
10 maart 2026
11 maart 2026 1 minuten lezen
Sarath hield zijn maidenspeech tijdens de behandeling van de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Sarath begon zijn maidenspeech met een persoonlijk verhaal over zijn levenspad en de kansen die hij in Nederland heeft gekregen. Ook stond hij stil bij de definitie van armoede en de vaak onzichtbare groepen die in armoede leven.
Beter zicht maakt beter beleid mogelijk en vooral het voorkómen van armoede.
Sarath Hamstra
Zijn maidenspeech sloot hij af met de tekst: ''Een samenleving floreert als haar leiders bomen planten, waarvan ze weten dat ze zelf nooit in hun schaduw zullen zitten.''
Voorzitter,
De wereld beter achterlaten, dan hij was de dag dat ik ter wereld kwam. Dat is waar ik ’s ochtends mijn bed voor uit kom. Waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Dat is wat mij drijft in het leven. De oorsprong daarvan ligt 8.000 kilometer verderop.
De dag dat ik ter wereld kwam was 26 augustus 1986. Mijn wieg stond in Kalutara, in het prachtige Sri Lanka. Een vruchtbaar land, omringd door de Indische Oceaan, bekend van de witte stranden, blauwe oceaan en groene jungles, de rijke culturen en smaakvolle keuken. Dat is de mooie kant. Er is ook een andere. Het bestaan was voor de meeste mensen, in die tijd, onzeker. Er woedde een gewelddadige burgeroorlog en meer dan een kwart van de mensen leefde onder de armoedegrens. Dat is de reden waarom mijn biologische ouders niet voor mij konden zorgen en kozen voor adoptie.
Dit kan geen makkelijke keuze zijn geweest. Het afstaan van mijn zus, toen bijna anderhalf jaar oud, en van mij, toen net een paar weken. Maar door armoede en het gebrek aan een toekomstperspectief zagen zij geen andere uitweg. En zo werd ons levenspad vervolgd ineen nieuw beloofd land.
Ik kwam terecht in het mooie Ermelo. De bosrijke Veluwse omgeving en de hartelijkheid van de mensen hielpen mee, maar mijn ouders zijn de reden voor mijn nagenoeg onbezorgde jeugd. Mijn moeder, verpleegkundige van huis uit, vrijwilliger in de kerk leerde me hoe belangrijk het is om je in te zetten voor de samenleving. Mijn vader, geen opleiding, maar vanuit het niets een eigen bedrijf opgebouwd, leer me het nut van hard werken voor wat jij belangrijk vindt. Zij vormden me en maakten me tot de persoon die ik nu ben en daar zal ik ze eeuwig dankbaar voor zijn.
Dankbaar ben ik ook, voorzitter, voor alle kansen die Nederland mij heeft geboden. Kansen die ik in Sri Lanka hoogstwaarschijnlijk niet zou hebben gekregen, maar door een samenloop van omstandigheden, als christen noem ik dat “Gods plan”, toch heb gekregen. En die kansen gun ik iedereen. Kansen om te doen waar je goed in bent, jezelf te leren kennen, ontwikkelen en je in te zetten voor de samenleving. Daar zet ik me graag voor in, want zo laat je de wereld een stukje beter achter.
En voorzitter, dit brengt mij bij de begroting van vandaag.
Voorzitter,
Laat ik beginnen bij armoede. Als je de debatten of het nieuws volgt zou je kunnen denken dat er in Nederland verschillende soorten armoede bestaan. Menstruatie-armoede, energie-armoede, verzorgings-armoede, kinderarmoede, we hebben het allemaal wel eens voorbij zien komen. Feitelijk leef je in armoede als je niet voldoende geld hebt om in je basisbehoeften te kunnen voorzien, en dan heb ik het bijvoorbeeld over een dak boven je hoofd, eten op je bord, energie om je warm te houden, maar ook verzorgingsproducten en geld om deel te nemen aan de samenleving. In ons land leven 550.000 mensen in armoede en 1,1 miljoen mensen nét niet. Die laatste groep is dus een kapotte wasmachine verwijderd van armoede.
Als we kijken naar de nieuwe definitie van armoede, die in 2024 is ingegaan, valt het me op dat het aantal mensen in armoede in één klap is gedaald van 820.000, naar 540.000. Hoewel deze definitie breder is en de werkelijke kosten van zaken als huisvesting, energie en ook vermogen meeneemt, maakt mijn fractie zich zorgen of we een deel van deze groep niet te makkelijk uit het oog zijn verloren. Met andere woorden: hebben we mensen de armoede uitgedefinieerd, vraag ik aan de minister.
Laat ik het positiever formuleren: hebben we alle groepen voldoende in zicht. Zo worden schulden en daadwerkelijke zorgkosten bijvoorbeeld niet meegenomen in deze nieuwedefinitie. Er is dus nog verbetering mogelijk.
Worden deze elementen bij de herijking meegenomen? Beter zicht maakt beter beleid mogelijk en vooral het voorkómen van armoede. En dat betekent overigens niet dat we alles vanuit Den Haag kunnen oplossen.
Voorzitter,
We moeten het niet alleen hebben over hoeveel mensen onder de armoedegrens leven, maar ook over hoe diep armoede gaat - en dan heb ik het over de intensiteit én duur van armoede. Juist mensen met wisselende uren en een flexibel inkomen, of mensen die toeslagen niet aan durven te vragen uit angst voor terugvorderingen, kennen we niet, zien we niet, of gewoonweg te laat. Dan helpt het als toeslagen automatisch zouden kunnen worden toegekend. Mijn vraag aan de minister is, klopt het dat er standaard onderuitputtingis, omdat mensen toeslagen niet aanvragen, waar ze wel recht op hebben en hartstikke hard nodig hebben? Hoe staat de minister tegenover het automatisch uitkeren en toekennen van toeslagen, zodat het risico op terugvorderingen en niet-gebruik afneemt?
Voorzitter, dan over kinderarmoede. Meer dan 300.000 kinderen in Nederland groeien op in armoede. Kinderen die aan het leven beginnen met een achterstand. Kinderen die minder kansen krijgen, zonder dat ze daar zelf iets aan kunnen doen.
En het maakt uit waar je wieg staat. Gemeenten hebben de mogelijkheid om zelf te bepalen tot welk inkomen hun inwoners recht hebben op minimaregelingen. Dat varieert van 105-150% van de bijstandsnorm. Maar voorzitter, armoede mag geen postcodeloterij zijn. Ik vraag de minister of hij kan toezeggen dat hij actief met de VNG in gesprek gaat om de minimaregelingen bij gemeenten meer te uniformeren.
Voorzitter,
Armoede wordt vaak aangejaagd door vaste lasten die te hoog worden. En energiearmoede is daar een hele concrete vorm van.
In de memorie van de begroting staat dat er in 2026 60 miljoen is gereserveerd voor een meerjarig publiek energiefonds voor lage inkomens met hoge energielasten. Het coalitieakkoord bevestigt dat. Daar is het CDA blij mee. Wel vragen we ons af wanneer de opening van dit noodfonds gereed is. En kan de minister garanderen dat dit noodfonds op tijd gereed is, zodat huishoudens niet in de problemen komen door extreem stijgende energielasten, als gevolg van geopolitieke instabiliteit? En ook daar zit natuurlijk veel onzekerheid. Denkt de minister bijvoorbeeld in scenario’s, en wat daarvoor nodig is, zodat we snel kunnen handelen als dat nodig is?
Voorzitter,
ik heb Kamervragen gesteld over noodpakketten voor minima. Het vorige kabinet schrijft in haar beantwoording dat er op dit moment geen financiële ruimte is voor extra stappen. Ook staat in het antwoord dat alle ministeries werken aan maatschappelijke weerbaarheid, en dat nadrukkelijk wordt gekeken welke departementen welke rol hebben.
Kan de minister toezeggen dat hij, samen met de staatssecretaris van Defensie, de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie en Veiligheid verkend of er financiële mogelijkheden zijn om ervoor te zorgen dat we minima kunnen ondersteunen bij noodvoorbereiding?
Voorzitter, noodpakketten zijn een praktische vorm van weerbaarheid. Maar de structurele weerbaarheid zit ook in het voorkomen dat mensen überhaupt in problematische schulden belanden. En daarmee kom ik op schuldhulp.
Voorzitter,
Vrijwilligers zijn het cement van de samenleving. Dit blijkt ook als het aankomt op schuldhulp. Deloitte onderzocht dat de hulp die vrijwilligersorganisaties bieden aan mensen met financiële problemen, de samenleving 208 miljoen per jaar oplevert. Dat is prachtig, maar daarmee zijn we er nog niet. Twee punten die ik de minister wil meegeven. Het eerste punt gaat over overzicht. Zonder overzicht blijft schuldhulp vaak dweilen met de kraan open. Als CDA pleiten we voor één overzicht van schulden en betalingscapaciteit.
Hoe kijkt de minister aan tegen zo’n schuldenoverzicht dat ook private schulden meeneemt, zodat betaalcapaciteit realistischer kan worden vastgesteld en escalatie wordt voorkomen?
En voorzitter, het tweede punt gaat over prikkels rond schulden. Dan hebben we het natuurlijk over de schuldenindustrie. Daar gaat veel geld om in aanmaningen, incassokosten en ketenpartijen. Mijn vraag: hoe verschuift de minister de prikkel van verdienen aan schulden naar vroeg oplossen?
Voorzitter, als je schulden voorkomt en mensen eerder bereikt, scheelt dat niet alleen ellende, maar ook geld. En dat brengt mij bij een heel praktisch punt over financiële weerbaarheid: wanneer geld binnenkomt.
Het CDA vindt dat mensen meer grip verdienen op hun financiën. Als CDA-fractie hebben we gepleit voor één Nationale Betaaldag voor inkomensregelingen, juist omdat er nu te veel verschillen zijn tussen uitbetaalmomenten en afschrijvingen van vaste lasten. Dit is nu ook opgenomen in de kabinetsplannen, dus we moeten zo snel mogelijk aan de slag.
Hoe gaat minister dit oppakken? Gaat hij in overleg met UWV, SVB en decentrale overheden? Wie krijgt de regie op een plan van aanpak met concrete eerste stappen en wanneer informeert hij de Kamer hierover?
Voorzitter, ik rond af.
Ik begon mijn inbreng met Nederland als beloofd land. Dat doet me denken aan het bijbelverhaal over Mozes. Hij leidde het volk Israël 40 jaar door de woestijn. 40 jaar lang doorstond hij uitdagingen en beproevingen, om een volk, dat het lang niet altijd met hem eens was, te leiden naar het beloofde land.
Dat beloofde land, dat hij uiteindelijk zelf nooit zou binnengaan. En dát, voorzitter, is wat mij betreft de kern van wat wij hier doen. Laten wij samen werken aan dat beloofde land, ook al is de kans groot dat wij het zelf nooit volledig gaan zien. Want een samenleving floreert als haar leiders bomen planten, waarvan ze weten dat ze zelf nooit in hun schaduw zullen zitten.
Voorzitter, dank.

10 maart 2026

10 maart 2026

10 maart 2026