CDA | Tijs houdt zijn maidenspeech

04 februari 2026 1 minuten lezen

Tijs houdt zijn mai­den­speech

Bij de begrotingsbehandeling van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hield Tijs zijn maidenspeech. In zijn bijdrage vroeg hij aandacht voor het belang van de Grondwet, grondrechten en een sterke democratie.

In zijn maidenspeech benadrukte Tijs van den Brink hoe fundamentele vrijheden als persvrijheid, vrijheid van onderwijs en vrijheid van godsdienst van grote waarde zijn voor onze samenleving. Vanuit zijn achtergrond in het onderwijs en de journalistiek liet hij zien hoe deze vrijheden mensen vormen en ruimte geven om zichzelf te zijn.

“Zonder die vrijheden was ik niet geweest wie ik ben, en ik gun volgende generaties die vrijheden dan ook zeer.”

Tijs van den Brink

Tijs onderstreepte dat vrijheid altijd hand in hand gaat met verantwoordelijkheid. Vrijheden zijn geen vrijbrief om anderen uit te sluiten of te beschadigen, maar vragen om democratisch besef en zorg voor elkaar. Daarnaast pleitte hij voor het onderhouden en versterken van onze democratie, met betrokken burgers en respect voor elkaar als fundament.

Lees hier de maidenspeech van Tijs

Meneer de voorzitter,

Ik sta hier vandaag niet voor het eerst. Ik had dus al eerder mijn maidenspeech kunnen houden, maar die heb ik tot vandaag bewaard. Juist bij deze begroting, de begroting van Binnenlandse Zaken. Want de minister van Binnenlandse Zaken is de hoeder van de Grondwet en de grondrechten.

Ik wil vandaag niet pathetisch doen, maar die vrijheden hebben mij gemaakt tot wie ik ben. De eerste ruim 30 jaar van mijn werkzame bestaan heb ik hartstochtelijk gebruik gemaakt van de persvrijheid: op alle mogelijke manieren heb ik in die jaren met ongelooflijk veel plezier, overtuiging en vrijheid journalistiek bedreven. Ik kan me niet herinneren dat die vrijheid ooit door iets of iemand van buiten is ingeperkt. Dat is een groot goed – en dat moet zo blijven, meneer de voorzitter.

De 19 jaar daarvoor bracht ik door in het onderwijs. Ik heb veel hoekjes van het bijzonder onderwijs gezien: een protestants-christelijke basisschool, een reformatorische middelbare school, een evangelische hogeschool. Die scholen hebben mij op allerlei manieren gevormd – en ik ben daar dankbaar voor. Ik geloof niet dat die scholen ooit iets in de weg is gelegd om het onderwijs vorm te geven op de manier zoals zij vonden dat dat moest.

En al mijn hele leven profiteer ik van de vrijheid van godsdienst: mijn ouders maakten van die vrijheid gebruik door mij veel te vertellen over God en geloof, - waar ik ze dankbaar voor ben - ik maak zelf maak nog elke zondag van die vrijheid gebruik door een kerk te bezoeken. Mijn ouders en mij is geen strobreed in de weg gelegd.

Zonder die vrijheden was ik niet geweest wie ik ben. En ik gun volgende generaties die vrijheden dan ook zeer. Want het is fantastisch om in een land te leven waar deze vrijheden bestaan. Nederland is prachtig.

De tijd die mij hier in Den Haag gegeven wordt wil ik heel graag gebruiken om die vrijheden in stand te houden. Want er is wel werk aan de winkel. Er is veel te doen over die grondrechten.

De journalistiek ligt met enige regelmaat onder vuur. De winnaar van de vorige verkiezingen noemde journalisten ‘tuig van de richel’. Gelukkig antwoordde het CDA daarop door een lid van dat ‘tuig van de richel’ (of moet ik inmiddels spreken over de ‘bende van de richel’) op de kandidatenlijst te zetten – ik dank mijn partijbestuur daar zeer voor.

Dat de vrijheid van onderwijs vandaag de dag discussie oproept, is ons bij het CDA ook niet helemaal ontgaan.

En het kan niet anders of de honderdduizenden moslims in ons land hebben zich de afgelopen kabinetsperiode regelmatig afgevraagd: hoe lang zijn we hier in Nederland nog vrij om onze godsdienst te beleven?

Ik zei het al: deze vrijheden liggen mijn fractie en mij, net als de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting, na aan het hart.

Niet omdat wij van het CDA vrij – vrijer – vrijst willen zijn. Nee het hebben van vrijheden geeft de mogelijkheid en zelfs de verplichting om die vrijheid in verantwoordelijkheid te beleven:

  • De persvrijheid geeft de journalistiek de grote verantwoordelijkheid om de waarheid - en daarmee de samenleving - te dienen. Als dat niet gebeurt mag en moet ze daarop aangesproken worden. Het liefst door de samenleving zelf, als het echt niet anders kan door de rechter.
  • De vrijheid van onderwijs is de vrijheid om kinderen en jongeren te vormen naar jouw beste inzicht – maar geen vrijbrief om groepen uit te sluiten of te discrimineren. Scholen die dat wel doen moeten aangesproken of gecorrigeerd worden. Het liefst door ouders, als het nodig is door de inspectie.
  • En de vrijheid van godsdienst is de vrijheid om te geloven op een manier die bij jou past en daar vorm aan te geven – maar geen vrijbrief om haat te zaaien tegen mensen die anders – of niet gelovig zijn. Als dat wel gebeurt moet er ingegrepen worden. Opnieuw: het liefst door gelovigen zelf, maar desnoods door de overheid.

Ik wil mij heel graag inzetten meneer de voorzitter om deze en andere vrijheden de komende jaren overeind en bij de tijd te houden – zodat ons land een mooi en prachtig en vrij land blijft.

Hetzelfde geldt voor de democratie, deze minister is ook de hoeder van onze democratie. Ook die vergt onderhoud.

Want hoewel de verkiezingen gelukkig goed zijn verlopen, betekent dat niet dat het echt lekker gaat. De kiezer verandert in korte tijd vaak van partij – en wij bieden die kiezer tegenwoordig wel erg vaak de gelegenheid zijn of haar stem uit te brengen, door er samen niet uit te komen.

In campagnes ontstaat vaak een niet te voorziene dynamiek, al dan niet onder invloed van media en peilingen, die veel kiezers ineens een kant op stuwen die niemand had voorzien. Is dat echt de beste manier om tot de samenstelling van deze Kamer te komen?

We moeten met elkaar diep nadenken hoe we onze democratie gezond en overeind houden, in een tijd dat we om ons heen zien dat autocratieën aan een opmars bezig zijn. Er is de CDA-fractie alles aan gelegen om dat in ons land te voorkomen. En daarom moeten we aan de bak. Hoe precies weet niemand, een systeem dat zo lang goed gefunctioneerd heb je niet zomaar vervangen.

Het begint met betrokkenheid. Met burgers die mee willen doen, lid worden van een politieke partij, die bereid zijn om een partij te vertegenwoordigen in de gemeenteraad, de Provinciale Staten of dit parlement.

Daarom staat mijn fractie positief tegenover het voorstel om in de Wet Politieke Partijen op te nemen dat partijen democratisch georganiseerd moeten zijn. Ik ben uiteraard benieuwd wat de minister daarvan vindt – als ook de Raad van State.

Een element uit die wet, namelijk de financiering van lokale partijen, willen we alvast naar voren halen. Het geld dat daarvoor nodig is, is al gereserveerd voor dit jaar, dus in de tweede termijn zal ik samen met collega Boelsma een motie indienen om dat geld ook daadwerkelijk dit jaar al uit te geven.

Maar het gaat ons ook, mijn partijleider heeft het vaak gezegd, om democratisch ethos. Onze democratische gezindheid: zien we elkaar als vertegenwoordigers van een deel van de bevolking, dat tot taak heeft met vertegenwoordigers van andere delen van de bevolking tot werkbare afspraken te komen ten bate van ons land – of zien we elkaar sowieso als tegenstanders? Tegenstanders die elkaar het leven zo zuur mogelijk maken. U raadt het al voorzitter, wij kiezen voor die eerste variant.

Ik denk dat u in de komende jaren op dit punt een iets progressievere CDA-fractie ziet dan voorheen: wij zijn voor een andere manier om de Eerste Kamer te kiezen, en we zijn voor mooie vormen van burgerberaden.

Om de versnippering in deze Kamer tegen te gaan wordt gesproken over een kiesdrempel, het nieuwe kabinet gaat daarop studeren. Veel eenvoudiger is het om het aantal steunverklaringen dat nodig is om mee te kunnen doen aan de verkiezingen te verhogen. Dat ligt nu op 580 – plus tien op de Caribische eilanden. Dat is echt heel weinig. De drempel om mee te doen aan verkiezingen is wel heel laag. Als we daar nou eens 2500 van maken? Dan krijgen we vast een wat kleiner stembiljet… Ik vraag de minister om een reactie op dat idee.

Wat mijn partij betreft past daar bij dat we af moeten van de gewoonte om altijd als er een kabinet valt meteen nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Verstandiger is het om na de val van een kabinet te kijken of er andere mogelijkheden zijn. De kiezer verwacht van ons dat we ons werk doen en niet iedere keer om een nieuw vertrouwen vragen.

Voorzitter, er is werk aan de winkel – veel meer dan ik nu heb geschetst. Werk om het vreedzaam samenleven in ons land in stand te houden. Daar zet ik me de komende tijd, met mijn collega’s in de fractie, graag voor in.

Lees
ver­der