
11 mei 2026
11 mei 2026 1 minuten lezen
Tijdens het Lubbers Symposium hield minister van Binnenlandse Zaken Pieter Heerma een pleidooi voor het versterken van het democratisch ethos in Nederland. Volgens Heerma staat democratie wereldwijd onder druk en vraagt zij niet alleen om sterke instituties, maar vooral om betrokken burgers en verantwoordelijke politiek.

In zijn toespraak verwees Heerma naar de tijd van Ruud Lubbers, die voor hem symbool stond voor stabiliteit en vertrouwen in de politiek. Dat vertrouwen staat vandaag onder druk. Steeds minder mensen hebben het gevoel dat de politiek er ook voor hen is. Tegelijkertijd ziet Heerma wereldwijd autocratische tendensen toenemen. “Democratie is geen natuurwet,” stelde hij. “Je kunt haar erven, maar ook verliezen.”
Volgens de minister begint democratie niet bij regels of procedures, maar bij de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Hij waarschuwde voor toenemende polarisatie en verharding in het publieke debat, waarbij politieke tegenstanders steeds vaker als vijanden worden gezien. Dat raakt volgens Heerma niet alleen politici en bestuurders, maar uiteindelijk de samenleving als geheel.
Tegelijkertijd sprak Heerma hoopvol over de kracht van de samenleving. Hij noemde voorbeelden van bewonersinitiatieven, zorgcoöperaties en burgerberaden waarin mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving en samen oplossingen zoeken. Juist daar ziet hij het democratisch ethos in de praktijk. “Democratie vraagt onderhoud, oefening en betrokkenheid,” aldus Heerma. “Van burgers én overheid.”
Ruud Lubbers was de premier van mijn jeugd.
Vanaf het moment dat ik ging nadenken over politiek, was hij de constante factor.
En dat zegt iets over die tijd.
Natuurlijk waren er politieke verschillen.
Natuurlijk waren er zorgen.
Maar er was ook stabiliteit.
We vertrouwden op de politiek en het democratisch systeem, meer dan nu.
En de stem van Lubbers hoorde daar voor mij bij.
Want ik groeide op in een politiek gezin. Mijn vader was staatssecretaris.
En dus kon het voorkomen dat ik thuis de telefoon opnam. En dat ik dan opeens Ruud Lubbers aan de lijn had, die vroeg of mijn vader thuis was.
Dat is natuurlijk geen doorsnee-ervaring.
Maar ik denk dat veel aanwezigen hier dichter bij de politiek staan dan de gemiddelde Nederlander.
Voor veel mensen buiten deze zaal voelt Den Haag en de politiek soms ver weg.
Misschien wel verder dan wij ons kunnen voorstellen.
Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft minder dan de helft van de Nederlanders nog vertrouwen in de Tweede Kamer en de regering.
Volgens een peiling van Ipsos heeft zelfs nog maar één op de drie mensen het gevoel dat de politiek er ook voor hen is.
En we moeten deze cijfers serieus nemen.
Want veel Nederlanders zijn echt bezorgd.
En dat gaat over meer dan alleen vertrouwen in politici.
Het gaat over iets groters.
Lange tijd leek de democratie iets vanzelfsprekend.
Bijna als de lucht die je inademde.
Maar we leven nu in een tijd waarin autocratische krachten wereldwijd de wind in de rug hebben.
Dat blijkt ook uit onderzoek: democratieën staan wereldwijd onder druk en het aantal landen met autoritaire leiders neemt de laatste jaren toe.
Daardoor wordt steeds duidelijker: democratie is geen natuurwet. Je kunt haar erven, maar ook verliezen.
Uiteindelijk kan geen enkele grondwet, geen enkele rechter en geen enkel parlement een democratie overeind houden.
Dat kan alleen als mensen die democratie ook zelf willen dragen.
Henri Bontenbal gebruikt daarvoor vaak de term democratisch ethos. Het besef dat democratie uiteindelijk niet alleen zit in instituties, maar ook in onszelf.
In de manier waarop we met verschillen omgaan.
In de bereidheid om jezelf soms te begrenzen.
Om verlies te accepteren.
En om mensen met een fundamenteel andere mening niet weg te zetten als vijand.
Want democratie is uiteindelijk meer dan alleen de vraag wie de meerderheid heeft.
Het begint bij een fundamenteler idee: dat ieder mens waardigheid heeft.
Dat niemand minder rechten heeft vanwege afkomst, geloof of overtuiging.
En dat we elkaar daarom, ook bij grote verschillen, blijven zien als medeburger.
Want vraagt democratie niet alleen iets van instituties, maar ook van onszelf.
En juist daarom doet het ertoe hoe wij ons in de politiek gedragen.
Want mensen kijken naar Den Haag
Daar moeten de oplossingen vandaan komen.
Maar helaas zien ze daar niet altijd het goede voorbeeld, maar politici die tegenover elkaar staan, die elkaar overschreeuwen in het debat.
En daarbij gaat het steeds vaker niet over het standpunt, maar over de persoon.
De tegenstander wordt een vijand.
En dat kan overslaan naar de samenleving.
Aan het begin van mijn termijn als minister van Binnenlandse Zaken heb ik me voorgenomen: als bestuurders en raadsleden bedreigd worden, bel ik ze zelf.
En ik kan u vertellen: dat heb ik vaker moeten doen dan me lief is.
Wat ik hoor in die gesprekken gaat ver.
Een raadslid dat op een verkiezingsposter ziet dat er kogels in haar gezicht getekend zijn. Een wethouder die op straat wordt achtervolgd en bedreigd.
Dat zijn niet alleen bedreigingen aan deze mensen, het raakt ons allemaal.
Het is een bedreiging aan de democratie.
Die vraagt om wat ik zelf noem: centrumzoekende krachten
Om mensen die elkaar vinden in het midden, juist als het moeilijk wordt.
Want de alternatieven zijn niet aantrekkelijk.
Als compromis een vies woord wordt, blijven er maar twee uiterste opties over:
chaos of de wil van de sterkste. Oftewel: anarchie of barbarij.
Dat laat zien hoe belangrijk democratisch ethos is. De manier waarop we met elkaar omgaan, bepaalt uiteindelijk ook in wat voor samenleving we leven.
En we kunnen het ons niet veroorloven om alleen maar te praten over democratisch ethos.
Rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema schreef daar onlangs iets treffends over in NRC:
Democratisch ethos vraagt om meer dan een gloedvol betoog.
Het vraagt om handelen.
En juist daarover ben ik hoopvol, want om me heen zie ik dat democratisch ethos ook heel tastbaar kan zijn.
Op heel veel plekken is het sterk aanwezig in de haarvaten van onze samenleving. Steeds meer mensen steken zelf de handen uit de mouwen.
Om hun buurt beter te maken. En om samen problemen op te lossen.
Dat begint vaak klein. Zo klein dat je het misschien niet meteen herkent als iets dat de democratie vooruit helpt.
Neem de Afrikaandermarkt in Rotterdam.
Daar zagen bewoners elke dag hoe het afval zich opstapelde.
Tasjes, karton, resten van de markt, het bleef liggen en waaide rond.
En op een gegeven moment dachten ze: als niemand het oplost, dan doen we het zelf.
Ze klopten aan bij de gemeente met de vraag: mogen wij dit oppakken?
En de gemeente liet het toe.
Na afloop van de markt lopen de buurtbewoners nu met prikkers over het terrein.
Ze verzamelen het afval en brengen het naar de containers.
Net zo lang totdat het plein schoon is.
Week na week.
En dit soort initiatieven zie je op steeds meer plekken.
Bewoners die zelf verantwoordelijkheid nemen en taken overnemen van de gemeente: in buurthuizen, parken, en op sportvelden.
Ik vind dat iets prachtigs: het gevoel dat je samen verantwoordelijk bent voor je omgeving. Dat is democratie in haar meest directe vorm.
Maar tegelijkertijd kan het ook schuren.
Want de politiek weet er niet altijd raad mee.
Soms hebben overheden de neiging om initiatief vanuit de samenleving te veel te sturen.
Mensen die gewoon iets goeds willen doen voor hun buurt, krijgen opeens formulieren, voorwaarden en regels op hun bord.
Ze moeten plannen schrijven, aan allerlei eisen voldoen en langs verschillende loketten.
En voor je het weet haken mensen dan af.
Dat is voor mij het echte leerpunt.
We hebben geen gebrek aan betrokken burgers, of aan democratisch ethos.
We hebben een overheid die het soms moeilijk vindt om initiatieven niet over te nemen, maar ruimte te gunnen aan mensen.
Als dat wel lukt, is er veel meer mogelijk dan we vaak denken.
Neem Austerlitz, een dorp van zo’n 1700 inwoners.
Daar zagen oudere bewoners dat ze voor zorg alleen terechtkonden bij instellingen buiten het dorp.
Dus zijn ze het zelf gaan regelen.
Het begon klein.
Vrijwilligers die ritjes naar het ziekenhuis verzorgen.
Die hielpen met klusjes in huis als dat even niet meer ging.
Maar het bleef daar niet bij.
Het groeide uit tot een zorgcoöperatie die zelf zorgwoningen laat bouwen
En waar inmiddels bijna de helft van het dorp bij is aangesloten.
De gemeente ondersteunde met subsidie, maar liet het initiatief bij de bewoners.
En dat werkt.
Want zij kennen elkaar.
Ze zien wie hulp nodig heeft.
En zij zorgen dat die er ook komt.
En Austerlitz staat niet alleen.
Er zijn inmiddels meer dan 300 van dit soort zorgcoöperaties in Nederland.
Daarmee zeg ik niet dat mensen alles maar zelf moeten oplossen.
We hebben een overheid nodig die meedenkt en bijspringt waar nodig,
maar die niet alles dichttimmert met regels,
Zodat er ruimte overblijft om samen problemen op te lossen.
Want uiteindelijk is dat ook democratisch ethos.
Niet alles van bovenaf willen bepalen, maar erop vertrouwen dat mensen samen verantwoordelijkheid kunnen dragen.
Ik moet daarbij vaak denken aan Jan de Koning, een man die dichtbij Lubbers stond.
Hij zei: we moeten mensen zo aanspreken dat ze bereid zijn een meter verder te gaan dan ze van nature geneigd zijn te doen.
Dat kan alleen als wij als politici mensen ook die meter ruimte geven.
Niet alles zelf willen bedenken, maar ook durven loslaten.
Maar daar houdt het natuurlijk niet op.
We zullen het democratisch ethos ook actief moeten versterken.
Want een democratie vraagt onderhoud, oefening en betrokkenheid.
En dat vraagt ook iets van de overheid.
Een mooi voorbeeld zijn de burgerberaden die we vanuit BZK mede-organiseren. Een groep gelote burgers verdiept zich dan gezamenlijk in een ingewikkeld vraagstuk.
Daar zie je mensen die het oneens zijn, maar toch blijven luisteren naar elkaar in diepe gesprekken. En dan ontstaan er soms oplossingen die in de politiek niet voorstelbaar zijn.
In Ierland heeft zo’n burgerberaad een doorbraak geforceerd op een van de meest gevoelige onderwerpen die er zijn: abortus.
Onlangs zat ik zelf bij een groot burgerberaad over klimaat. En wat mij vooral opviel: deelnemers kregen meer begrip voor mensen met een andere mening. Ze kwamen tot de conclusie dat je het niet met elkaar eens hoeft te zijn om toch samen verder te komen.
En zo zijn er meer manieren waarop we democratisch ethos kunnen versterken.
Door meer aandacht te geven aan burgerschap en democratische vorming, juist ook bij jonge generaties.
Door plekken te ondersteunen waar mensen elkaar ontmoeten, en verantwoordelijkheid nemen, zoals buurthuizen en verenigingen.
En door onze democratie weerbaarder te maken tegen polarisatie en desinformatie, zodat feiten en open debat overeind blijven.
Want democratie blijft niet vanzelf bestaan.
We hebben haar geërfd, maar we zullen haar ook samen moeten onderhouden.
Dat vraagt om ruimte, maar ook om handelen.
Van burgers én overheid.
Want uiteindelijk is het ook mijn taak als minister om ervoor te zorgen dat democratisch ethos meer is dan een gloedvol betoog hier in Den Haag.
Dank u wel.

11 mei 2026

08 mei 2026

05 mei 2026