
11 september 2026
17 september 2026 10 minuten lezen
Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen hield politiek leider Henri Bontenbal een verhaal over samenwerken en de noodzaak om naast elkaar te gaan staan omdat dit minderheidskabinet niet zonder kan.

Voorzitter,
Als we niet naast elkaar staan, komen we tegenover elkaar te staan.
Dat is de kern van mijn boodschap vandaag.
We staan op een tweesprong, als samenleving en als politiek.
Van buitenaf wordt onze veiligheid bedreigd.
Van binnenuit wordt onze democratie aangetast.
De uitdagingen waarvoor we staan, zijn enorm. Daarom:
Als we niet naast elkaar staan, komen we tegenover elkaar te staan.
Voorzitter,
We zouden kunnen denken dat er nog een derde optie is.
Die derde optie zou dan zijn dat we niet naast en niet tegenover elkaar, maar los van elkaar komen te staan.
Dat we ons onverschillig naar anderen gedragen en denken dat we dat nog wel een tijd met elkaar kunnen uithouden.
Ik denk dat deze optie niet bestaat. Individualisme leidt tot egoïsme en daardoor komen we uiteindelijk alsnog tegenover elkaar te staan.
Voorzitter,
Ik ben ervan overtuigd dat de meeste Nederlanders willen dat we naast elkaar gaan staan.
Tegelijkertijd zijn veel mensen ook bezorgd.
Bezorgd over de stijgende kosten voor het levensonderhoud.
Bezorgd over het doorgeslagen individualisme in ons land.
Bezorgd over de agressie die we op straat, in de bus en in de tram, en tijdens demonstraties zien.
Bezorgd over de winst van de AfD in Duitsland en de opkomst van radicale politiek.
Bezorgd over de komst van migranten en de verandering van wijken.
Bezorgd over de agressie van Rusland richting Europa.
Bezorgd over een snelle klimaatverandering en de impact op de wereld.
Bezorgd over de toekomst van het bedrijf of de boerderij.
Bezorgd over de Nederlandse politiek.
Voorzitter,
Veel mensen kijken dan ook naar Den Haag, naar ons.
Voordat ik dieper inga op de Miljoenennota en onze visie op Nederland, wil ik daarom hier eerst reflecteren op de afgelopen weken.
Want ik kan hier niet doen alsof de totstandkoming van de begroting een vlekkeloos proces was.
Het minderheidskabinet is een nieuwe stap in de parlementaire geschiedenis van Nederland.
Een minderheidskabinet vraagt om een verandering in de politieke cultuur in ons parlement.
Een cultuuromslag waarin er vanuit het kabinet meer openheid en flexibiliteit is ten aanzien van de wensen vanuit het parlement.
Een cultuuromslag waarin er vanuit de coalitie en oppositie de bereidheid is te onderhandelen over een compromis waarmee het land verder komt.
Wat het CDA betreft hoort daar ook bij dat het kabinet de samenwerking zoekt met het maatschappelijk middenveld, de ‘polder’, medeoverheden en brancheverenigingen.
Voor het kabinet en de coalitiepartijen geldt daarom dat zij steeds in gesprek moeten blijven met oppositiepartijen en met een open houding naar de wensen van de oppositie moeten luisteren.
Van oppositiepartijen mag verwacht worden dat zij bereid zijn te onderhandelen met de regering en de coalitiepartijen over begrotingen en beleid, vanuit het besef dat ons land alleen verder komt als er wordt samengewerkt.
Waar staan we nu? Ik zie een gemengd beeld.
Het kabinet is er niet in geslaagd met een begroting te komen die op voorhand steun heeft in beide Kamers. Dat vind ik jammer, dat had ik graag anders gezien.
Wel bevat de begroting een goede handreiking naar de oppositie en naar de polder.
Ik denk dat het kabinet met deze begroting een oprechte poging heeft gedaan naar de wensen van de oppositie te luisteren.
Deze begroting biedt een opening naar de sociale partners om opnieuw aan tafel te komen om te gaan onderhandelen over een sociaal akkoord.
De les die we moeten leren, is dat de voorbereiding naar een begroting meer tijd en overleg vraagt dan gebruikelijk bij een meerderheidskabinet; meer overleg binnen en buiten de coalitie.
Wat het CDA betreft zoekt het kabinet naar een stabiele meerderheid in beide Kamers voor de begrotingen.
Mijn vraag aan de minister-president is:
Hoe gaat hij de komende weken op zoek naar deze stabiele meerderheden en welke stappen zet het kabinet om het overleg met de polder weer op gang te krijgen?
Ik verwacht dat hij en andere bewindspersonen hun agenda’s komende weken leegvegen en prioriteit geven aan het gesprek met de oppositie en de polder. Dat heeft nu prioriteit.
Voorzitter,
Ook de Nederlandse politiek dreigt, als we niet oppassen, vooral een permanente campagne te worden.
Ook in ons parlement zien we een trend van polarisatiepolitiek, waarbij er niet meer gezocht wordt naar het algemeen belang, maar alleen de wensen van de eigen achterban worden vertolkt.
Daar moeten we niet naartoe, voorzitter, omdat het uiteindelijk de slagkracht van onze politiek kapot maakt en Nederland schiet er niets mee op.
Laten we niet tegenover elkaar komen te staan, maar laten we naast elkaar staan.
Daarom opnieuw de uitnodiging aan de oppositie en de polder, de vakbonden: kom aan tafel, praat mee, onderhandel over de toekomst van Nederland.
Niemand zal begrijpen als we allemaal in onze loopgraaf blijven zitten.
Nederland verwacht van ons dat we aan de slag gaan en bereid zijn over onze schaduw heen te stappen.
Het CDA is daartoe bereid.
De eerste zin in de Miljoenennota luidt:
“De kracht van Nederland ligt in het vermogen samen te werken.”
Dit minderheidskabinet kan niet zonder goede samenwerking met de oppositie en met de polder.
Voorzitter,
Dan de inhoud van de begroting.
Het CDA heeft er op ingezet dat deze begroting een serieuze handreiking zou zijn naar de oppositie en de polder.
Ik denk dat deze begroting deze serieuze handreiking is.
Het kabinet biedt in deze Miljoenennota een duidelijke opening om tot een sociaal akkoord te komen.
Een aantal maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid is geschrapt of uitgesteld:
De AOW-maatregel is van tafel. Op lange termijn een bezuiniging van 2,8 miljard per jaar die definitief van tafel is.
De verhoging van het maximum dagloon is van tafel. Dat is opnieuw bijna een miljard aan bezuinigingen dat nu is geschrapt.
De compensatie transitievergoeding, de verkorting van de WW en de tegemoetkoming arbeidsongeschiktheid worden met één jaar uitgesteld.
Het kabinet heeft hiermee een handreiking gedaan aan een breed gevoelde wens in de Kamer en van sociale partners.
De opgave om de sociale zekerheid en arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken, blijven echter bestaan. Daarover moeten we praten.
Niemand moet willen dat er straks één miljoen mensen in de WIA zitten en langs de kant staan. Dat is voor niemand goed en zeker niet voor de jonge mensen die nu massaal in de WIA belanden.
Voorzitter,
Naast de wensen van de oppositie en de polder is een aantal andere maatregelen belangrijk voor het CDA.
We willen dat dit kabinet een aantal grote problemen in ons land oplost.
We willen de woningnood oplossen, Nederland van het stikstofslot halen, investeren in de nieuwe economie, investeren in onze veiligheid en het migratievraagstuk aanpakken.
Voorzitter,
Ik wil daarnaast nog X maatregelen die voor het CDA belangrijk zijn en waarop we hebben ingezet.
1.
Komend jaar De komende jaren zetten we de eerste stap naar een meer vaste financiële ondersteuning van gezinnen, zodat zij daaraan meer zekerheid kunnen ontlenen.
Dat betekent dat gezinnen meer kinderbijslag krijgen volgend jaar.
Structureel geld gaat naar de ondersteuning van kwetsbare gezinnen via het programma Kansrijke Start.
2.
Komende jaren investeren we weer in de samenleving, in wat ons bindt.
Dat betekent dat we een Gemeenschapsfonds oprichten om ontmoetingsplekken en maatschappelijke initiatieven te ondersteunen op gebieden waar het minder gaat.
Structureel geld gaat maatschappelijke weerbaarheid, waarmee we ook investeren in het sociaal weefsel van lokale samenlevingen doen. Voor een veerkrachtige samenleving.
2.
Als CDA zijn we ook blij dat er extra geld komt voor regionale mobiliteit. Het kabinet investeert in bereikbaarheid en in een beter openbaar vervoer.
Daarbij is er door de toevoeging van structureel 300 miljoen euro extra aandacht voor de regionale mobiliteit en ontsluiting van nieuwe woongebieden.
Dat betekent dat Nederlanders die in de regio’s buiten de Randstad wonen gaan merken dat er gewerkt wordt aan goede wegen en openbaar vervoer van en naar hun stad of dorp.
3.
Daarbij heeft het kabinet ook voor de leefbaarheid en economie van de regio: met strategische agenda's voor de regio's, Elke Regio Telt, en 200 miljoen voor het Gemeenschapsfonds.
Voorzitter,
Natuurlijk ben ik niet alleen maar tevreden.
Mijn vraag aan het kabinet is: investeren we wel genoeg in de economie van de toekomst?
De Raad van State stelt deze vraag ook terecht.
Het CDA heeft de afgelopen jaren steeds gevraagd of de balans tussen consumptieve overheidsuitgaven en investeren wel op orde is.
De balans moet, wat ons betreft, naar meer investeren. Investeren in de economie van de toekomst.
We krijgen, bijvoorbeeld, grote problemen als we niet meer gaan investeren in onze infrastructuur, onze wegen, bruggen en tunnels.
En investeren in de nieuwe economie. We moeten niet te zuinig moeten zijn met het investeren in nieuwe technologieën, bijvoorbeeld via de Nationale Investerings Instelling.
Daarmee hangt de productiviteitsgroei samen.
In Nederland werken nog steeds relatief veel mensen in sectoren met een lage productiviteit. Als we economische groei willen, dan zullen we hierin moeten sturen.
Steek je geld in economische activiteiten die hoogproductief zijn, zegt de Raad van State.
Durf dus actief te sturen op de sectormix, namelijk op hoogproductieve sectoren van de Nederlandse economie.
Daar hoort ook bij dat we veel harder durven gaan sturen op arbeidsmigratie. Laagwaardige arbeidsmigratie moeten we ontmoedigen en ik verwacht van het kabinet dat ze dit gaat doen.
Graag een reflectie van het kabinet.
Dat geldt ook voor de vraag of we voldoende investeren in de energietransitie. Ook de energietransitie is cruciaal voor het bouwen van een gezonde economie.
Ook zullen we oog moeten hebben voor het behoud van industrie die we ook in de toekomst nodig zullen hebben.
Daarom vraag ik aan het kabinet wat het kabinet met de toezegging gaat doen die een aantal maanden geleden is gedaan om de enveloppe voor het verlagen van de elektriciteitskosten van de industrie naar voren te halen.
Ook hier graag een reactie.
We hebben het ook al veel gehad over de keuze van het kabinet om een vrijheidsbijdrage in te voeren. En daar staan we voor, omdat we samen zullen moeten investeren in onze veiligheid. Dat is nu eenmaal een lastenverzwaring.
Het kabinet kiest er wel voor om de koopkracht deels te repareren en heeft dat nu technisch ingevuld met een verhoging van de arbeidskorting.
Wij zouden graag ook alternatieven daarvoor willen zien. Want juist de opeenstapeling van inkomensafhankelijke regelingen in ons inkomstenbelastingstelsel zorgt ervoor dat veel mensen nog geen 20 cent overhouden van iedere euro die ze meer gaan verdienen.
Ook vergroot het verschillen tussen een- en tweeverdieners, en het zorgt voor een nóg grotere inkomensterugval voor mensen die ziek worden en niet meer kunnen werken.
Hoe past de verhoging van de arbeidskorting volgens het kabinet bij het voornemen in het coalitieakkoord om inkomensafhankelijke regelingen juist te beperken, te beginnen bij de heffingskortingen?
Voorzitter,
Waarom doen we dit allemaal?
Een sterke economie, een veilig Europa en een gezonde leefomgeving maken het mogelijk dat wij in Nederland goed met elkaar samenleven. Want dat is ons gemeenschappelijk doel.
Dat is toch ook wat wij hier met elkaar willen bereiken.
Als ik naar de uitdagingen kijk die op ons afkomen, dan voel ik een enorme urgentie.
Er staat veel op het spel. Onze manier van samenleven. Onze democratie. Onze welvaart. Onze menselijke waardigheid.
In deze tweesprong in de tijd is er het grote risico dat de onrust, de zorgen en het wantrouwen niet het allerbeste, maar het allerslechtste in ons naar boven halen.
Daarom, voorzitter: als we niet naast elkaar staan, komen we tegenover elkaar te staan.
In het voorwoord van de Miljoenennota schrijft het kabinet dat ‘economische groei als gemeenschappelijk doel’ ons kan ‘verbinden en ervoor zorgen dat we onze eigen toekomst vormgeven’.
Dat is wel een erg karige, liberale insteek, voorzitter.
Ons gemeenschappelijk doel is niet allereerst economische groei; dat kan slechts een middel zijn en een resultaat van een samenleving die niet verdeeld is, maar samenwerkt.
Nederland is sterk als de samenleving sterk is, mensen naar elkaar omzien en zich willen inzetten als burger van ons mooie land.
De veerkracht van Nederland zit in onze gemeenschappen, in onze relaties, in onze families, in onze verenigingen.
Op die veerkracht kunnen we terugvallen in tijden van tegenspoed, maar dat lukt alleen als we naast elkaar staan, en niet tegenover elkaar.
Niet in de samenleving, maar ook niet in de politiek.
Wij willen naast elkaar staan, zoals we dat in moeilijke tijden vaker hebben gedaan.
Als de wereld verdeeld is, laten wij dan als Nederland verenigd zijn.
En laten we vooral niet onverschillig zijn.
Ik wil een samenleving waarin mensen zich kwaad maken over onrecht.
Waarin jongeren moeite doen om ergens goed in te worden.
Een samenleving waarin we niet de middelmaat koesteren, maar met elkaar op zoek zijn naar schoonheid, waarheid en goedheid.
Een samenleving met betrokken burgers die ergens vóór zijn, in plaats van alleen maar ergens tegen.
Een samenleving waarin we niet tegenover elkaar komen te staan, maar naast elkaar.
Alleen dan blijft het goed samenleven in ons prachtige Nederland.

11 september 2026
09 september 2026

09 september 2026