06 juni 2023

Honderd jaar vrouwenkiesrecht

Dit artikel, geschreven door Hillie van de Streek, is gepubliceerd in Christen Democratische Verkenningen, zomer 2023

  • In hoeverre verschilt het CDA met de VVD van opvatting als het gaat om een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de politiek en het bedrijfsleven? Een relevante vraag, gezien de actuele politieke discussie over het SER-rapport Diversiteit in de top. De SER meent dat de tijd van vrijblijvendheid wat betreft vrouwen in de top van het bedrijfsleven voorbij is: evenredige vertegenwoordiging zou ‘het nieuwe normaal’ moeten zijn, waarbij de SER ‘voor mannen en vrouwen in ieder geval [streeft] naar een “fifty-fifty” verdeling’.1

Verschillende perspectieven

Verrassend genoeg is een antwoord op deze vraag af te leiden uit twee recent verschenen historische publicaties over honderd jaar vrouwenkiesrecht binnen de VVD en het CDA en hun respectievelijke voorgangers. Afgelopen zomer verscheen De liberale strijd voor vrouwenkiesrecht van Fleur de Beaufort en Patrick van Schie, beiden verbonden aan de Teldersstichting. De Beaufort en Van Schie laten zien dat het bij de liberalen in hun inzet voor vrouwenkiesrecht honderd jaar geleden ging om gelijkberechtiging op individueel niveau. Individuele vrijheid en mensenrechten kwamen zowel mannen als vrouwen toe. Sinds de tweede feministische golf gaat het echter om het streven naar collectieve gelijkheid van mannen en vrouwen, waarbij bovendien in toenemende mate van de overheid wordt verwacht dat deze via wettelijke quota voor vrouwen aan de top of op kandidatenlijsten wordt bewerkstelligd. Zowel de strijd voor collectieve gelijkheid als de idee van overheidsregulering behoort niet tot de liberale filosofie, aldus evalueren beide auteurs in hun terugblik op honderd jaar vrouwenkiesrecht en de liberale politiek (pp. 221-222).

In Wat komen jullie hier doen? zien we daarentegen bij de confessionele partijen een eeuw geleden een overtuigde afwijzing van gelijkberechtiging op individueel niveau, ten gunste van bevestiging van de traditionele, ‘organische’ maatschappelijke structuren.2 Uit deze publicatie blijkt voorts dat de confessionele partijen vrouwen gaandeweg de tijd weliswaar steeds meer als zelfstandige personen met individuele rechten zijn gaan zien, maar toch ook dat de idee van maatschappelijke verbanden en representatie vanuit die verbanden altijd een wezenlijk element van de christendemocratie is geweest, én nog altijd is. De RKSP erkende ‘vrouwen’ als een soort standsorganisatie die naast jongeren, boeren, werkgevers en werknemers een eigen positie in de partij had. En toen vrouwen in de jaren vijftig hun plek opeisten in het partijbestuur van de ARP werden de heren gedwongen zich af te vragen of ze behalve met de kerkelijke en maatschappelijke stromingen nu ook rekening moesten gaan houden met sekse. Ook voormalig partijvoorzitter Ruth Peetoom benadrukt het representatieve element als het gaat om vrouwen in de politiek. Als brede volkspartij vinden we dat alle mensen goed vertegenwoordigd moeten zijn, schrijft zij in haar voorwoord, te beginnen met een evenredig aantal mannen en vrouwen (p. 9). Het zijn deze en andere historisch te herleiden accentverschillen in politieke filosofie en partijcultuur die een parallelle lezing van Wat komen jullie hier doen? en De liberale strijd voor vrouwenkiesrecht zichtbaar maakt. In dit opzicht zijn De Beaufort en Van Schie met De liberale strijd in hun missie geslaagd: inzicht geven in de gedachtewereld van de vroegere liberalen (p. 16).

Flair

Vooral in het tweede hoofdstuk krijgt deze missie gestalte. Uitgebreid en met flair schetsen de auteurs de interne partijdiscussies in de liberale partijen vanaf 1887 tot aan de invoering van het vrouwenkiesrecht in de jaren 1917- 1919. Mede dankzij het optreden van de liberale Aletta Jacobs was er al vroeg steun voor het vrouwenkiesrecht. Maar er was ook weerstand en onderlinge verdeeldheid, onder meer over de kiesrechtuitbreiding in algemene zin, en in het bijzonder over het coalitiebelang en mogelijke electorale gevolgen. Daardoorheen speelden urgente politieke kwesties als het sociale vraagstuk en later de Eerste Wereldoorlog. Tevens manifesteerde de vrouwenbeweging zich gaandeweg sterker, met geschriften, acties en een grote demonstratie in 1916. De liberalen stonden voor een paradox: uitbreiding van kiesrecht zou leiden tot een verzwakte positie ten gunste van de socialistische SDAP en de confessionelen. Vrouwen zouden geneigd zijn te luisteren naar de pastoor en de dominee, met als gevolg, zo voorspelde het Vrij Liberale Kamerlid Frans Drion in 1915, dat het land ‘zeker gedurende een 20-tal jaren’ door de rechtse, confessionele partijen geregeerd zou worden (p. 77). Een voorspelling die uitkwam overigens. Tot aan de Tweede Wereldoorlog kende ons land zonder onderbreking christelijke coalitiekabinetten. Desondanks was het volgens de Vrij Liberale fractievoorzitter Hendrik Dresselhuys in 1918 een ‘democratische eisch’ om in te stemmen met de onmiddellijke invoering van het algemeen vrouwenkiesrecht. Aan de liberale principes diende geen afbreuk te worden gedaan.

Mede dankzij het optreden van de liberale Aletta Jacobs was er al vroeg steun voor het vrouwenkiesrecht

Beeld

De beschrijving van ruim veertig jaar liberale strijd voor het vrouwenkiesrecht wordt verlevendigd met origineel beeldmateriaal en de portrettering van hoofdpersonen uit de vrouwenkiesrechtbeweging als Aletta Jacobs en Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck en van Hendrik Pieter Marchant, de bekend geworden indiener van het wetsvoorstel voor het actief vrouwenkiesrecht in september 1918. Portretten zijn er vervolgens van vrouwelijke Kamerleden, onder wie Johanna Westerman, het eerste liberale vrouwelijke Kamerlid, en latere prominente vrouwen van de VVD als Haya van Someren-Downer en Annelien Kappeyne van de Coppello.

In vergelijking met Wat komen jullie hier doen? is de aandacht voor de rol van vrouwen binnen de VVD en zijn voorlopers echter wat mager. Zo ontbreken cijfers over vrouwelijke leden in raden, Staten en Kamers. De christendemocratie kent wellicht ook een wat rijkere historie. Van Bijsterveld en collega’s beschrijven hoe rond 1918 meerdere christelijke vrouwenorganisaties ontstonden die politieke voorlichting tot doel hadden. Vrouwen organiseerden zich vervolgens ook binnen de partijen. Een voorbeeld is de vrouwengroep De Sleutelbos in de jaren 1930 binnen de RKSP: een groep van ongehuwde vrouwen met een universitaire opleiding die hun plek in de partij opeisten. Binnen de ARP vervulde het Studiecentrum van vrouwelijke antirevolutionairen ruim twintig jaar later een vergelijkbare rol. En in de aanloop naar het CDA waren het de drie vrouwenorganisaties die qua samenwerking het voortouw namen, resulterend in de oprichting van het CDAV in 1973, liefst zeven jaar voor de oprichting van het CDA in 1980.

Internationaal perspectief

Wat De liberale strijd dan weer toevoegt is aandacht voor het denken over vrouwenrechten in de negentiende eeuw in met name Engeland (Harriet Taylor en haar echtgenoot John Stuart Mill) en in Duitsland (Hedwig Dohm). Zeker in de tijd rond 1848, de tijd van burgerlijke strijd voor mensenen grondrechten, kreeg de gedachte van gelijke, individuele grondrechten voor iedere burger aanhang. Ook de ruime aandacht voor de Europese patronen in het vrouwenkiesrecht is een waardevolle bijdrage. Daarbij gaat het niet alleen over de militante suffragettes, maar ook over de Finse nationalisten (v!/m) die vrouwenkiesrecht in 1906 invoerden als onderdeel van hun strijd voor onafhankelijkheid van Rusland. Het Nederlandse verhaal over de invoering van het vrouwenkiesrecht staat niet op zichzelf, zo wordt duidelijk.

In aanloop naar het CDA namen de drie vrouwenorganisaties qua samenwerking het voortouw

Het maakt deel uit van de tumultueuze ontwikkelingen in het Europa van rond 1900, gekenmerkt door snelle industrialisatie, opkomend nationalisme en een streven naar onafhankelijkheid, de wervingskracht van het socialisme en een desastreuze Eerste Wereldoorlog.

Noten

  • 1.Sociaal-Economische Raad, Diversiteit in de top. Tijd voor versnelling. Deel I: Samenvatting & Visie raad op gender en culturele diversiteit (advies 19/12). Den Haag: SER, september 2019, p. 3.
  • 2.Sophie van Bijsterveld en Hillie van de Streek (red.), Wat komen jullie hier doen? Vrouwenkiesrecht tussen geloof, politiek en samenleving, 1883-2018. Nijmegen: Valkhof Pers, 2018.

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.