Rosalie -Roos- van Rijn (28) is wethouder (sociaal domein, wonen, dorpenbeleid, sport en cultuur) in de gemeente Wijdemeren. Ze heeft bestuurs- en organisatiewetenschappen gestudeerd, gevolgd door een master publiek management. ‘Mijn bacheloropleiding vond ik heel erg leuk met name de vakken waar nadenken en discussiëren over maatschappelijke thema’s centraal stond. De master daarentegen vond ik vreselijk, veel te theoretisch. Ik ben meer van het praktische, waar je direct iets mee kunt’, vertelt Rosalie. 

‘Discussiëren en debatteren zat er al vroeg in. Tijdens de diploma-uitreiking op de middelbare school zei de docent Nederlands dat hij te doen had met mijn ouders: ‘Het zal je kind maar zijn, altijd in discussie over alles, niet omdat het nodig is maar omdat ze het leuk vindt’. Rosalie keek ook graag naar het vragenuurtje van de Tweede Kamer. ‘Niemand vond dat leuk maar ik hield ervan. Ik ben nou eenmaal gek op een goede discussie. Al vragen mijn vriendinnen ook regelmatig dit even niet te doen.’

Rosalie had niet direct de intentie de gemeenteraad in te gaan. ‘Ik was 23 jaar en er waren geen andere jongeren in de gemeenteraad, dus wat zou ik er te zoeken hebben. Wel wilde ik mij op de achtergrond inzetten voor de CDA-fractie, omdat meedenken over maatschappelijke vraagstukken iets is dat ik graag doe. Een hele goede verkiezingsuitslag in 2014 zorgde dat ik meteen in de raad kwam.’

‘Daar zit je dan als nieuw raadslid aan een grote ronde tafel met 18 andere en veel oudere raadsleden met aan het hoofd de burgemeester.’ Rosalie vond de eerste vergadering  best spannend. ‘Ik nam zitting in de commissie Maatschappelijke en Sociale Zaken waar de decentralisaties van de jeugdzorg, wmo en participatiewet centraal stonden. Dit vond ik zo leuk dat ik besloot nog een opleiding te gaan doen als wmo consulent en later als werk- en inkomensconsulent. Een praktische baan in de uitvoering van het sociaal domein waar ik veel contact heb met inwoners. Een baan die mij op het  lijf geschreven was’. 

Het raadswerk heeft Rosalie vier jaar lang met heel veel plezier gedaan. ‘Ik zou het zeker aan anderen aanbevelen. Ik woon al heel mijn leven in Kortenhoef, ben er geboren en getogen en vind het er super. Als raadslid ben je bezig met thema’s in je eigen gemeente, dichtbij huis, heel praktisch dus. Ik vond het heel jammer dat er geen andere jongeren in de raad zaten. Als je meer jongeren in de politiek hebt, komt er meer voor jongeren op de agenda.’

Rosalie is inmiddels ruim een jaar wethouder. ‘Het bevalt mij heel goed, in een jaar leer je de organisatie goed kennen, je krijgt steeds meer je eigen programma en je kunt partijwensen stevig inzetten. Ik vind het superleuk werk. Het is mooi om op het beleidsterrein actief te zijn waar ik eerder met zoveel plezier in werkte. Soms mis ik het praktische en snelle handelen in de uitvoering. Vaak duurt het lang voor er iets lukt en je het resultaat ervan ziet. Daar waar het kan moet het sneller en makkelijker voor onze inwoners, geen gedoe. Daar houd ik mij actief mee bezig.’

De toekomst ligt open. ‘Je bent in de politiek niet snel uitgeleerd. Ik ben nu een jaar wethouder en wil daar graag mee door. Ik doe dingen omdat ik het leuk vind. Ik sluit niet uit dat ik nog eens verder wil in de politiek. Het lijkt mij wel stoer om achter het spreekgestoelte in de Tweede Kamer mijn onderwerp te mogen verdedigen. Maar ik wil mijn carrière niet te veel uitstippelen. Je moet kijken welke kansen op je pad komen.’

Een politieke voorbeeld heeft Roos niet. ‘Ik vind het belangrijk dat mensen in de raad, de Tweede Kamer of op de televisie overkomen zoals ze thuis zijn. Als mensen niet geloven wat je zegt, kun je beter ophouden.´

Naast het wethouderschap heeft Rosalie gelukkig genoeg tijd voor andere leuke dingen. ´Dat is ook nodig. Mijn privéleven en tijd met vriendinnen en familie is heel belangrijk voor mij. Je doet het denk ik alleen goed, als je er nog andere dingen naast kunt doen. Ik handbal, ga op stap met vriendinnen en familie. Bij het boodschappen doen of uitgaan wordt ze geregeld aangesproken. ´Ik vind het leuk als ik aangesproken wordt, maar zeg dan soms wel: ‘mag ik er maandag op terugkomen?’ In de kroeg moet je niet teveel politieke beloftes doen.´

‘Ik hoop met mijn enthousiasme meer mensen te kunnen betrekken bij het beleid van de gemeente en het liefst ook bij het CDA. ‘We moeten mensen binden door ze de dingen te laten doen die ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Mensen hoeven niet persé lid te zijn, dat is niet meer van deze tijd. Geef mensen ruimte om mee te denken. Als je daar voor open staat, dan komt enthousiasme vanzelf.’

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.