Het zal niemand ontgaan: de politie is boos en zeer actie-bereid. Na een jarenlange reorganisatie koersen de politiebonden op een fatsoenlijk loonbod, ze willen dat er een regeling komt voor oudere werknemers en ze eisen meer capaciteit, met name in de basisteams. De minister en de korpschef onderhandelen met de bonden: laten we hopen dat er op korte termijn een goed resultaat komt. Maar is daarmee de kous af?

Het zit de politiemensen hoog. De vorming van de Nationale Politie was goed en noodzakelijk. Ondermijning, de aanpak van cybercrime. Het zijn thema’s waar één Nationale Politie meer antwoord op heeft dan de afzonderlijke korpsen van vóór de reorganisatie. Maar met de vorming van die Nationale Politie zijn grotere verbanden ontstaan, het aantal leidinggevenden is fors gereduceerd, de ondersteuning is ver weg (landelijk) georganiseerd. De ruimte voor individuele politiemensen om vanuit eigen professionaliteit hun werk in te richten is door bureaucratisering en protocollen een stuk minder geworden. Voor de individuele diender is de organisatie killer, zakelijker en anoniemer geworden.

Voeg daarbij het tekort aan personeel. De komende jaren zullen 14.000 agenten het korps vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd verlaten. Veel van hen hebben nu een nachtdienstontheffing of hebben een regeling dat ze twee dagen per week minder werken. De vroeg-laat-nacht-diensten drukken op steeds minder schouders. En dat is zwaar.
De kern van het probleem is dus een te veel aan werkdruk, een te veel aan bureaucratie en een gebrek aan menselijke maat. Een paar voorbeelden. De basisteams van de politie hebben twee leidinggevenden met gemiddeld zo’n 200 politiemensen onder zich. Deze bazen zien hun mensen als ze ziek zijn, als er een klacht is ingediend, als er een negatieve aanleiding is. De teams zijn zó groot dat dienders geregeld eerst even kennis moeten maken met elkaar, voordat ze de straat op gaan. Heb je een personeelsvraag dan moet je click-call-face ver weg met ‘iemand’ contact leggen. Dit zijn zaken – en er zijn er meer – die zich moeten ontwikkelen, maar nu niet bijdragen aan onderling vertrouwen en teamspirit.

Komende donderdag vindt in de 2e Kamer een hoorzitting plaats waarin ingezoomd wordt op de werkdruk, de bureaucratie en op het terugvinden van de menselijke maat binnen de politie. Aanleiding voor deze hoorzitting is een initiatiefnota van mijn hand: Ruimte voor > vertrouwen in > blauw op straat. Vanuit de politiek moeten wij niet alleen zorgen voor goede arbeidsvoorwaarden, maar ook bijdragen aan een goed werkklimaat voor onze politiemensen. Als het op straat onveilig is, dan moet het binnen het bureau juist veilig, vertrouwd en bekend zijn. Dát veranderen zal werkelijk het vertrouwen en het werkplezier terug brengen bij de Nederlandse politieman en –vrouw.

Chris van Dam
CDA Tweede Kamerlid

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.