16 december 2025
09 februari 2026 1 minuten lezen
Sport en bewegen als medicijn
Het is tijd om het serieus te hebben over sport en bewegen als medicijn. Dat betoogde Inge van Dijk bij hij jaarlijkse sportdebat in de Tweede Kamer.
Iedereen weet dat sport gezond is, zowel fysiek als mentaal. Toch doen we al samenleving te weinig met die kennis, stelt Inge van Dijk tijdens de behandeling van de sport-begroting. Want ondanks dat slechts 0,009 procent van de begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport naar het onderdeel sport gaat, heeft het een ongelofelijke impact op de samenleving.
Sport is een uniek medicijn om ons te helpen bij het bestrijden van heel veel uitdagingen in onze samenleving.
Inge van Dijk
Inge zet daarom in op sport en bewegen als medicijn. Dat doet ze langs drie lijnen. Ten eerste door het versterken van het verenigingsleven, ten tweede door ervoor te zorgen dat sport en bewegen letterlijk meer wordt ingezet als medicijn en ten derde door belemmeringen om te sporten en bewegen weg te nemen.
Lees hier Inge's bijdrage aan het sportdebat
Voorzitter,
Sport en bewegen, 0,009% op de VWS begroting. Maar met een ongelofelijke impact in de samenleving. En dus kan ik het niet laten een deel van het lijstje toch maar weer eens op te sommen.
Het verbetert conditie, immuunsysteem, spierkracht en botten en is daarmee een belangrijke basis om überhaupt te kunnen functioneren. Het verkleint de kans op overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten, de meest voorkomende chronische ziekten. Het vermindert stress, angst en sombere gedachten waarvan we weten dat we hier ook echt wat te doen hebben met elkaar, als je bijvoorbeeld naar de instroom van de WIA kijkt en de signalen die we krijgen over mentale problemen bij onze jongeren. Helpt bij het ontwikkelen van doorzettingsvermogen, en beweeg je in groepsverband dan is het een fantastisch middel tegen eenzaamheid.
Iedereen hier aan tafel denkt, ja duh dat weten we toch al lang. Maar toch ben ik van mening dat we te weinig doen met deze kennis. We hebben een uniek medicijn om ons te helpen bij het bestrijden van heel veel uitdagingen in onze samenleving. Maar we laten deze vaak ongeopend, in de verpakking, op de plank liggen. En ook dat begrijp ik zelfs nog wel. We zijn als mens zo geprogrammeerd dat we comfort kiezen boven inspanning. En vanuit de evolutie is dat ook logisch. Energie sparen is overleven. De beloning is daarnaast vaak ver weg. Na een sessie buikspieren trainen heb ik niet meteen een sixpack. En misschien wel het belangrijkste, tijd en mentale ruimte zijn schaars. We zijn vaak druk, moe, vol in hoofd en sporten komt daar dan nog eens bij. En als kers op de taart is heel onze omgeving ingericht op zitten en ons te dienen in gemak
Tijd dus om het te serieus te hebben over sport en bewegen als medicijn. En dat doe ik vandaag in een drieslag: Versterken van wat we al hebben, en natuurlijk bedoel ik dan ons verenigingsleven. Geen CDA inbreng over sport zonder aandacht voor onze verenigingen en onze vrijwilligers; Sport en bewegen letterlijk meer inzetten als medicijn mogelijk maken oftewel hiervoor een robuuste infrastructuur gaan opzetten; Belemmeringen om te sporten of bewegen wegnemen.
Allereerst dus ons verenigingsleven.
Voor degene die denken sportverenigingen zijn een leuk lokaal dingetje voor erbij. Dat is helemaal fout gedacht! Een aantal jaar geleden heeft in het FD een artikel gestaan waarin het bruto vrijwilligersproduct was doorgerekend. Dus wat leveren al die vrijwilligers in NL de samenleving op of omgekeerd, wat kost het de samenleving als zij ermee zouden stoppen. Wellicht kan iemand me nu interrumperen met een antwoord? Geen interruptie, ook prima natuurlijk maar het antwoord is ruim 17 miljard euro per jaar. Wat een unieke businesscase zeg ik met mijn financiën pet.
Helaas is men in Den Haag redelijk ongevoelig voor de problemen waar dit fantastische maatschappelijk kapitaal tegenaan lopen om hun belangrijke werk voor de samenleving te kunnen blijven doen. De berg van regels en verantwoordelijkheden die ze dagelijks op hun bord krijgen groeit, en groeit en groeit. Daarnaast ondersteunen we ze niet voldoende in de initiatieven die ze zelf nemen.
Gelukkig zie ik in de samenleving wel een groeiend besef hiervan. Bij de sportbonden maar ook de nut en noodzaak van de RVVB als belangrijke ombudsfunctie wordt steeds serieuzer genomen. En zo hoort het ook. Ik dien dan ook graag de motie met collega Mohandis mee in om deze functie te borgen naar de toekomst toe!
Maar weer terug naar wat we moeten proberen op te lossen met elkaar. Onder andere het overeind houden van de basisinfrastructuur voor Sport. Neem de BOSA. Een stukje extra financiering van het Rijk om vernieuwing en verduurzaming van onze sportaccommodaties mogelijk te maken. Ook dit jaar weer was er een ronde. En die heeft 6 uur geduurd. Toen al was deze vet overschreven en de website lag er tussendoor ook nog uit. Dat wil dus zeggen dat al die verenigingen en gemeenten jaren geld gespaard hebben en waarschijnlijk allerlei acties gevoerd hebben om dat geld bij elkaar te kunnen schrapen, plannen hebben gemaakt waar tig uren in zitten, overleg met de gemeente, nog meer uren, vaak onder werktijd van deze vrijwilligers en zo kan ik nog wel even doorgaan. Al jaren vraagt deze commissie om uitbreiding van dit potje. Omdat het zo belangrijk is voor het op orde houden van de basissportinfrastructuur en omdat het een instrument is van SAMEN hier verantwoordelijkheid voor nemen. Ook heeft de Kamer gevraagd om met een welwillend oog naar de DUMAVA te kijken. Maar ieder amendement of motie om iets te regelen levert een nee op. Dat het wel kan, bewijzen we met het coalitieakkoord waarin we hebben afgesproken te gaan investeren in renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties, bijvoorbeeld door het budget voor de BOSA te verhogen.
Maar ik wil ook eerlijk zijn. Ik vraag me af of een instrument als de BOSA voldoende zijn werk gaat doen als we kijken naar de uitdaging waar we voor staan met betrekking tot onderhoud maar ook nieuwbouw van sportaccommodaties. Ik ben dan ook in afwachting op de uitwerking van onze motie van twee jaar geleden die vraagt hoe een revolverend fonds voor sport handen en voeten zou kunnen krijgen. Eén van de grootste uitdagingen voor verenigingen is immers de financiering van (duurzame) investeringen in de accommodatie, waarvan er veel gebouwd zijn tussen 1970 en 1990 en dringend aan renovatie of herbouw toe zijn. Met een revolverend fonds, grotendeels privaat gefinancierd, zouden sportverenigingen structureel gunstige financieringsvoorwaarden kunnen krijgen. Volgens onze signalen zou uit de markt enkele honderden miljoenen op te halen zijn, als er vanuit de overheid een garantiebedrag tegenover zou staan. Herkent de Staatssecretaris deze geluiden vanuit de markt? En klopt het nog steeds dat we de brief hierover dit voorjaar tegenmoet kunnen zien? Wij zien hier echt een kans het fundamenteler en structureler goed te gaan regelen die we niet mogen laten liggen.
Dan de vrijwilligersverzekering. Ik ben blij dat deze op onderdelen aangepast gaat worden zoals verhoging van het verzekerde bedrag en ik wil de staatssecretaris vragen om iedere 5 jaar een dergelijke herijking te doen. Want het feit dat de Kamer hier mee moet komen geeft wel aan hoe weinig top op mind dit is terwijl er wel miljoenen gemeenschapsgeld naartoe gaat. Zet het dan ook goed in! Vraag die ik nog wel heb is waarom standaard rechtsbijstand voor het bestuur als het gaat om verenigingszaken niet is meegenomen. Een grote tekortkoming waardoor we onze vrijwilligers wat het CDA betreft niet voldoende beschermen. Deze verzekering is een zogenaamde secundaire verzekering. Dat wil zeggen dat de verzekeringsmaatschappij eerst kijkt wat ze kunnen verhalen op de vrijwilligers zelf. We horen hier vanuit de praktijk regelmatig over terug dat iets daadwerkelijk vergoed krijgen een crime is. Ik ben dan ook benieuwd naar in hoeverre deze verzekering ook daadwerkelijk uitkeert. Zijn daar gegevens over en kunnen deze met de Kamer gedeeld worden vraag ik de staatssecretaris?
En natuurlijk moeten we het ook even hebben over regeldruk verminderen. Dank voor het overzicht hoe dit aan te pakken. Blij dat dit eindelijk serieus opgepakt wordt. Ik herken in dit lijstje veel van de problemen waar verenigingen ook over bij ons op de lijn komen zoals de WBTR, BTW en evenementenvergunningen. Maar graag zou ik er ook nog aan toevoegen de regels die ze vanuit de sportbonden opgelegd krijgen en de impact van de regels omtrent de AVG. Onlangs kreeg ik met betrekking tot die laatste weer een signaal van een vereniging waar een schadevergoeding door ouders geëist werd omdat een groepsfoto waarin hun kind zichtbaar was op de clubsite te zien was. Ik snap echt wel de bedoeling van de AVG maar als je ziet wat we hiervoor vragen aan vrijwilligers vraag ik me af waarom moet een vereniging een heel protocol door en toestemming vragen in plaats van dat we de wet zo inrichten dat mensen proactief zelf moeten aangeven wat ze wel of niet acceptabel vinden met betrekking tot foto’s van hun kinderen in verenigingsverband.
Dan mijn tweede punt. Sport en bewegen letterlijk meer inzetten als medicijn mogelijk maken oftewel hiervoor een robuuste infrastructuur gaan opzetten.
Er is steeds meer bewijs dat meer beweging in Nederland niet alleen gezondheidswinst oplevert, maar ook financiële voordelen voor de samenleving en de overheidsfinanciën kan hebben, vooral via lagere zorgkosten. Onderzoek in Nederlandse steden laat zien dat meer sporten en bewegen samenhangt met lagere zorgkosten op buurtniveau. Omgerekend kan slechts 1% meer mensen die voldoende bewegen in grote steden miljoenen euro’s per jaar besparen aan zorgkosten: ongeveer een geschatte €14 miljoen voor Amsterdam of ruim €11 miljoen voor Rotterdam. Deze effecten zijn reëel en jaarlijks te realiseren, niet alleen op lange termijn. En voorzitter, hart- en vaatziekten, diabetes type 2, sommige vormen van kanker en psychische klachten. Deze ziekten zijn grote kostenposten binnen de Nederlandse zorg en inactiviteit alleen al draagt in Nederland met miljarden bij aan zorgkosten per jaar.
Ik wil het hier echter vooral niet over geld hebben. Want naast financieel voordeel is vooral een hele lijst met mooie voorbeelden uit de praktijk te maken waarbij bewezen is dat sport en bewegen levens verlengt, medicijngebruik verlaagt en vooral welzijn verhoogt. Ik wil het hebben over Petra, een jonge moeder met parkinson die dankzij crossfit veel mobieler is waardoor het dagelijks leven dragelijker wordt. En over Peter, die zegt, er bestaat geen genezing voor de ziekte. Maar bewegen, is extra belangrijk om de symptomen van parkinson tegen te gaan. „Mijn neuroloog wees me op het belang van blijven bewegen, en vertelde me wat de mogelijkheden zijn”, „Sinds ik meedoe aan deze groep, in zijn geval klimmen, heb ik de helft minder medicijnen nodig.”
Sport en bewegen als medicijn dus. En ik weet dat hier allerlei initiatieven op lopen vanuit sport, preventie, breder vanuit VWS, lokaal enzovoort. En die juich ik toe. Maar ik denk dat het tijd wordt dit robuuster vorm te gaan geven. Het Nederlands RIVM en actienetwerken benadrukken dat het stimuleren van beweging een structurele, langetermijn inspanning vereist. Meer dus dan een tijdelijke campagne of een experiment. Simpelweg omdat gedragsverandering tijd kost. Een robuust systeem dus waar we bereid zijn ons langjarig met elkaar aan te verbinden. Overheid, zorg, verenigingen, professionele sportbedrijven enzovoort. Een systeem waarin bij lichamelijk klachten ook doorverwijzen naar sport waar dit van toepassing is heel normaal gaat worden. Waar sterker worden voor je een operatie ingaat de standaard wordt en we mensen die bepaalde chronische zieken hebben gericht gaan helpen om aan het sporten te krijgen.
Hoe we dit ook concreet handen en voeten moeten gaan geven daar zijn heel veel ideeën over. Uit alle gesprekken die we tot nu toe hebben gevoerd over een dergelijk concept met zowel de zorg, maar ook werkgevers en natuurlijk vanuit de sport zelf komt wel naar voren dat iets al echt zaken in beweging aan het komen zijn waar we fundamentele vervolgstappen op moeten gaan zetten. Ik overweeg dan ook om samen met mijn collega op de Zorg hier een initiatiefvoorstel voor uit te gaan werken en nodig collega’s in de Kamer die dit ook zien zitten en vooral ook iedereen die deze mening deelt vanuit de samenleving zelf van harte uit hier samen de schouders onder te zetten en mee te doen.
Dan mijn derde punt. Belemmeringen wegnemen om te sporten en bewegen.
En dat zijn er nogal wat en hieronder vraag ik de aandacht voor een aantal specifieke. Allereerst de veiligheid bij voetbalwedstrijden want ook veilig naar sportwedstrijden kunnen gaan hoort er gewoon bij. Er is al veel discussie in de kamer over de inzet van politie buiten het stadion. De clubs zelf komen nog met iets anders en dat is dat ze graag zelf meer beveiligers zouden willen inzetten in het stadion zelf maar dat ze te maken hebben met de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus waarin staat dat beveiligers clubgebonden moeten zijn wat belemmerend werkt. Ook vraag ik me af of de bevoegdheden voor deze beveiligers voldoende zijn. Fouilleren mag blijkbaar niet maar dat maakt het tegelijk wel lastig om te voorkomen dat vuurpijlen een stadion ingesmokkeld kunnen worden.
Mijn vraag aan de staatssecretaris, herkent ze deze discussies? En hoe zou ze het vinden de wet bij de tijd te brengen om een stevige stap in het verbeteren van de veiligheid in de stadions zelf te zetten?
Dan een ander onderwerp wat onze sport ondermijnt en dat is match fixing. Er is in het verleden, bij de komst van de kansspelwet, een afspraak gemaakt dat clubs persoonsgegevens zouden ontvangen als er vermoedens waren van match fixing. Dit is echter nooit de praktijk geworden. Hoe kun je dan van een club verwachten hier effectief iets mee te kunnen doen vraag ik de staatssecretaris. We merken ook dat het onderwerp naar de achtergrond aan het verdwijnen is wat een risico is voor het sportklimaat. In 2013 heeft een onderzoek plaats gevonden vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), ‘Matchfixing in Nederland’ (Spapens en Olfers, 2013), met als voornaamste ijkpunt op welke wijze en in welke mate matchfixing in Nederland plaatsvindt en hoe de risico’s effectief kunnen worden ingeperkt. De conclusies waren stevig. De grote schaal waarop matchfixing plaatsvond, de georganiseerde misdaad die erachter zit, omkoping van sleutelfiguren, miljoenenwinsten, gebrek aan opsporingsmiddelen en een oproep tot actie.
Wordt het niet eens tijd dit onderzoek te herijken na 12 jaar?
Voorzitter,
Regelmatig pleit ik ervoor dat we vanuit Den Haag minder verkokerd naar problemen uit de samenleving moeten kijken. Terugkerend voorbeeld hiervan is hoe we omgaan met de amateur wielerkoersen in dit land. Al ruim tien jaar pleit het CDA ervoor dat burgermotorverkeersregelaars ingezet zouden moeten worden om daarmee deze wielerkoersen door te kunnen laten gaan. Vorige jaar hebben we bijvoorbeeld per amendement geld vrijgemaakt voor de opleiding van deze vrijwilligers. Maar de ministeries van Justitie en Veiligheid, Infrastructuur en VWS blijven maar voortdurend naar elkaar wijzen. Vorige week is opnieuw een motie van mijn collega Jetlje Straatman en mij bij de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid met brede steun hierover aangenomen. Hoe wordt de uitwerking van die motie opgepakt? En kan de staatssecretaris aangeven of volgens haar dit jaar weer meer wielerkoersen kunnen worden georganiseerd dan vorig jaar?
Voorzitter, Mee kunnen doen geldt zeker ook voor onze inwoners met een beperking.
Goed om in de verzamelbrief van de Staatssecretaris te lezen dat hier steeds meer aandacht voor is. En de vraag voor mij is vooral of wat we nu doe ook daadwerkelijk effect begint te hebben. Ik ben dan ook er benieuw naar de uitkomst van de pilot over de invulling en werking van het centrale loket voor de verstrekking van sporthulpmiddelen af en hoe e.e.a. zicht ontwikkelt met het fonds voor sporthulpmiddelen en de voortgang van het opzetten van een kostprijsonderzoek sporthulpmiddelen. Maar vooral geïnteresseerd ben ik in de adviezen en acties die vervolgens naar de Kamer komen in samenspraak met de praktijk.
Wordt vervolgd dus!
Tot slot de Wet integere sport die in internetconsultatie is gebracht. Ik hoor hier toch wel zorgelijke geluiden over uit te praktijk dat met deze wet weer heel veel regeldruk en verantwoordelijkheid bij verenigingen terecht komt en professionele sportbedrijven ontzien worden. Niet dat ik voor extra regeldruk bij die laatste ben maar als ik voetbal bij een vereniging en extra krachttraining doe bij een sportbedrijf dan kan het toch niet zo zijn dat de ene onder deze wet valt en de ander niet? Dan ben je toch een gatenkaas aan het maken?
Ik hoop dat deze signalen iet kloppen en dat de staatsecretaris deze kan ontkrachten.
Lees
verder

11 december 2025
Eveline houdt haar maidenspeech

12 november 2025
