CDA | Elles: Verlaging maximumdagloon is steen op de maag

11 maart 2026 1 minuten lezen

Elles: Ver­la­ging maxi­m­um­dag­loon is steen op de maag

Bij de behandeling van de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze week heeft Kamerlid Elles van Ark eerlijk gezegd dat de verlaging van het maximumdagloon ”een steen op de maag is” voor het CDA.

Het nieuwe kabinet investeert wat het CDA betreft terecht in een leven lang ontwikkelen en wordt ingezet op een stelsel van sociale zekerheid dat de focus legt op goede en snelle begeleiding naar werk. En dat ondersteunt bij het combineren van werk met andere verantwoordelijkheden, in gezin, voor familie of in de samenleving.

Het is belangrijk samen te werken aan een evenwichtig, uitlegbaar en betaalbaar systeem van sociale zekerheid.

Elles van Ark

Het CDA vindt dat overheid, werkgevers en werknemers alle drie een deel van de oplossing zijn bij toekomstige stelselherziening. Daarom is het ook zo belangrijk dat iedereen aan tafel komt, zodat samengewerkt wordt aan een evenwichtig, uitlegbaar en betaalbaar systeem van verzekeringen. Waarbij de maatregelen juridisch houdbaar zijn, er handelingsperspectief is voor mensen, goede informatievoorziening en overgangsrecht waar nodig.

Lees hier de hele inbreng van Elles

Voorzitter,

Onze arbeidsmarkt is sterk veranderd: werkgevers staan te springen om talent en technologische ontwikkelingen veranderen het werk en de vaardigheden die daarvoor nodig zijn. Dat biedt kansen, juist ook voor mensen die aan de zijlijn staan of een nieuwe stap willen zetten. Daarom investeert het nieuwe kabinet wat ons betreft terecht in een leven lang ontwikkelen en wordt ingezet op een stelsel van sociale zekerheid dat de focus legt op goede en snelle begeleiding naar werk. En dat ondersteunt bij het combineren van werk met andere verantwoordelijkheden, in gezin, voor familie of in de samenleving.  

Ik wil daarom vandaag 3 punten aansnijden: een houdbaar stelsel van sociale zekerheid, een toekomstbestendige arbeidsmarkt en de combinatie van werk en zorg.  

Het CDA vindt dat iedereen moet kunnen meedoen. Werk betekent meer dan inkomen: het biedt structuur, sociale contacten en eigenwaarde. Tegelijk kunnen mensen te maken krijgen met risico’s zoals ziekte of arbeidsongeschiktheid. Daarom hebben we een solidair stelsel van sociale zekerheid.  

Maar dat kan alleen houdbaar blijven als het begrijpelijk en uitvoerbaar is. Juist daar zien we problemen: de WIA is te complex geworden, de instroom neemt toe en de uitvoering bij het UWV loopt vast. Ook bij de WW komt de beweging van werk naar werk nog onvoldoende op gang. Op de korte termijn moet de druk van de ketel, en het afschaffen van de IVA voor nieuwe gevallen kan daarbij helpen. Maar op de langere termijn moeten we echt meer gaan richten op preventie en duurzame inzetbaarheid.  

Wij zijn dan ook blij met de extra middelen voor leven lang ontwikkelen, die we wat ons betreft heel gericht gaan inzetten voor de groepen die dit het hardste nodig hebben. Mijn vraag daarbij aan de minister is: Hoe wil de minister zorgen dat leven lang ontwikkelen echt een centrale plaats krijgt in het arbeidsmarktbeleid? En wil hij dit ook expliciet meenemen in de gesprekken met sociale partners? Ziet de minister ook dat dit een belangrijk onderdeel van CAO’s kan zijn, met name bij zware beroepen?   

Want voorzitter, het CDA vindt dat overheid, werkgevers en werknemers alle drie een deel van de oplossing zijn bij toekomstige stelselherziening. Daarom is het ook zo belangrijk dat iedereen aan tafel komt, zodat samengewerkt wordt aan een evenwichtig, uitlegbaar en betaalbaar systeem van verzekeringen. Waarbij de maatregelen juridisch houdbaar zijn, er handelingsperspectief is voor mensen, goede informatievoorziening en overgangsrecht waar nodig. Deelt de minister deze randvoorwaarden?  

Daarbij willen we extra aandacht vragen voor het maximum dagloon en de verlaging daarvan. Voor onze fractie is dit een steen op de maag, daar moeten we eerlijk over zijn. We willen dan ook graag snel duidelijkheid van de minister in hoeverre dit juridisch houdbaar is voor bestaande gevallen. En zo niet, hoe ziet de minister overgangsrecht voor zich, en geldt daar volgens hem uitgestelde of eerbiedigende werking? Met andere woorden, beschermt de minister bestaande gevallen helemaal of alleen tijdelijk? Want dit gaat om mensen die niet in staat zijn om de terugval in inkomen bij te verdienen, terwijl hun vaste lasten hetzelfde blijven. Graag een reactie van de minister.  

Voorzitter, het pensioenakkoord blijft wat het CDA betreft ook van groot belang. De transitie naar een toekomstbestendig pensioenstelsel is in volle gang. Daarnaast heeft het kabinet aan sociale partners heeft aangegeven dat nu een pas op de plaats wordt gezet wat betreft het voornemen om de 1-1 de koppeling van de AOW aan de levensverwachting vanaf 2033 in te voeren.   

Het CDA vraagt de minister op welke wijze hij nu verder het gesprek wil voeren over de AOW en het pensioenstelsel. En over duurzame inzetbaarheid. Dat probleem speelt nu ook al. Mensen die een zwaar beroep hebben kunnen datzelfde beroep niet tot hun 67e volhouden, maar moeten op tijd een andere rol krijgen ofwel opgeleid worden voor een ander beroep. Wij denken dat hier sociale partners een belangrijke rol hebben om over mee te denken en dat dit ook nu al kan gebeuren. Dit coalitieakkoord trekt extra geld uit voor leven lang leren en gaat juist investeren de transitie van werk naar werk.   

Voor het CDA is ook belangrijk: hoe zorgen we ervoor dat onze jongeren straks ook een AOW krijgen? Dat vraagt dat we blijvend moeten nadenken over het stelsel, niet alleen voor nu maar ook voor de generatie na ons. Mijn vraag is daarom: is de minister bereid om ook jongeren te betrekken bij de AOW? Het SER heeft bijvoorbeeld een Jongerenplatform. Ziet de minister een rol voor dit platform of is hij bereid naar andere vormen te kijken om jongeren te betrekken bij de toekomst van de AOW? 

Gelukkig is er ook nog wat laaghangend fruit als het gaat om de AOW. Een belangrijke vereenvoudiging die het kabinet wil doorvoeren is voor ons ook het harmoniseren van de 21 leefvormen in de AOW, omdat die het stelsel nu onnodig complex maken. Met als bijeffect dat mensen een financiële drempel kunnen ervaren om samen te gaan wonen, terwijl we juist alle woningen nodig hebben. Is de minister bereid om dit zo snel mogelijk op te pakken? Wat is daarvoor nodig?   

Voorzitter, dan ga ik over naar de arbeidsmarkt.  

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het SER-advies over het arbeidsmarktpakket wordt uitgevoerd. Voor ons zijn daarbij meer zekerheid voor flexwerkers, een crisisregeling voor personeelsbehoud en wetgeving voor het tweede ziektejaar belangrijk. Kan de minister aangeven wanneer we deze laatste twee wetsvoorstellen kunnen verwachten?  

Ook willen we snel een betere aanpak tegen schijnzelfstandigheid, onduidelijke regels en verschillen in bescherming tussen werknemers en zelfstandigen. Het is daarom positief dat de minister nu het rechtsvermoeden bij de Kamer heeft ingediend. Kan de minister het tijdspad van de zelfstandigenwet schetsen en sociale partners betrekken bij de verdere uitwerking? 

Voorzitter, ik kom op mijn laatste punt: de combinatie van werk, zorg en inzet voor de samenleving.   

Voor het CDA zijn gezinnen het fundament van de samenleving. Beleid rond werk en gezin is daarom niet alleen economisch, maar ook sociaal en maatschappelijk van belang: hoe beter gezinnen worden ondersteund bij het combineren van werk, zorg en scholing, hoe sterker de samenleving.  

Daarom zijn wij blij met de extra steun en vereenvoudiging van de kindregelingen in het coalitieakkoord. En voor een goed evenwicht tussen werk en zorg is ook een goed verlofstelsel essentieel. Kan de minister bevestigen dat het wetsvoorstel tot vereenvoudiging, dat gebaseerd is op het SER-advies, nog steeds per 1 juli 2027 in werking moet treden? En kan hij ook toezeggen dat hij daarbij speciale aandacht heeft voor het recente SER-advies voor versterking van mantelzorgers?  

Voorzitter, tot slot. Ook toegankelijke en betaalbare kinderopvang is essentieel voor ondersteuning van gezinnen. Om het nieuwe stelsel van ‘bijna’ gratis kinderopvang zo goed mogelijk vorm te geven, willen wij dat bij het wetsvoorstel een nadere impactanalyse wordt meegestuurd. Deze analyse moet inzicht geven in de impact van het voorgenomen stelsel, voor ouders, ondernemers en het aanbod, waarbij ook de aanwijziging als Dienst van Algemeen Economisch Belang wordt meegenomen. Is de minister hiertoe bereid? De toegankelijkheid van kinderopvang raakt niet alleen ondernemers, maar vooral jonge ouders, die er nu al kopzorgen van hebben. Juist daarom is het van groot belang dat het stelsel zorgvuldig wordt hervormd, zodat ouders er niet door in de knel komen. 

Lees
ver­der