
28 mei 2026
29 mei 2026 1 minuten lezen
Deze week uitte Tweede Kamerlid Jeltje Straatman in De Telegraaf haar zorgen over de online radicalisering van onze jongeren.

Steeds meer jongeren belanden via enkele klikken in chatgroepen waarin ze elkaar opjutten met extreme beelden en waar geweld de normaalste zaak van de wereld is. Wat begint met nieuwsgierigheid, eindigt steeds vaker in verharding en radicalisering.
Zet in op preventie en haal extremistisch materiaal zo snel mogelijk offline.
Jeltje Straatman
Op Telegram radicaliseert een nieuwe generatie. En Nederland loopt achter.
Een paar klikken op Telegram of Discord zijn tegenwoordig genoeg om terecht te komen in een digitale onderwereld vol executievideo’s, martelingen, mishandelingen en extremistische propaganda. Geweld circuleert daar alsof het entertainment is. Op dezelfde platforms waar ook Nederlandse jongeren dagelijks actief zijn.
In gesloten chatgroepen worden jongeren opgejut om steeds extremere beelden te bekijken, te verspreiden en elkaar te overtreffen. Geweld levert status op. Vernedering wordt een spel. Hoe schokkender de content, hoe groter het aanzien binnen de groep.
De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid waarschuwde recent opnieuw voor het zogenoemde COM-netwerk: online groepen waarin jongeren elkaar aanzetten tot geweld, afpersing, zelfbeschadiging en vernedering. Experts spreken van een “salad bar” van ideologieën waarin jihadisme, neonazisme, vrouwenhaat en sadisme door elkaar lopen. De constante factor: fascinatie voor geweld.
Juist voor deze nieuwe vorm van online radicalisering hebben we een eigen volwassen aanpak nodig.
We hebben in Nederland jarenlang geïnvesteerd in terrorismebestrijding, in veiligheidsdiensten en in lokale aanpakken van radicalisering. Maar terwijl online extremisme razendsnel verandert, blijven overheid en platforms worstelen met definities, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Neem bijvoorbeeld de Autoriteit Terrorismebestrijding en Kinderpornografische materiaal (“ATKM”). De ATKM mag terroristisch en kinderpornografisch materiaal laten verwijderen, maar kan nauwelijks optreden tegen andere vormen van schadelijke extremistische content. Daardoor ontstaat ruimte waarin jongeren steeds verder kunnen wegzakken in online geweldsculturen zonder dat er effectief wordt ingegrepen.
Het kan niet zo zijn dat de overheid blijft toekijken bij evident schadelijke extremistische content waarover we al jaren praten, maar waarop nog altijd onvoldoende wordt gehandeld. Neem de zogenoemde gore content: extreem gewelddadige beelden van executies, martelingen, zelfverminking of sadistische mishandelingen die online massaal worden gedeeld voor shockeffect of vermaak. Jongeren raken er steeds verder in verstrikt. Wat begint met nieuwsgierigheid, eindigt steeds vaker in verharding en radicalisering.
Het bewust verspreiden van extreem gewelddadige gore content zou strafbaar moeten worden. Die strafbaarstelling werkt normerend en beschermend én geeft bevoegde instanties, zoals de ATKM, het juridisch haakje om de mogelijkheid te krijgen om dit soort materiaal offline te halen wanneer duidelijk is dat het wordt gebruikt voor radicalisering, verheerlijking van geweld of intimidatie.
Ook extremistische manifesten verdienen een veel hardere aanpak.
Manifesten van terroristen zoals Anders Breivik circuleren nog altijd vrij toegankelijk online. Niet als historische documenten, maar als inspiratiebron voor nieuwe extremisten. De terrorist van Christchurch verwees expliciet naar Breivik. De dader van de racistische aanslag in Buffalo nam passages over uit eerdere terroristische manifesten.
Onderzoekers van extremismeplatform GNET concludeerden in 2024 dat Breiviks manifest nog altijd actief circuleert binnen extreemrechtse online netwerken en dient als inspiratiebron voor nieuwe terroristen.
We moeten stoppen met doen alsof dit neutrale documenten zijn. In de praktijk functioneren ze als digitale handboeken voor geweld en radicalisering.
In plaats van te blijven hangen in discussies over de exacte definitie van ‘extremisme’, moeten we veel gerichter optreden tegen online radicalisering. Strafbaarstelling van het verspreiden van evident extremistische content is daarin een noodzakelijke eerste stap. Want zolang overheid, politiek en techplatforms achter de feiten aan blijven lopen, radicaliseert online ongemerkt een nieuwe generatie.