
11 mei 2026
12 mei 2026 1 minuten lezen
Joris Lohman hield vandaag zijn maidenspeech tijdens het debat over de Food and Feed Safety Simplification Omnibus. Daarin pleitte hij voor meer nuance in een sterk gepolariseerd debat én voor versnelling van groene alternatieven voor gewasbescherming.

Volgens Joris loopt het huidige Europese toelatingssysteem voor nieuwe gewasbeschermingsmiddelen vast, waardoor innovatieve groene middelen te lang op goedkeuring wachten. Tegelijkertijd stelde hij dat versnelling nooit ten koste mag gaan van de bescherming van mens, dier en milieu
De een noemt het landbouwgif. De ander noemt het gewasbescherming. De een zegt: het is onveilig voor mens, dier en milieu. De ander zegt: de risico's worden schromelijk overdreven. Bijna nergens is het debat zo gepolariseerd als bij gewasbescherming. En bijna nergens helpt die polarisatie zo weinig.
Joris Lohman
Ook pleitte Joris voor snellere toelatingsprocedure van groene en laag-risicomiddelen op basis van risicoprofiel, niet op basis van de vraag of iets biologisch of chemisch van oorsprong is. Ook pleitte hij voor extra investeringen in geïntegreerde gewasbescherming, innovatie en onderzoek naar alternatieven.
Ik weet nog goed dat ik voor het eerst een biologische boerderij bezocht. Ik was 22, en was net met vrienden een beweging gestart voor een beter voedselsysteem: de Youth Food Movement. Wij gingen de wereld verbeteren, via het bord.
Ik ontmoette een van de coolste boeren van het land: Boy. Boy is naast biologisch melkveehouder, kaasmaker, en levert melk aan de sjiekste koffiebarretjes van Amsterdam. Ik vond zijn bedrijf, zijn kijk op boeren met de natuur, en zijn ondernemerschap fantastisch. Dit is hoe het moet, dit is de toekomst!
Ho, ho, zei Boy. De wereld is groter dan Weesp en Amsterdam. Laten we in gesprek gaan met boeren, tuinders, vissers in het hele land. En zo geschiedde, voorzitter, samen met een groep jonge mensen uit alle hoeken en gaten van het land, en alle schakels uit de voedselketen, zetten wij een Academie op, met als doel leren, vragen, en verwonderen.
Een van de eerste dingen waar we over struikelden, is het onderwerp waarover wij vanavond debatteren. Waar Boy de chemische spuit liet staan, ontmoette ik boerin Iris uit Drenthe, die sprak over ‘gewasbescherming’, als noodzakelijk kwaad: we kunnen niet zonder, we doen het zorgvuldig. Ik sprak met vertegenwoordigers uit de sector over ‘medicijnen voor planten’, tot op de dag van vandaag moet ik daar enigszins om grinniken.
De een noemt het landbouwgif. De ander noemt het gewasbescherming. De een zegt: het is onveilig voor mens, dier en milieu. De ander zegt: de risico's worden schromelijk overdreven. Bijna nergens is het debat zo gepolariseerd. En bijna nergens helpt die polarisatie zo weinig. In de voorbereiding op dit debat ben ik beide ‘geloofssystemen’ weer tegengekomen.
Voorzitter, je zou kunnen stellen dat het Omnibuspakket van de Europese Commissie belooft de tegenstellingen te overbruggen: vereenvoudiging, versnelling, en ruimte voor groene alternatieven. Het huidige systeem loopt vast. Toelatingstrajecten voor nieuwe middelen duren 8 tot 10 jaar. Herbeoordelingen duren ook tien jaar. Alle capaciteit bij het Ctgb en EFSA gaat op aan het bijhouden van de achterstand, terwijl groene middelen in de wachtrij staan.
Maar de vraag is hoe je dat oplost. Laten we niet vergeten waar het Omnibusvoorstel voor bedoeld is: het beoordelingssysteem moderniseren zodat wachttijden korter worden. Ik ben, net als een aantal collega’s hier, nogal geschrokken van de EU-wetenschapstoets: op alle vier de doelstellingen geven de wetenschappers het voorstel een onvoldoende. Dit is een signaal dat wij als parlement absoluut niet kunnen negeren.
Tegelijkertijd, voorzitter, kunnen we het ons niet permitteren om dit voorstel bij voorbaat te blokkeren. Elke maand dat we langer wachten is een maand waarin groene middelen niet op de markt komen. Dat raakt niet alleen de boer die zonder alternatieven zit, maar zet het milieu verder op achterstand. Het proces van het convenant gewasbescherming is net begonnen, en dat verdient het voordeel van de twijfel. We moeten ons dus niet verzetten tegen de ingezette richting, maar het voorstel op specifieke punten verbeteren.
Het Ctgb zegt: een risicogericht herbeoordelingssysteem kan werken en kan zelfs sneller reageren op nieuwe wetenschappelijke inzichten dan het huidige systeem. Maar dan moeten de waarborgen er wel zijn. En die ontbreken nu. Het werkprogramma voor herbeoordelingen is onvoldoende uitgewerkt. Er is geen Europees signaleringssysteem dat de Commissie en lidstaten tijdig voorziet van informatie. En de definitie van biocontrol is te breed.
Voorzitter, dat zijn weeffouten die in de onderhandelingen gerepareerd moeten worden.
Het CDA wil drie dingen.
Ten eerste: het beschermingsniveau behouden. Het CDA steunt de modernisering van het herbeoordelingssysteem, maar het resultaat moet zijn dat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu overeind blijft.
Ten tweede: groene busbanen waar ook op gereden wordt. Zonder nieuwe groene stoffen op Europees niveau, geen nieuwe groene middelen voor de boer. Geef biocontrolmiddelen en laag-risicomiddelen een eigen, snellere toelatingsprocedure, op basis van risicoprofiel, niet op basis van de vraag of iets biologisch of chemisch van oorsprong is.
Ten derde: zet in op geïntegreerde gewasbescherming. Weerbare rassen, gezonde bodems, mechanische onkruidbestrijding, en groene middelen als eerste keuze. Dat vraagt om investeringen in kennis en praktijk, en om een convenant dat die transitie ook daadwerkelijk ondersteunt.
Ik vraag de staatssecretaris: is hij bereid om deze waarborgen mee te nemen in de Raadsonderhandelingen en daarbij als doel te stellen dat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu aantoonbaar overeind blijft? Om in te zetten op versnelde procedures voor groene stoffen op basis van risicoprofiel? En is hij bereid om gericht te investeren in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe middelen voor teelten en plagen waarvoor nu nog geen effectieve alternatieven bestaan?
Ik citeer Rowan Williams: ‘Geloof is het meest authenthiek en het meest
levensschenkend als het je ogen opent en je een wereld openbaart die groter is dan
je ooit had gedacht – en daarmee onvermijdelijk een wereld die ook onthutsender is dan je had gedacht.
Voorzitter, 22 jaar geleden stapte ik de wereld van landbouw en voedsel in. Vandaag mag ik hier in het parlement dit debat voeren. Ik ben dankbaar, en trots, en ik weet dat mijn ouders trots geweest zouden zijn. Wetenschap is niet de waarheid vinden, maar steeds opnieuw durven twijfelen aan wat we denken te weten. Elkaars ‘geloofssystemen’ te respecteren. Ik gun mezelf en mijn collega's de ruimte om te blijven leren, vragen te stellen, te verwonderen en idealen vast te houden.
Dank u wel.