03 september 2026 1 minuten lezen

Judith houdt haar mai­den­speech

Tijdens het debat over het rapport-Wennink staat CDA-Kamerlid Judith Bühler stil bij de impact van de economie op de samenleving. Ook pleitte ze voor een heldere regierol van de minister en een doorbraakaanpak.

Judith zag in haar eigen regio, Zuid-Limburg, hoe werkgelegenheid ervoor zorgt dat er woningen, winkels, scholen en verenigingen zich vestigen en cultuur kan bloeien. Het vormt de samenleving.

Daarom is mijn overtuiging: een sterke regionale samenleving begint met een sterke economie. Werk en perspectief zijn immers het fundament onder bestaanszekerheid en gemeenschapszin.

Judith Bühler

Het rapport-Wennink laat ons zien dat Nederland productiever moet worden en daar is een nieuw economisch- en industriebeleid voor nodig. De grootste kracht van onze economie zit in de regionale ecosystemen maar ook deze lopen vast op randvoorwaarden. Daarom riep Judith de minister op om de regie te voeren in het prioriteren van waar de overheid doorbraken kan forceren.

Lees hier de hele speech

Voorzitter,  

  

Het heeft even geduurd, maar vandaag mag het dan toch gebeuren: mijn maidenspeech. 
  

Dat is bijzonder en persoonlijk. Want wie mij vraagt waarom economie voor mij belangrijk is, krijgt geen abstract antwoord. Dan kom ik uit bij mijn regio: Zuid-Limburg, Geleen.  

  

Honderd jaar geleden, in 1926, startte daar de productie van de Staatsmijn Maurits. Waar eerst het koren stond, kwamen mijnschachten van bijna 900 meter diep. Mensen kwamen van heinde en verre werken. Met het werk kwamen woningen, winkels, verenigingen, cultuur en scholen. De economie bouwde niet alleen fabrieken; zij bouwde een samenleving.  

  

Maar ik zag ook de andere kant. Toen de mijnen verdwenen, verdwenen werk, trots en saamhorigheid. Als kind zag ik de teleurstelling van oud-mijnwerkers in de Kolonie.  

 

Later zag ik als wethouder hoe economische neergang generaties lang kan doorwerken in armoede, kansenongelijkheid en verlies van vertrouwen.  

  

Daarom is mijn overtuiging: een sterke regionale samenleving begint met een sterke economie. Werk en perspectief zijn immers het fundament onder bestaanszekerheid en gemeenschapszin.  

  

Voorzitter, daar raakt mijn persoonlijke verhaal aan het rapport Wennink.  

  

De analyse ligt er. Nederland moet productiever worden, investeren in onderzoek en innovatie, strategisch kiezen en zorgen dat kennis leidt tot productie, banen en welvaart. Dat is de basis van een nieuw economisch- en industriebeleid.  

  

Maar hoe komen we van analyse naar uitvoering?   

  

Voor mij is in ieder geval duidelijk dat je zo’n nieuwe economie niet enkel vanuit Den Haag bouwt. De grootste kracht zit in onze regionale ecosystemen.  

  

Ik bezocht innovatieclusters in Wageningen, Limburg, Nijmegen en Leiden. En wie daar rondloopt, wordt optimistisch over Nederland. Want je ziet bedrijven, startups, MKB-maakindustrie, kennis- en onderwijsinstellingen, overheden en ontwikkelmaatschappijen samenwerken aan ideeën, producten en nieuwe bedrijvigheid. 

  

En deze regionale ecosystemen willen doorgroeien, maar lopen vast op randvoorwaarden. Geen aansluiting op het energienet, geen vergunningen vanwege stikstof, geen bedrijfsruimte of infrastructuur, tekort aan talent en onvoldoende groeikapitaal.  

  

Voorzitter, dat moeten we aanpakken. Maar we kunnen niet alles tegelijk doen. Dus is een heldere governance nodig van de minister.  

 

Zodat voor bedrijven duidelijk is hoe en waar de prioriteiten worden bepaald. Wie eindverantwoordelijk is. Hoe publiek-private samenwerking wordt opgezet en sectoren en kennisclusters worden betrokken.  En hoe regionale, nationale én Europese programma’s, waar veel cofinanciering mogelijk én nodig is, op elkaar aansluiten. 

 

Kan de minister deze regierol pakken en helderheid geven?  

  

Voorzitter, we moeten vooral aan de slag. Zodat we over een jaar spreken over welke fabrieken, labs, campussen en banen we mogelijk hebben gemaakt.  

  

Daarom wil ik de minister aansporen tot een doorbraakaanpak. Door een aantal prioritaire projecten van strategisch belang te selecteren, met een groot hefboomeffect, waar private investeringsbereidheid is, en waar randvoorwaarden op korte termijn kunnen worden gerealiseerd.  

  

Is de minister bereid samen met regionale innovatieclusters zo’n doorbraakaanpak op te zetten?  En kan dit onderdeel worden van de vervolgopdracht aan de Taskforce? Dus, welke projecten willen we, wat houdt het tegen, wie gaat dat oplossen, wanneer moet het opgelost zijn, en hoe creëert de minister doorzettingsmacht over departementale grenzen heen?  

   

Voorzitter,  

  

Ik eindig in Zuid-Limburg. Mijn streek weet wat economie met een samenleving kan doen. Zij weet wat er ontstaat met werk, trots en perspectief, maar ook wat verloren gaat als dat fundament verdwijnt.  

  

We hebben de analyse, de regionale kracht en ondernemers die willen investeren.  

  

Nu moeten we een overheid organiseren die doorbraken mogelijk maakt.  

Kies nationaal waar we sterk in willen zijn. Organiseer regionaal waar de kracht zit.  

En zorg voor doorzettingsmacht wanneer het vastloopt.  

  

Want alleen zo zorgt economische groei opnieuw voor perspectief voor mensen, gezinnen en gemeenschappen in heel Nederland. 

Lees
ver­der