan 6.000 diploma's van andere EU-landen in Nederland niet erkend worden. Daarmee zijn we, op Italië na, het strengste land. Welke rol kan de minister spelen om, conform de aanbevelingen van Letta, diploma-erkenningen te verbeteren en dit aantal drastisch te verlagen?
Dan eindig ik met valorisatie. Daar is al wat over gezegd. Het is een belangrijk onderwerp. Kan de minister in zijn gesprekken met de TTO's expliciet aandacht vragen voor het werken met vaste bandbreedtes voor spin-offtransacties? Ik denk aan 1% tot 5% aandelen en single digit royalties, zoals bij ETH en Colombia. Het doel hiervan is zekerheid bieden aan startende ondernemers, waar ze aan toe zijn.
Dank u wel.

04 december 2025

12 november 2025

18 juni 2025