De zomer van ’22 bracht voor veel mensen niet de rust en ontspanning, waar je in de vakantie op hoopt. Thuis maken velen, waaronder ook jonge gezinnen en ouderen, zich grote zorgen over de steeds hogere rekeningen voor energie en de dagelijkse boodschappen. Boeren kampen met de droogte en de hitte, maar nog meer met de aanhoudende onrust over de stikstofplannen van het kabinet. En in Ter Apel zien we elke dag hoe ons asielstelsel steeds meer spaak loopt.

De samenloop van deze en andere grote vraagstukken maakt dat onze samenleving steeds meer onder hoogspanning staat. De ene crisis volgt op de andere. De impact op het leven van gewone mensen is groot en daarom moeten we aan het begin van dit nieuwe politieke jaar als kabinet en coalitie kijken waar we staan en hoe we de verbinding met de samenleving herstellen.

Als partijleider van het CDA geloof ik in een sterke samenleving. Een samenleving die mensen in staat stelt zelf verantwoordelijkheid te nemen; voor jezelf, je naasten en de wereld om je heen. Om zaken te veranderen hebben we altijd het draagvlak nodig van de samenleving. 

De taak van elke politicus, bewindspersoon of volksvertegenwoordiger is om de grote problemen van nu onder ogen te zien, aan te pakken en daarvoor het draagvlak te organiseren. Dat vraagt om dialoog en verbinding. Om de empathie waarmee je je vanuit Den Haag kunt verplaatsen in de problemen die mensen elke dag ervaren. Daar gaat het vaak mis. De politiek denkt nog teveel top-down, binnen de kaders van de Haagse werkelijkheid en als u het er niet mee eens bent ‘leggen we het u nog wel een keer uit’.

Juist nu we als land te maken hebben met meerdere crises tegelijk, die elkaar steeds sneller opvolgen ligt er een grote verantwoordelijkheid bij ons allemaal. Zeker bij de politiek. We moeten de bakens verzetten: niet vasthouden aan het eigen gelijk, maar openstaan voor het gesprek. Niet vast blijven zitten in eigen belangen of deelbelangen, maar voluit kiezen voor het algemeen belang. Alleen samen kunnen wij de grote vraagstukken van deze tijd aan.

Stikstof
In het stikstofdossier is dat onvoldoende gelukt. Juist in de landbouw kennen we in ons land een eeuwenlange traditie van problemen in gezamenlijkheid aanpakken en oplossen. Het is de basis van het poldermodel. Dat zal ook nu weer moeten. Zonder de provincies en boeren als belangrijkste bondgenoten aan tafel komt het natuurherstel niet van de grond. Met de hakken in het zand kom je geen stap vooruit.

Daarom pleit ik vandaag in een interview in het Algemeen Dagblad voor een herstart. We moeten de boeren en de provincies opnieuw tot bondgenoot maken en de weg van ‘samen’ en ‘dialoog’ herstellen. Ons doelen zijn en blijven natuurherstel (waarvoor 50% reductie nodig is) én een vitaal platteland waarin de boeren een eerlijke boterham kunnen verdienen. Dit is van groot belang voor nu en voor de generaties na ons.

Een herstart betekent dat het kabinet bereid is te luisteren naar de zorgen van boeren en provincies. Zonder dogma’s en zonder taboes. We moeten af van de illusie dat er maar één absolute oplossing is voor het stikstofvraagstuk, er is alleen een absolute voorwaarde: dat we het samen doen.

De gesprekken onder leiding van Johan Remkes zijn een goede eerste stap. Ik vind het dan ook ongehoord dat partijen als de supermarkten niet thuis geven. Zij zijn onderdeel van de keten en moeten daarom ook bijdragen aan de oplossing.

Een herstart zonder dogma’s betekent ook dat 2030 niet heilig is. Ik ben ervan overtuigd dat we op heel veel plekken in het land voor 2030 de doelen voor natuurherstel kunnen bereiken. Daar moeten we vol op inzetten. Als daar elders meer tijd voor nodig is, dan moeten we die ruimte nemen. Het belangrijkste is dat we kunnen beginnen met het herstellen van de natuur en daarvoor moeten we uit deze impasse komen.

We moeten ook af van het idee dat we vanuit Den Haag precies kunnen bepalen wat waar nodig is. Dat moeten we aan de experts, de provincies en de boeren overlaten. Zij kennen de lokale situatie het best. Met een ecologische autoriteit kunnen we objectief vaststellen welke maatregelen lokaal nodig zijn om kwetsbare natuurgebieden te herstellen. Dat geeft een beter zicht op het resultaat en daarmee kunnen we een gemankeerd middel als de KDW uit de wet halen.

Een herstart moet de huidige impasse doorbreken en kan voorkomen dat een verdere polarisatie alleen maar leidt tot stilstand en tijdverlies. Daarmee zijn de natuur, maar ook de boeren, het platteland en de samenleving als geheel niet geholpen.

Koopkracht
Door de stijgende prijzen voor energie en boodschappen dreigt op korte termijn een op de drie huishoudens in betalingsproblemen te komen. Ook dat vraagt van de coalitie om de bakens te verzetten en zeer snel en effectief in te grijpen. Als we te lang wachten komen deze mensen in grote problemen, maar lopen we ook het risico dat de economie als geheel wordt geraakt.

Daarom pleit ik vandaag voor een fors pakket maatregelen, waarvoor tenminste tien miljard euro extra nodig is. Daarmee kunnen we – opnieuw zonder taboes – de lage en middeninkomens tegemoetkomen en voorkomen dat mensen in grotere problemen raken.

Maar ook hier ligt de bal niet alleen bij de overheid. Tijdens de coronacrisis zijn we als samenleving voor veel geld het bedrijfsleven te hulp geschoten met verschillende noodpakketten om kleine en grote bedrijven overeind te houden. Inmiddels maakt driekwart van de bedrijven alweer meer winst dan voor corona. Dan is het terecht dat we nu, in deze crisis van de bedrijven vragen om huishoudens te helpen door de lonen fors te verhogen. Als de bedrijven dat niet doen, moeten we bereid zijn om een solidariteitsheffing te vragen van die bedrijven die door de crisis extra veel winst hebben gemaakt.

Ook in deze uitzonderlijke economische omstandigheden hebben we iedereen nodig: kabinet, sociale partners en bedrijven. We moeten gerichte maatregelen nemen om die mensen die het snelst knel komen te zitten te helpen. Die solidariteit kunnen we alleen met elkaar dragen, als iedereen zijn bijdrage levert.

Asiel
Tenslotte vraagt ook het asiel- en migratievraagstuk dat we als kabinet de bakens verzetten. Al wekenlang zit het aanmeldcentrum in Ter Apel overvol. Daarmee gaat de discussie vooral over hoe we de opvang eerlijk en humaan organiseren. Dat zijn we aan onze stand verplicht.

Maar het echte probleem blijft daarmee in het publieke en politieke debat onderbelicht. Per jaar komt er in Nederland door asiel en migratie een middelgrote stad bij. Dat is in ons land, als een van de dichtstbevolkte gebieden van Europa, onhoudbaar. Mede omdat we geen grip hebben op de aantallen mensen die naar ons land toekomen, piept en kraakt de woningmarkt, is het beroep op publieke voorzieningen als zorg en onderwijs te groot en is het voor veel gemeenten steeds moeilijker om de onderlinge solidariteit op te brengen in de opvang en huisvesting. Het trieste gevolg is dat daarmee het draagvlak voor de opvang van echte vluchtelingen afbrokkelt en de integratie van andere migranten wordt bemoeilijkt.

Daarom moeten we als coalitie op migratie en asiel zonder taboes en oogkleppen forse stappen vooruit durven zetten. We zullen in ons land en in Europa het lastige gesprek aan moeten hoe we de instroom fors beperken. Zeker omdat we weten dat door de geopolitieke ontwikkelingen, maar ook door nieuwe conflicten en klimaatveranderingen wereldwijd steeds meer mensen hun geboortegrond zullen verlaten op zoek naar een veilig of beter leven.

Slot
Het politieke jaar dat voor ons ligt zal geen gemakkelijk jaar worden. Onze belangrijkste opdracht is om de verbinding met de samenleving te herstellen. Dat vraagt van ons allemaal de bereidheid om samen het gesprek aan te gaan om deze grote maatschappelijke opgaven op te lossen. Dat is onze taak en daarom moeten we de bakens verzetten. Dat zijn we aan elkaar, aan ons land en onze samenleving verplicht.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.