Beste lezer,

De afgelopen dagen heb ik een bezoek gebracht aan Israël en de Westbank. Het doel van mijn reis was een beter beeld te krijgen van het vreselijke conflict wat zich daar op dit moment afspeelt. Om die complexiteit onder ogen te zien. Om de woede en het verdriet van beide kanten te begrijpen. Om te leren hoe wij als Nederland een bijdrage kunnen leveren aan een duurzame vrede tussen Israëliërs en Palestijnen. Deze reis heb ik op eigen initiatief gemaakt als volksvertegenwoordiger en ik wil mijn indrukken graag met u delen.

Voordat u begint met lezen wil ik beginnen met een disclaimer. Ik heb er alles aan gedaan om zo neutraal mogelijk naar het conflict in het Midden-Oosten te kijken. Zo heb ik bewust geen gebruik gemaakt van de vele aanbiedingen van NGO’s om Israël of de Palestijnse gebieden te bezoeken maar heb ik besloten om op eigen gelegenheid en kosten te gaan. Ik ben van mening dat ik de meest uiteenlopende perspectieven heb gezien maar wil vooral duidelijk maken dat hoe meer je van de complexiteit begint te begrijpen je er tegelijkertijd er achter komt hoe weinig we eigenlijk weten en snappen. En dat tegen de achtergrond van een tijd waarin we vooral vraagstukken willen simplificeren naar goed of fout, zwart of wit terwijl eigenlijk bijna alles nagenoeg grijs is. Daarbij is vooral een verslag van mijn persoonlijke indrukken en wil ik dus ook niet de indruk wekken dat dit ‘de waarheid is’. Er zijn in het Midden-Oosten namelijk veel, soms tegenstrijdige, waarheden die soms zelfs naast elkaar bestaan.

Maandag 22 januari - De aankomst

Hoewel het een korte reis is, was het van het begin tot het einde indrukwekkend. Het begon al in het vliegtuig van El-Al, z’n beetje de enige vliegmaatschappij die ongewijzigd is blijven vliegen. U kent ze wel, de tijdschriften van de luchtvaartmaatschappijen in het vakje van de stoel voor u samen met de veiligheidsinstructies die nooit iemand leest. Plichtsgetrouw bladerende ik deze door. Meteen de eerste pagina stond in het teken van de gijzelaars die op die dag al 108 dagen vastzaten. (Echt iedereen in Israël weet overigens exact hoeveel dagen 7 oktober is geleden). De pagina’s daarna waren besteed aan de persoonlijk verhalen van piloten, technisch personeel en stewardessen die nu al 3 maanden hun land dienen als reservist. De aankomst op een nagenoeg uitgestorven vliegveld, - toeristen blijven begrijpelijkerwijs massaal weg - was al even indrukwekkend. We werden ontvangen door de meer dan 130 posters van de gijzelaars die nog steeds vastzitten, waarvan overigens maar de vraag is hoeveel daarvan nog daadwerkelijk in leven zijn.

Mijn taxichauffeur heeft de hele rit van een half uur naar mijn hostel het nieuws achter het stuur gekeken. Op meerdere zenders wordt de hele dag verslag gedaan van de oorlog in Gaza en de raketbeschietingen van Hezbollah in het noorden van Israël. Er wordt stilgestaan bij de Israëlische soldaten die elke dag omkomen. Op de dag van mijn aankomst waren dat er 24. De avond heb ik nog even snel over de boulevard van Tel Aviv gelopen waar je de vele Israëlische vlaggen en de spandoeken die aandacht vragen voor de gijzelaars niet kunt missen.

De regering Netanyahu

Dagelijks zijn er dan ook grote en kleine demonstraties. In de westerse media wordt er ook wel verslag gedaan van deze demonstraties maar het viel mij op dat deze vooral bleven hangen in ‘Demonstratie eisen dat Netanyahu meer doet voor de gijzelaars’. Ik zag op social media dat mensen die uitleggen dat Netanyahu moet gaan onderhandelen met Hamas, maar daar gaan deze demonstraties niet over, in tegendeel. Met de toename van het aantal gesneuvelde Israëlische soldaten komen er voorzichtig geluiden in de samenleving dat het Israëlische leger meer grof geweld moet gebruiken en alle tunnels, zonder ze te doorzoeken wat natuurlijk enorm gevaarlijk is, onder water moeten zetten. Nu wordt het leger namelijk nog fors beperkt doordat ze rekening moeten houden met mogelijke Israëlische gijzelaars die, net als de Palestijnse bevolking, door Hamas als menselijk schild worden gebruikt. De demonstraties die plaatsvinden zijn vooral tegen deze geluiden en roepen Netanyahu op om als doel te blijven houden de bevrijding van de gijzelaars. Waar overigens iedereen het eens is, is dat de dag zodra de oorlog voorbij is de carrière van Netanyahu over is. De vraag is natuurlijk, wanneer is deze oorlog dan precies over?

Dinsdag 23 jan - Bezoek aan het zuiden van Israël.

Deze dag word ik vroeg opgehaald door Yossi Abravanel die werkt voor de Israëlische organisatie ELNET. Zonder hen zou ik namelijk als alleen reizend persoon onmogelijk een bezoek kunnen brengen aan het gebied wat getroffen is op 7 oktober. We beginnen met een afspraak op het kantoor van de woordvoerder van ‘’IDF’’ in Tel Aviv. Hier krijg ik een presentatie van een Luitenant-Kolonel van het Israëlische leger die net als nagenoeg alle militairen die ik spreek van oorsprong een andere baan heeft en nu al 3 maanden werkzaam is als reservist. Hij vertelt mij aan de hand van kaartjes en foto’s over de terreuraanslagen van 7 oktober en laat zien hoe goed ze zijn georganiseerd en laat tussen de regels door merken hoe enorm zowel de politieke als militaire leiding heeft gefaald. Bijna naadloos gaat de presentatie over in de Israëlische tegenaanval, de humanitaire corridors en hoe de afstemming met Egypte verloopt. Hij laat foto’s en videobeelden zien van de enorme hoeveelheid tunnels die Hamas heeft aangelegd, buitgemaakte munitie uit Iran en Noord-Korea en het gebruik door Hamas van ziekenhuizen en ambulances als dekmantel die naast het gebruik van gijzelaars en Gazanen als menselijk schild de operaties enorm bemoeilijken. Ook deelt hij hun standpunt rond een permanent staakt-het-vuren. Hij geeft aan dat het Isrealische tegenoffencief in het noorden van Gaza is begonnen en inmiddels al een tijdje redelijk onder controle is. Toch slaagde Hamas er 2 weken geleden alsnog in om vanuit Beit Hanun, het meest noord-oostelijke puntje van Gaza, nog 50 raketten op Isreal af te vuren. Blijkbaar waren er nog tunnels en munitievoorraden op een plek die al als 'ondercontrole' werden beschouwd. De angst van het Isrealische leger (en ook de hele samenleving) is dat Hamas deze adempauze gebruikt om zich snel te kunnen reoganiseren om later aanvallen te kunnen hervatten. Iets wat Hamas overigens zelf tot op de dag van vandaag propageert.

Vervolgens staat hij nog kort stil bij de dreiging van Hezbollah aan het noorden van Israël die hij veel sterker en moderner taxeert dan Hamas. Een militair specialist vertelt mij later deze week dat Hezbollah beter is getraind en meer ballistische raketten als Nederland, Duitsland en Belgie samen en in staat zijn om in 1 keer de kritische infrastructuur van zowel Haifa, Tel Aviv en Eilat uit te schakelen. Uit angst voor Hezbollah zijn al maanden meer dan 100.000 Israëliërs geëvacueerd uit het noorden en ondergebracht in hotels verspreid over het hele land. In het zuiden van Israel is een gelijk aantal mensen geëvacueerd. 

Hij besluit dat niet de terreuraanslagen zelf, niet de onbeschrijfelijke wreedheid van het terreur maar vooral het feit dat Israël zwak is gebleken zijn hem wakker houdt. Sinds de Jom Kipoer oorlog in 1973, waarbij Israël van meerdere kanten werd aangevallen maar er uiteindelijk in slaagde om opnieuw een grotere legermacht te verslaan heeft Israël het imago als ‘onoverwinnelijk’. Dit heeft 50 jaar voldoende afschrikwekkende werking gehad waardoor de vele vijandige buren van Israël het niet meer in hun hoofd hebben gehaald om pogingen te ondernemen om Israël als Staat te vernietigen. Maar nu bleek Hamas, waar toch weer Arabische landen ook op neerkeken, in staat om het ‘’overmachtige’’ Israël te verrassen en verschrikkelijk leed te veroorzaken. Dit teken van zwakte van Israël kon een trigger zijn voor landen om het nu opnieuw te proberen en Israël opnieuw proberen te vernietigen. Deze angst voor deze existentiële crisis hoorde ik in alle gesprekken terug. De enige manier om enige vorm van afschrikking terug te krijgen, besloot de luitenant-kolonel, was keihard militair terugslaan.

Daarna nemen we snel afscheid omdat we al uit de tijd lopen. Rond 12.00 heb ik een lunchafspraak staan met Tomer Tzadik, een Israëlische student die zwaargewond raakte op het Nova Festival. Hij vertelt mij zijn huiveringwekkende verhaal, hoe hij wakker werd van het luchtalarm, besloot met een vriend de auto te pakken om te vertrekken maar in een file terecht kwam omdat er maar weinig routes van het festival terrein waren. Hoe ze in de auto beschoten werden en uiteindelijk meerdere keren geraakt te voet op de vlucht gingen. Hoe hij uren verborgen zat terwijl hij de terroristen kon horen en zien moorden. Pas vele uren later kwam het leger hen bevrijden en kon hij medisch worden geholpen. Tegen de verwachting van de artsen in gaat zijn herstel voorspoedig. Hij liet mij de littekens in zijn arm zien waar hij op meerdere plekken schotwonden had. Inmiddels is hij net weer begonnen met het oppakken van zijn studie. Ongelofelijk hoe iemand zo veerkrachtig kan zijn. We maakte nog snel een foto, namen afscheid en ik vertrok met Yossi richting het zuiden van Israël waar op 7 oktober de horror heeft plaatsgevonden.

Uit angst voor Hezbollah zijn al maanden meer dan 100.000 Israëliërs geëvacueerd uit het noorden en ondergebracht in hotels verspreid over het hele land.

Bezoek aan Kiboetz Kfar Aza

Het was een rit van iets langer dan een uur toen de auto aan de kant werd gezet en Yossi mij een kogelwerend vest en helm overhandigde, zelf trok hij er ook een aan. Het was waarschijnlijk niet nodig maar je weet het nooit vertelde hij, terwijl hij ondertussen zijn pistool voorzag van een extender (waardoor je gerichter op langere afstand kunt schieten). Daarna was het nog 10 minuten rijden naar Kiboetz Kfar Aza, een van de Kiboetz die op 7 oktober door Hamas waren overlopen. Bij de poort van de Kiboetz hielden militairen bewaking aangezien sinds de aanslagen alle overlevenden waren vertrokken. We werden op de parkeerplaats voor de Kibboetz opgewacht door een vrouwelijke officier van de IDF  (Israëlisch Defensieleger) die ons zou rondleidden over de Kiboetz. Op een afstand zag de Kibboetz, ondanks dat het winter was, eruit als een paradijs op aarde. Een plek waar mensen dicht bij de natuur maar ook dicht bij elkaar wonen, bijna een soort ‘’vakantiegevoel.’’ Totdat we dichterbij kwamen en de eerste huizen zagen met kogelgaten in de gevel. Het viel op dat de tuinen overwoekerd waren omdat hun eigenaren vermoord, gegijzeld of getraumatiseerd zijn. Het paradijselijke verdween volledig bij het zien van kinderspeelgoed in de tuin, een fietsje, een speelhuisje, een trampoline terwijl de vrouwelijke officier ons vertelde dat het hele gezin met kleine kinderen koelbloedig was vermoord. Het zwaarst getroffen gedeelte van de Kibboetz was het gedeelte wat gereserveerd was voor jonge stelletjes. Stuk voor stuk uitgebrand, voor de huisjes stonden posters met foto’s van hun bewoners die of vermoord of nog gegijzeld waren. Daar stond ik dan in een woonkamer die niet lang geleden nog bewoond werd door een jong stel van 22 jaar. Duidelijk was te zien dat er een granaat naar binnen was gegooid aangezien de scherven op de wanden, vloer en plafond hun handtekening hadden achtergelaten. In de koelkast, de keuken, de wasmachine, eigenlijk in alles zaten enorme kogelgaten van een groot kaliber. Ik was blij toen we weer naar buiten konden. We liepen langs een bouwplaats waar de officier ons vertelde dat hier een schooltje werd gebouwd voor kinderen met een beperking. En dat de bewoners van de Kibboetz, ze omschreef ze als wat linkse en vredelievende mensen, ervoor kozen om zoveel mogelijk bouwvakkers uit Gaza te vragen voor dit werk. 

Veel overlevenden getuigde later hoe gestructureerd de aanval was gegaan. Eerst een massale raketbeschieting waardoor iedereen, ook veel beveiligers, de schuilkelders opzochten. Aansluitend de eerste golf terroristen die bestond uit speciaal opgeleide terroristen die de verantwoording hadden om gaten in de muren en hekken te maken, camera’s uit te schakelen en de beveiligers van de Kibboetsz uit te schakelen nog voordat de meesten de wapenkamer hadden bereikt. Hoe daarna de tweede golf van terroristen kwamen voor het nemen van gijzelaars. Waarschijnlijk ongepland volgde daarna een derde golf, volgens de overlevende de ergste golf, van burgers die begonnen te plunderen, deelnamen aan de moorden en verkrachtingen. Dit laatste, en het feit dat de terroristen veel ‘inside information’ hadden die waarschijnlijk was versterkt door de Gazanen die eerder op de Kibboetz hadden gewerkt maakt het voor veel Israëli’s moeilijk om het onderscheid te maken tussen Hamas en Gazanen. Wat natuurlijk met deze ervaring begrijpelijk is. Het directe gevolg is dat naast de 18.000 Gazanen die normaliter in Israel werken ook de bijna 200.000 Palestijnen van de Westerlijke Jordaanoever die ook in Israël werken sinds 7 oktober werkloos zijn. Een enorme impact op zowel de Israëlische als Palestijnse economie. Voor Israël komt dit nog bovenop de 300.000 reservisten die onttrokken zijn uit het bedrijfsleven. De geschatte kosten van de oorlog voor Israël alleen bedragen schijnbaar ca. 250 miljoen euro per dag.

Tenslotte liepen we langs het hek van de Kibboetz terug naar de auto. In de verte zag ik Gaza liggen, zag de rookpluimen en hoorde ik de Israëlische attillerie. Door het ongeloof en de woede die ik toch ook tijdens dit bezoek voelde mocht ik toch ook niet dit leed vergeten.

Bezoek aan Sederot

We verlieten de Kibboetz Kfar Aza voor een bezoek aan de stad Sederot. Normaliter wonen hier circa 30.000 inwoners, nu is het met slechts ca. 4000 inwoners veranderd in een spookstad. Naast een aantal mensen die door bijvoorbeeld hoge leeftijd echt niet konden vertrekken wonen hier alleen nog gemeenteambtenaren en veiligheidspersoneel. Sederot ligt dichtbij Gaza en is daarom gewend aan wekelijkse raketbeschietingen. Ze lieten mij ook een raket zien. Ter vergelijk. Bij raketbeschietingen heeft men in Tel Aviv 1,5 minuut om een schuilkelder te vinden na het afgaan van het alarm in Sederot slechts 8 seconden. Daarom staat er letterlijk naast elk bushokje een schuilkelder, speeltuinen hebben speeltoestellen van beton waaronder kan worden gescholen en scholen hebben kogelwerend glas. Goed om te realiseren dat terwijl er in Sederot druk gebouwd werd aan schuilkelders, Hamas honderden kilometers tunnels aanlegde waarbij ze nu de Gazanen verbieden om hier dekking te zoeken.. Maar schuilkelders helpen niet tegen terroristen te voet. In Sederot kwamen alle politieagenten om in het gevecht tegen de overmacht qua hoeveel terroristen en vuurkracht.

Met deze twee bezoeken had ik een behoorlijk beeld van de omvang en gruwelijkheid van deze aanvallen. Het deed de angst en de woede van de Israëlische bevolking beter begrijpen. Voor ons is het misschien een verschrikkelijke gebeurtenis die inmiddels alweer is weggezakt onder al het andere ellendige nieuws maar hier is het trauma nog springlevend en dat zal nog wel even zo blijven. Nog voordat we vertrokken richting Jeruzalem stopten we nog eenmaal, bij een enorm autokerkhof met meer dan 400 auto’s. Hier werd mij nog een detail van 7 oktober gedeeld die een beeld geeft van de gruwelijkheid. De terroristen hadden brandgranaten meegenomen die normaliter worden gebruikt voor het uitschakelen van pantservoertuigen of tanks. Circa de helft van de auto’s was uitgebrand. In de Joodse traditie moet altijd het hele stoffelijke overschot worden begraven, maar de branden waren soms zo heftig dat het onmogelijk was om de stoffelijke resten los te krijgen van de resten van de auto’s. Daarom gaf voor het eerst een Rabbi toestemming om bij begrafenissen ook delen van auto’s te begraven…

Er zijn ook nog Arabische Palestijnen.

In de avond kwamen we aan in Jeruzalem. Yossi had een afspraak geregeld met een Arabische Israëli Khaled Abu Toameh, een bekende journalist van de Jerusalem Post en CBS News. Als wij het nieuws op afstand volgen lijkt het dat er in Israël/ Gaza alleen maar Palestijnen en Joodse Israëli’s leven. Maar er leven in Israël ook nog bijna 2 miljoen Arabische Israëli’s. Kort gezegd zijn dit Palestijnen die in 1948 ervoor kozen om het Israëlische staatsburgerschap aan te nemen. Zij hebben dus dezelfde rechten als hun Joodse medeburgers en bekleden bijvoorbeeld ook hoge functies in Israël maar net als Khaled hebben ze ook nog veel familie wonen in de Palestijnse gebieden. The Economist publiceerde deze week ook een interessant artikel getiteld: ‘Even as war rages in Gaza, Israel’s Arabs are feeling more Israëli’. Dit is een goed voorbeeld dat dit conflict dus niet zwart/wit, Joden tegen Moslims is, maar dus vooral veel grijs.

De hele avond heb ik het met Khaled gehad over hoe de Palestijnse Autoriteit werkt, of in zijn ogen, helemaal niet werkt. Hij stelde zelfs dat de grootste belemmering voor vrede niet Israël is, maar het falende leiderschap en het welig tierende corruptie binnen de Palestijnse Autoriteit. Hoe veelbelovende integere Palestijnse leiders, zoals de activist Nizar Banat, werden vermoord of geïntimideerd. Voor mij was dit een zeer verhelderend gesprek maar gaf tegelijkertijd aan dat het dus allemaal nog veel complexer in elkaar steekt dan ik al vreesde. Veel te laat vertrok ik naar mijn hostel waar ik ontdekte dat ik niet zoals verwacht met studenten de kamer zou delen maar met een oude Duitse blijmoedige bebaarde man met een persoonlijk opdracht van God. Dat zorgde voor ook een boeiend gesprek terwijl ik eigenlijk echt wou slapen.

Woensdag 24 januari - Bezoek aan de Westerlijke Jordaanoever

Om 8 uur werd ik door de Nederlandse vertegenwoordiger opgepikt bij het Notre Dame Centrum nabij de oude stad van Jeruzalem. Met ons reed Yehuda Shaul mee van de stichting ‘Breaking the Silince’. Yehuda was geboren in een orthodoxe familie en groeide op in een nederzetting op de Westerlijke Jordaanoever. Later diende hij net als al zijn leeftijdsgenoten in het Israëlische leger. Tijdens de autorit richting te Westerlijke Jordaanoever vertelde hij over zijn diensttijd en hoe hij vooral de laatste maanden van zijn 3-jarige diensttijd begon na te denken over de modus operandi van het Israëlische leger op de Westerlijke Jordaanoever. Over de belangrijkste opdracht die zij hadden, namelijk de Palestijnse bevolking laten weten dat ze er altijd overal zijn. Dit doen ze door zonder enige aanleiding dag in dag uit onaangekondigd willekeurige huiszoekingen te doen, zomaar 25 huiszoekingen per nacht. Of zonder aanleiding flexibele roadblocks op te werpen en willekeurige auto’s te inspecteren. En hoe langer Yehuda nadacht over hoe het Israëlische leger in de Westerlijke Jordaanoever te werk ging hoe meer het hem ging tegenstaan. Daarom besloot hij samen met andere tot het oprichten van de stichting ‘Breaking the Silince’ waarbij andere oudgedienden zoals hij zelf hun ervaringen deelden met het grotere publiek en daarmee een taboe doorbraken door zich als Israëli’s uit te spreken tegen deze manier van onderdrukking van de Palestijnse bevolking op de Westerlijke Jordaanoever.

Het nederzettingenbeleid

Misschien komt het door het woord ‘nederzetting’ maar mijn beeld hierbij was altijd iets kleinschaligs. Een soort vakantiepark met semi-permanente woningen waar vooral ultraorthodoxe Joden woonden. Terwijl Yehuda mij uitgebreid vertelde over ‘Breaking the Silince’ reden we Jeruzalem uit richting Bethlehem wat een Palestijnse stad is. Terwijl we de geboorteplaats van Jezus naderde pakte Yehuda er kaarten bij en liet mij zien hoe Bethlehem inmiddels was omsingelt door nederzettingen zodat de enige manier voor Palestijnen om woningen te bouwen, de lucht in was. Grond die al generatieslang in bezit was geweest van Palestijnse families werd van de ene op de andere dag bestempeld als ‘State Land’ (staatsbezit) en zo op slinkse wijze afhandig gemaakt. Hierna verrezen er zo genoemde voorposten die bestonden uit stacaravans, vervolgens stukje bij beter groter, daarna kwam er parallelle infrastructuur die nagenoeg alleen door Israëlische bewoners van de nederzettingen mocht worden gebruikt. Complete snelwegen werden aangelegd om gebieden af te snijden zodat deze later bij de nederzettingen konden worden betrokken. Om een nederzetting te bezoeken stapten we tijdelijk over in een anonieme taxi in plaats van de gepantserde Toyota Landcruiser waar we continue mee werden rondgereden. Op de nederzetting keek ik mijn ogen uit. Niks tijdelijks of kleinschaligs. Het zag er allemaal heel degelijk, strak en netjes uit. Het deed mij erg denken aan Amerikaanse voorsteden compleet met winkelcentra, scholen, speelplaatsen en synagogen. Hier woonden ook gewoon hele doorsnee middenklasse Israëli die hier maar de helft betaalde van de huisprijzen dan bijvoorbeeld in het nabijgelegen Jeruzalem. Een van de redenen daarvan is natuurlijk dat de grond ‘gratis’ is maar ook de overheid het doormiddel van belastingvoordelen schijnt te promoten.

Omdat ik als bouwkundig ingenieur ervaring heb met het regelen van bouwaanvragen vroeg ik Yehuda hoe die procedures hier precies werken. Of er sprake was van bestemmingsplannen en inzageprocedures etc. en wie überhaupt de instantie is die de vergunning verleend. Hierop nam hij mij mee naar kantoortje op een achteraf terrein wat onderdeel is van het Israëlische leger waar aan de muur een aantal A0 formaat tekeningen hingen met nieuwe plannen voor nederzettingen, de tekst op de tekeningen was in het Hebreeuws, dus moeilijk te lezen voor de Palestijnse bevolking die het vooral aangaat, hij gaf ook aan dat we niet te veel moeten verwachten van inspraakprocedures.

Bezoek aan Tent of Nations.

Hierna namen we afscheid van Yehuda en gingen we richting de boerderij van Daoud Nasr. Dit zou opnieuw een bijzonder bezoek worden. Allereerst omdat Daoud een Palestijnse Christen is maar ook omdat hij ons kon vertellen over hoe het is als de Israëlische overheid zijn zinnen hebben gezet op de grond die al generaties in bezit is van je familie. Zijn 42 hectare grote boerderij bevindt zich op de laatste heuvel naast Bethlehem die nog niet bebouwd is nederzettingen. Daarvoor voert hij al bijna 35 jaar een juridische strijd die nog steeds niet beslist is terwijl hij in bezit is van eigendomspapieren die nog stammen uit de tijd van het Ottomaanse Rijk, ruim 100 jaar geleden.

De laatste kilometer voor zijn boerderij, naast een nederzetting, moeten wij te voet doen omdat al jaren de weg is geblokkeerd om Daoud dwars te zitten. Hierdoor moet hij 30 minuten rijden naar Bethlehem wat normaliter een ritje is van circa 8 minuten. Voordat ik samen met de Nederlandse vertegenwoordiger het eerste obstakel wil beklimmen worden we aangesproken door 2 Israëli’s militairen die ons komen vragen wat wij komen doen. Ik heb geluk dat de Nederlandse vertegenwoordiger vloeiend Hebreeuws spreekt en ze laten ons daarom ook door. Na later nog 2 obstakels, die schijnbaar nieuw zijn, te hebben overwonnen zie ik een vriendelijke man met zwart/grijs krullend haar ons tegemoetkomen. Zijn boerderij is omgedoopt tot ‘Tent of Nations’ waar hij in het zomerseizoen veel Christelijke Europeanen ontvangt die hem helpen op de boerderij. Hij vertelt ons over de juridische strijd die hij als 35 jaar voert, over hoe hij wordt tegengewerkt. Over de angst die hij heeft over zijn eigen veiligheid aangezien het geweld van kolonisten tegen Palestijnen op de Westerlijke Jordaanoever sinds 7 oktober enorm is toegenomen. Maar hij sluit af dat hij niet verbitterd is, dat zijn grootste opdracht als Christen is om je naaste lief te hebben. Ik hoor dit met verbazing en enorm veel respect aan. Wat kunnen wij veel van deze man leren.

Na een bakje koffie en thee nemen we afscheid en beloof ik hem om zijn verhaal ook in het Nederlandse Parlement onder de aandacht te brengen. We lopen de weg weer terug en overwinnen de 3 obstakels van modder en puin terwijl 2 andere Israëlische militairen ons tegemoet lopen. Vooral 1 van de militairen is meteen vrij agressief en vraagt ons op verwijtende toon wat wij daar te zoeken hebben. Hij beveelt ons onze ID’s te geven en na wat ik later begrijp, want het gesprek is in het Hebreeuws, overweegt hij ons te arresteren omdat we, volgens hem, een verboden weg zouden hebben betreden. Ondertussen komen op een afstandje kleine kinderen uit de nederzetting aanlopen die zwaaien. Ik zwaai maar vriendelijk terug waarop de militair mij toesnauwt ‘Waarom zwaai je naar hen terwijl je net bij hem (wijzend naar de boerderij van Daoud) ben geweest?’. Ik moet eerlijk bekennen dat ik een toch wat verbaasd ben. Het is een totaal andere kant van het Israëlische leger dan ik gisteren heb meegemaakt bij het bezoek aan de Kiboetz. Dit is de kant waarover Yehuda mij vanmorgen dus heeft vertelt. Terwijl de agressieve militair met zijn leidinggevende belt blijft de Nederlandse vertegenwoordiger rustig in het Hebreeuws over koetjes en kalfjes praten met de andere militair die zich zichtbaar een beetje ongemakkelijk voelt. Na bijna een half uur in de koude wind en mist te hebben staan wachten krijgen we uiteindelijk te horen dat we mogen vertrekken, maar wel met een waarschuwing. Dit zou anders zijn aflopen als we geen buitenlanders waren geweest met diplomatiek paspoort.

Na dit bezoek rijden we naar Bethlehem waar ikzelf graag nog een bezoek wou brengen aan de geboortekerk. Waar het normaliter over de hoofden lopen is, is het uitgestorven, net als in Israël blijven ook hier alle toeristen weg en lopen er maar enkele monniken rond. Voor ons nu even fijn, maar voor zowel de Israëlische als de Palestijnse bevolking desastreus.

Na een bakje koffie en thee nemen we afscheid en beloof ik hem om zijn verhaal ook in het Nederlandse Parlement onder de aandacht te brengen.

Donderdag 25 januari - de laatste afspraken.

De laatste dag sloot ik af met een spoed bezoek aan een aantal hotspots van Jeruzalem waaronder de tempelberg en de klaagmuur. Verder had ik nog een paar losse afspraken met Nederlanders die in Israël werken. Mijn taxirit rit terug naar de luchthaven tref ik een Arabische Israelier die blij is eindelijk weer een ritje te hebben omdat de toeristen, die hij normaliter vervoerd, massaal wegblijven. Daarbij vermijden ook telkens meer Joodse medeburgers zijn taxi omdat ze zich bij een Arabische Isrealier niet meer veilig in de auto voelen. Hij denkt na om te emigreren naar Canada omdat hij het heel somber inziet. 

De afgelopen dagen waren voor mij ontzettend verhelderend en de eerste stap die ik nu heb gezet is het ordenen van de indrukken door het schrijven van deze tekst en het delen met u. Dit bezoek heeft mij het nauwelijks te bevatten trauma van de Israëlische bevolking na 7 oktober beter doen begrijpen maar ook het ongelofelijke gevoel van onrecht van veel Palestijnen dagelijks moeten ervaren.

Het doel van mijn reis was beter inzicht krijgen in de echte verhalen achter de ons allen bekende nieuwsfeiten. De werkelijkheid blijkt nog veel weerbarstiger en complexer dan ik al dacht en zorgt voor veel stof tot nadenken.

Er ligt voor ons als CDA een grote verantwoording om met deze kennis verstandige en weloverwogen keuzes te maken. Ons verkiezingsprogramma heet ‘recht doen’. In die woorden schuilt veel. Het is onze opdracht als CDA om te zoeken naar gerechtigheid. En zoals we in het programma schrijven; om een actieve bijdrage te leveren in het Midden-Oosten vredesproces en ons in te zetten voor een tweestaten oplossing. Voor ons is en blijft de tweestatenoplossing de weg naar een duurzame vrede. Maar over de praktische uitwerking, de rolverdeling en het proces, hoe wij als Nederland en de Europese Unie daaraan bij kunnen dragen, zullen we ons opnieuw moeten bezinnen.

De woorden van Daoud, de Palestijnse christen, blijven mij bij: ‘Ik ben geen slachtoffer en ik weiger om een vijand te zijn’.

Met vriendelijke groet,

Derk Boswijk
Tweede Kamerlid van het CDA

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.