
31 augustus 2026
31 augustus 2026 1 minuten lezen
Henri mocht het politieke jaar openen met de HJ Schoo-lezing. Lees hier de samenvatting van zijn toespraak en de volledige rede.

Zorgen over de toekomst hebben we allemaal. Maar steeds vaker zie en hoort Henri Bontenbal somberheid. Over de toekomst, over ons vermogen om goed met elkaar samen te leven.
Maar tegenwind betekent niet dat we achteruit hoeven te gaan.
Daarom zet Henri vandaag, bij de opening van het politieke jaar, in zijn HJ Schoo-lezing veerkracht centraal. Veerkracht betekent dat we kunnen handelen. Dat we ons een toekomst mogen verbeelden waarin morgen beter wordt dan vandaag en dat we daar samen aan kunnen bouwen.
Want de uitdagingen zijn groot: geopolitieke onzekerheid, technologische verandering, druk op jongeren en gezinnen, economische kwetsbaarheid en politieke versnippering. Toch hoeven we daar niet cynisch van te worden. Wij hebben samen de veerkracht om keuzes te maken die Nederland sterker maken.
Het vormt Henri's politieke overtuiging. Mensen zijn geen losse individuen die alles zelf moeten oplossen. We hebben anderen nodig en zijn zelf van betekenis voor anderen. Niemand is te groot om geen hulp nodig te hebben en niemand is te klein om voor een ander van betekenis te zijn.
Daarom kiest Henri voor vier vormen van veerkracht:
Er is genoeg om ons zorgen over te maken. Maar zorg hoeft geen cynisme te worden.
Ik geloof dat een sterker Nederland voor ons ligt. Een land waar jonge mensen iets kunnen opbouwen. Waar hard werken loont. Waar goede zorg beschikbaar blijft. Waar we van mening kunnen verschillen zonder elkaar los te laten. En dat we sterker doorgeven aan onze kinderen dan we het zelf hebben ontvangen.
Dat Nederland komt er niet vanzelf. Het vraagt iets van de politiek, maar ook van u en mij.
Niet alleen vragen wat Nederland voor ons doet, maar ook wat wij voor Nederland en voor elkaar kunnen doen.
Want veerkracht heb je niet alleen.
Veerkrachtig zijn we alleen samen.
Dames en heren,
Goedenavond, Hoe was uw weekend? Ik hoop dat u ondanks het slechte weer nog een beetje buiten bent geweest.
Mijn weekend zag er iets anders uit. De afgelopen dagen en nachten stonden in het teken van de begroting. Ik kom daar later vanavond op terug.
Maar de redactie van EW verzekerde mij dat u vanavond niet alleen komt voor de politieke dagkoersen. U zoekt verdieping. Zuurstof tot nadenken. Een scherp verhaal over hoe we ons land besturen. En misschien ook een beetje tegendraadsheid.
Want juist in een turbulente wereld, waarin algoritmes standpunten steeds verder opjagen, is het rebels om zelf te blijven nadenken en te zoeken naar een evenwichtig oordeel.
Voor zo’n publiek is het een eer om vandaag de H.J. Schoo-lezing te mogen geven. Een lezing in de geest van Hendrik Jan Schoo. Essayist, columnist, hoofdredacteur. Iemand met een scherpe pen en een minstens zo scherpe geest. Iemand die ontwikkelingen in de samenleving met elkaar wist te verbinden, onverwachte parallellen trok en met zijn analyses een steen in de vijver kon gooien.
Ik zal vanavond proberen iets van die geest mee te nemen. Ik wil de redactie van EW Magazine danken voor de uitnodiging om deze lezing te mogen geven. Maar ik zie ook het risico.
Voorgangers die deze lezing mochten geven, kwamen er meestal niet zonder kleerscheuren vanaf. In 2024 luidde de kop van het AD bijvoorbeeld: “Gelukkig heeft Omtzigt niks te zeggen over ons geboortecijfer.” In 2023 legde Caroline van der Plas de lat hoog door te gaan zingen. Dat doe ik haar vandaag niet na, dat beloof ik u.
Dilan Yesilgöz sprak 59 minuten over de rechtsstaat en slechts één minuut over ‘wokisme’, maar dat haalde de krant. Sigrid Kaag deed in haar lezing in 2021 een niet erg subtiele aanval op Rutte, nog tijdens de formatie van Rutte 4. Het kwam niet meer goed met dat kabinet.
In 2019 kopte de Volkskrant: ‘CDA-kroonprins Hoekstra treedt met rechts geluid in Buma’s voetsporen’ en dat was vast niet als een compliment bedoeld. Dat was nog mild vergeleken bij wat Sybrand Buma twee jaar daarvoor in Trouw ten deel viel, want daar luidde het commentaar op zijn Schoo lezing: ‘Buma ontpopt zich als een Trump-light’.
U begrijpt: ik heb er zin in vanavond.
De H.J. Schoo-lezing is inmiddels een traditie geworden en markeert de start van het nieuwe parlementaire jaar. Maar vandaag, op die start, bereikte ons ook het verdrietige bericht dat Elco Brinkman is overleden. Voordat ik verderga, wil ik kort stilstaan bij zijn overlijden. Met grote waardering kijk ik naar wat hij voor onze partij en voor het openbaar bestuur heeft betekend. Mijn gedachten zijn bij zijn familie en dierbaren.
Beste mensen,
Het is een nieuw parlementair jaar na een zomerreces waarin er veel gebeurde: Van het WK en de Tour de France, tot de bosbranden in Europa, de droogte in Nederland, de bestorming van Ceuta door migranten, de dagelijkse beschietingen door Oekraïne en Rusland en de hopeloze oorlog tussen de VS en Iran.
Een nieuw parlementair jaar waarin het best spannend wordt, want gaat het dit minderheidskabinet lukken om met de oppositie tot een akkoord te komen?
Ik kan me goed voorstellen dat deze ontwikkelingen tot onzekerheid leiden. We stellen onszelf de vraag: Wat geeft ons houvast? Wat houdt ons als samenleving overeind? Hoe komen we met elkaar verder? Dat bracht me bij het thema van deze lezing: veerkracht.
○ ○ ○
Dames en heren,
Wanneer werd u voor het laatst geraakt door een film? Het overkwam mij deze zomer, toen ik de film I Swear zag.
De film vertelt het verhaal van John Davidson, een jongen met Gilles de la Tourette. John houdt van voetbal. Hij staat op doel. En hij is goed. Zijn vader is trots. Misschien wordt hij wel gescout.
Maar dan beginnen de tics. Eerst klein. De zenuwtrekjes. De ongecontroleerde bewegingen. Dan erger. De rare geluiden. Het schelden. En langzaam wordt zijn wereld kleiner.
Thuis eet John alleen, voor de open haard, want zijn ouders weten geen raad met hem. Op school wordt hij niet begrepen. Het pesten begint. John heeft geen baan, want welke werkgever neemt iemand aan die klanten uitscheldt? Hij heeft geen relatie, want hoe krijg je een date als je ongecontroleerde bewegingen maakt?
Je ziet de eenzaamheid bij John. Het sociale isolement, de angst en de schaamte. De vroegere keeper staat doelloos. Tot bij John de vraag ontstaat: Hoe lang houd ik dit nog vol?
Maar dan kantelt het verhaal. Niet omdat John verandert, maar omdat andere mensen zich voor hem openstellen. Dottie, de moeder van een klasgenoot neemt John in huis. Ze accepteert hem. Ze helpt hem op weg.
En ze brengt hem in contact met Tommy, de conciërge van het wijkcentrum. Die geeft hem vertrouwen en neemt hem aan als hulp in het wijkcentrum. En langzaam wordt Johns wereld weer groter.
Met vallen en opstaan lukt het John om op eigen benen te staan. John wordt van betekenis voor anderen. Door andere kinderen met Tourette te helpen. En door voorlichting te geven aan werkgevers.
Jaren later krijgt hij daarvoor een koninklijke onderscheiding. Als eerbetoon voor zijn inzet voor anderen met Gilles de la Tourette.
Deze film doet je lachen en huilen. John, Dottie en Tommy zijn een voorbeeld van het thema dat ik vandaag centraal wil stellen: Veerkracht.
○ ○ ○
Veerkracht betekent: tegen een stootje kunnen, terugveren na tegenslag en daardoor verder kunnen groeien. Het is het vermogen van een mens, een samenleving of een systeem om met tegenslag om te gaan en er sterker uit te komen.
Dat is het verhaal van John uit I Swear. We kennen allemaal mensen die sterker zijn geworden door tegenslag in het leven. Persoonlijke groei loopt vaak langs de weg van de tegenspoed.
Maar wat voor mensen geldt, geldt ook voor samenlevingen. Ook Nederland heeft momenten gekend waarop onze veerkracht zichtbaar werd. Vaak als antwoord op een ramp of tegenslag.
Ik denk dan aan de Wederopbouw na de oorlog en de reactie op de Watersnoodramp. Ook denk ik aan de coronapandemie, waarin we elkaar overeind hielden op moeilijke momenten. Momenten van maatschappelijke crisis worden momenten van groei, zolang we bereid zijn eerlijk terug te blikken en aan zelfonderzoek te doen.
Veerkracht gaat ook over de politiek zelf. Onze democratie kan gelukkig tegen een stootje en kent moeilijke fases, waar we toch steeds weer uitkwamen. In Hongarije zien we dat een democratie, na een periode van verval, zich kan herstellen.
Hetzelfde geldt voor onze economie. De coronapandemie liet zien dat de Nederlandse economie grote schokken kan opvangen. Ook de huidige energiecrisis laat zien dat de Nederlandse economie relatief veerkrachtig is.
Veerkracht speelt dus op vier niveaus: persoonlijk, maatschappelijk, economisch en politiek.
○ ○ ○
Waarom moeten we met elkaar nadenken over veerkracht? Is ‘veerkracht’ niet zo’n begrip dat inmiddels overal op wordt geplakt? Je vindt het in managementboeken, beleidsnota’s en vooral in het schap met zelfhulpboeken.
Het is niet mijn ambitie dat deze lezing daar na vanavond tussen belandt. Toch denk ik dat het stellen van de vraag naar de veerkracht van de samenleving ons helpt om scherper te zien wat onze opdracht is.
Veerkracht hebben we hard nodig om de komende decennia als samenleving vooruit te komen. Er zal een groot beroep worden gedaan op ons vermogen om met tegenslag en verandering om te gaan.
Vaak hoor ik stemmen waarin maatschappelijke somberheid doorklinkt. Somberheid over de toekomst, cynisme over ons vermogen om goed met elkaar samen te leven. Maar zorg over de toekomst mag niet betekenen dat we ons neerleggen bij pessimisme en cynisme.
Veerkracht zegt dat we kunnen handelen. Dat we ons een toekomst mogen verbeelden, waarin we geloven dat morgen beter wordt dan vandaag. Een toekomst waar we samen aan kunnen bouwen.
Voor mij is dat een toekomst waarin jongeren weer zin hebben om die toekomst mee vorm te geven en zelf een goed leven kunnen opbouwen; In een land waar je op je oude dag nog steeds helemaal onderdeel bent van de samenleving en kunt rekenen op goede zorg als dat nodig is; Een land waarin alle Nederlanders zich thuis en veilig voelen; Een toekomst waarin de zekerheid er is dat je op elkaar kunt rekenen als je elkaar nodig hebt; Een toekomst waarnaar we met vertrouwen op weg zijn.
Daarvoor zullen we opnieuw een beroep moeten doen op onze veerkracht. Maar als we die veerkracht willen versterken, moeten we eerst weten wat er eigenlijk van ons wordt gevraagd.
○ ○ ○
Laten we daarom kijken naar een aantal ontwikkelingen die onze veerkracht de komende jaren op de proef stellen.
We leven in een wereld waarin alles met alles verbonden is. Een oorlog in het Midden-Oosten zorgt direct voor een hogere olieprijs. Dat voelen wij in onze portemonnee. Een containerschip dat het Suezkanaal blokkeert, kan maandenlang de wereldhandel verstoren. Wat duizenden kilometers verderop gebeurt, komt direct onze huiskamers binnen.
Na de Val van de Muur dachten we in het Westen dat de globalisering van de economie ook een globalisering van Westerse waarden zou betekenen. Dat was naïef.
China bleek haar eigen model van staatskapitalisme te combineren met een autocratische surveillanceregering; een regering die haar burgers geen vrijheden gunt en handel als geopolitiek wapen inzet. Europa en de VS stelden hun markten open in de verwachting dat China zich aan dezelfde spelregels en waarden zou houden. Dat bleek een pijnlijke misrekening.
De oorlog in Oekraïne sloeg een andere illusie aan diggelen: dat oorlog en imperialisme niet meer thuishoren in onze moderne wereld. We dachten dat economische belangen de wereldorde zouden bepalen. Maar trots, ressentiment en de wil tot overheersing zijn nog steeds springlevende drijfveren van staten. Het religieus geïnspireerde machtsdenken van Poetin en zijn streven naar een Groot-Russische Rijk zijn daarvan een duidelijk voorbeeld.
Ook over de Verenigde Staten zijn we een illusie armer. We kijken met lede ogen aan hoe de Amerikaanse democratie in verval is. De goede Trans-Atlantische band heeft flinke krassen en deuken opgelopen. De VS vaart een isolationistische koers.
Trump en zijn regering geloven niet in de internationale rechtsorde, maar in een internationale machtsorde: het recht van de sterkste telt.
Intussen maakt China zich groter in de strijd om wereldwijde dominantie. Velen vragen zich niet af of, maar wanneer het land de confrontatie met Taiwan aangaat. De gevolgen daarvan zouden niet te overzien zijn. 80% van 's werelds meest geavanceerde microchips wordt daar geproduceerd.
Europa zoekt ondertussen nog altijd zijn rol in de wereld; een rol krijgt pas gewicht als Europese landen tot eenheid komen.
We komen daarnaast uit een zomer waarin het ene naar het andere weerrecord verbroken werd. Niet alleen in ‘zuidelijke’ landen als Frankrijk, Griekenland en Spanje, ook in onze eigen natuurgebieden in Limburg en Wassenaar braken bosbranden uit.
Het klimaatprobleem is niet verdwenen omdat we er minder over praten. De gevolgen ervan worden komende decennia steeds voelbaarder. De energietransitie is daarom nodig. Maar die verandert onze economie en industrie ingrijpend. Dat brengt ook onzekerheid met zich mee.
Europa maakt zich terecht zorgen over de-industrialisatie van zijn economie. Zonder eigen industrie is onze economie te kwetsbaar en zijn we te afhankelijk van andere landen.
Ik wijs hier ook op de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI). Wat AI met onze arbeidsmarkt doet, weten we nog niet precies. AI kan banen overbodig maken, maar ook nieuwe banen scheppen.
AI gaat ons helpen ingewikkelde problemen op te lossen, bijvoorbeeld in de geneeskunde of de energiesector, maar dezelfde technologie kan ook voor maatschappelijke ontwrichting zorgen. De combinatie van deze technologie en de achterliggende ideologie kan de menselijke waardigheid ondermijnen.
Techbedrijven en staten die een verbond sluiten, kunnen burgers controleren, informatie manipuleren of andere landen met nieuwe vormen van oorlogsvoering bedreigen.
Ook maak ik me zorgen over wat AI doet met ons publieke debat. Wat echt of nep is, wat waar of onwaar is: het valt steeds moeilijker te onderscheiden. Kwaadwillende politici maken daar misbruik van.
Een samenleving floreert alleen als mensen elkaar kunnen vertrouwen. Deze technologie kan dat vertrouwen ondermijnen en polarisatie aanwakkeren.
○ ○ ○
Beste mensen,
Het zijn deze grote ontwikkelingen in de wereld die ons onrustig maken. Veel dichter bij huis zijn de zorgen over inkomen, het vinden van een vaste baan of een geschikte woning kopzorgen. Nieuwe technologieën en geopolitieke onrust kunnen nog langs je heen gaan, maar ook in ons eigen leven kan het onrustig en onzeker zijn.
De Raad Volksgezondheid en Samenleving waarschuwde onlangs dat de mentale gezondheid van Nederland onder druk staat. “We leven in een ‘hypernerveuze samenleving’ waarin prestatiedruk, versnelling en individualisme zijn doorgeschoten en het welzijn van jong en oud bedreigen”, schrijft de Raad.
De cijfers zijn zorgelijk. Meer mensen dan ooit hebben last van psychische problemen. Ook gevoelens van angst, depressie, overspannenheid en burn-out komen vaker voor. Jongvolwassenen geven steeds vaker aan minder tevreden te zijn met hun leven.
Dat correspondeert met de groeiende vraag naar professionele hulp voor mentale problemen. Nederland behoort tot de landen met de meeste psychologen per inwoner.
Waar komt die ontwikkeling vandaan? De Raad wijst naar individualisering. We leggen steeds meer nadruk op vrijheid en autonomie, ten koste van waarden die het gemeenschappelijke benadrukken. Steeds meer ‘ik’ en steeds minder ‘wij’.
Daar komt het zogenaamde meritocratische ideaal bij, dat ons vertelt dat succes onze eigen verdienste is en falen ons eigen schuld. Op school en op het werk voelen veel mensen dat ze continu moeten presteren. Tegelijk gaat het leven sneller. De focus ligt op efficiëntie, terwijl tijd voor rust en bezinning afneemt.
Samen vormen deze ontwikkelingen de ‘hypernerveuze samenleving’ waar de Raad voor waarschuwt. Vooral het afnemende mentale welzijn van jongeren is een punt van zorg, in het bijzonder bij meisjes en jonge vrouwen. Prestatiedruk, statusangst, maar ook de rol van sociale media spelen hierin een rol.
Maar er speelt nog iets. Veel jongeren zoeken naar zingeving. Waar hun ouders nog vochten voor persoonlijke vrijheid, hebben jongeren deze vrijheid geërfd. En nu stellen zij een andere vraag: Wat doe ik met die vrijheid? Waar leef ik voor? Wat mag ik hopen?
Jongeren zoeken zingeving en zingevende verbanden. Ze ontdekken dat vrijheid alleen niet genoeg is. Vrijheid krijgt pas betekenis als zij verbonden is met een groter verhaal en een groter verband.
○ ○ ○
Dat brengt mij bij de veerkracht van de samenleving als geheel.
Want ondanks de ‘hypernerveuze samenleving’ staat Nederland nog steeds op de zevende plek in het World Happiness Report. De Monitor Brede Welvaart rapporteert dat het overgrote deel van de Nederlanders tevreden is met hun leven.
De materiële welvaart is hoog en neemt nog steeds toe. We behoren tot de meest welvarende landen van Europa en Nederlanders zijn steeds beter opgeleid.
Vanwaar dan toch die maatschappelijke somberheid?
We kunnen er niet omheen dat het debat over migratie en integratie nog steeds veel mensen bezighoudt. Het legt vragen op tafel die we nog niet goed met elkaar hebben beantwoord.
Wat hebben we met elkaar gemeen? Wat is onze gezamenlijke identiteit? Kunnen we het met elkaar rooien of dreigt de samenleving uiteen te vallen in rivaliserende groepen?
Daarbij moeten we niet alleen luisteren naar wat mensen zeggen. We moeten ook kijken hoe mensen in de praktijk met elkaar samenleven. Dan ontstaat een genuanceerder beeld.
Mensen die kritisch zijn op migratie en in diverse wijken wonen, blijken vaak goed met hun buren overweg te kunnen. Omgekeerd hebben mensen die diversiteit toejuichen, in de praktijk soms maar weinig contact hebben met hun diverse buurtgenoten. Hoogopgeleide Nederlanders hebben een minder diverse vrienden- en kennissenkring dan praktisch opgeleide Nederlanders.
Kortom, de praktijk van het samenleven is gelaagd en laat zien dat de meeste mensen goed met hun buren willen en kunnen omgaan.
Daarom denk ik dat we de weerstand tegen migratie op een dieper niveau moeten begrijpen. Als een verlangen naar geborgenheid. Naar een samenleving die herkenbaar en begrijpelijk blijft.
Het gevoel van vervreemding, van ‘verweesd’ zijn, is uiteindelijk een verlangen naar gemeenschap, naar erkenning, naar gezien worden. Dat is een diepmenselijk verlangen.
Het is een zoektocht naar wat ons bindt. Er is nood aan een gemeenschappelijk verhaal, dat ook identiteit, traditie en cultuur omvat.
Daarom was het een slimme vondst van D66 om tijdens de campagne met onze nationale driekleur campagne te voeren. Ik verwacht daarom tijdens een volgende campagne dat D66 voorstelt om het Wilhelmus weer verplicht te leren op alle basisscholen. Zo’n gek idee was dat niet.
○ ○ ○
Veel mensen maken zich ook zorgen over de verschillen in kansen, opleiding en inkomen.
Nederland is nog altijd een relatief gelijk land. De inkomensverschillen zijn internationaal gezien beperkt, maar onder die cijfers verandert er wel degelijk iets. Vermogen wordt steeds belangrijker voor de kansen die je in het leven krijgt.
De rijkste 10 procent van de huishoudens bezit bijna de helft van het totale vermogen. Een groot deel daarvan zit in huizen, ondernemingen en erfenissen. Daardoor wordt het steeds bepalender in welk gezin je wordt geboren. Dat raakt vooral jongeren.
Zij moeten langer wachten op een woning. Harder sparen voor een eerste huis. En tegelijk de verzorgingsstaat van morgen dragen. Terwijl een deel van de oudere generatie heeft kunnen profiteren van sterke vermogensgroei.
Daarom moeten we onszelf een ongemakkelijke vraag stellen: Hebben we bij de inrichting van onze samenleving voldoende oog voor de generatie die nu aan haar volwassen leven begint?
Ik denk het niet.
Want een samenleving is pas echt veerkrachtig als jonge mensen het gevoel hebben dat zij iets kunnen opbouwen. Dan denk ik aan de mogelijkheid om te studeren, om een eigen huis te bemachtigen, om samen met je partner een eigen leven op te bouwen, maar ook aan een toekomstperspectief met een aarde die leefbaar blijft.
○ ○ ○
Onze samenleving bloeit alleen als we ook een veerkrachtige economie hebben.
De ontwikkelingen in de wereld, die ik eerder beschreef, raken ook de Nederlandse economie. Nederland is een open handelsland. Voor onze welvaart zijn we afhankelijk van andere landen, vooral van onze Europese buren.
Onze economie heeft de afgelopen decennia veel tegenwind opgevangen. Tegelijk zijn ook de kwetsbaarheden zichtbaar geworden.
Onze industrie staat onder druk. De energieprijzen zijn hoog. We zijn afhankelijk van grondstoffen die we zelf niet hebben. Het stroomnet zit vol. Stikstof en trage procedures verslechteren het investeringsklimaat.
Niet voor niets roept het Wennink-rapport op om fors te investeren in economische vernieuwing. Als we dat niet doen, raken we achterop. Dan zijn we niet langer in staat om onze verzorgingsstaat overeind te houden.
Efficiëntie was jarenlang het uitgangspunt voor onze economie. Zo weinig mogelijk voorraden en zo snel mogelijk leveren. Maar deze just-in-time economie is kwetsbaar. Andere landen kunnen onze toeleveringsketens verstoren, bedrijfsgeheimen stelen en onze infrastructuur saboteren.
Onze economie is daar nog niet goed op toegerust.
○ ○ ○
De ontwikkelingen die ik beschreef, staan niet los van de politiek en de politieke keuzes die afgelopen decennia zijn gemaakt.
Ook onze democratie wordt op de proef gesteld. Vlak na de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 schreven kranten over ‘de comeback van het politieke midden’. Politicoloog Tom van der Meer waarschuwde al snel dat die conclusie te optimistisch was.
Volgens hem zit de Nederlandse politiek al jaren in een slingerbeweging: periodes van middenkabinetten worden afgewisseld met de groei van radicale partijen.” Die slinger is nog niet zomaar tot stilstand gekomen.
Het politieke landschap is versnipperd. In de strijd om de kiezer proberen partijen op rechts elkaar te overtreffen met steeds hardere taal. Maar ook links weet teleurgestelde kiezers niet aan zich te binden. Dat maakt regeren moeilijker. Ook de oud-vicevoorzitter van de Raad van State waarschuwde dat Nederland steeds moeilijker bestuurbaar dreigt te worden.
Daarnaast maak ik mij grote zorgen over de groei van populistische en radicaalrechtse partijen in Nederland en Europa. Niet omdat kiezers ineens veel radicaler zijn gaan denken. Die verschuiving is veel kleiner dan wordt gedacht.
Wat me vooral zorgen baart, is de bereidheid van kiezers om op radicale partijen te stemmen. Zelfs als blijkt dat een partij antisemitisme en banden met extreemrechtse organisaties verweten wordt, zoals het geval is bij Forum voor Democratie.
Dat zien we ook in landen om ons heen. We moeten rekening houden met het donkere scenario waarin eind van dit decennium in Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk radicaalrechtse regeringen aan de macht zijn.
Dat is zorgelijk. Want radicale partijen geven onvrede een tijdelijke megafoon, maar uiteindelijk laten ze altijd een puinhoop achter.
Maar alleen waarschuwen voor radicale partijen is te makkelijk. De partijen die zichzelf redelijk en constructief noemen, moeten in de spiegel kijken. Want vaak lukt het niet om zichtbare resultaten te boeken.
Mensen zien een asielketen die jarenlang is verwaarloosd; Een stikstofcrisis die al zeven jaar in een impasse zit; Een stroomnet dat uit zijn voegen barst; Een defensie die te lang niet was voorbereid op een onveiligere wereld; Of een woningtekort dat we jaren geleden al zagen aankomen.
Dat voedt frustratie.
Mensen mogen van de politiek verwachten dat problemen niet pas worden aangepakt als ze uit de hand lopen. Maar dat we ze op tijd zien aankomen en aan oplossingen werken, lang voordat ze echt nodig zijn. Juist daarin moet onze democratie veerkrachtiger worden.
○ ○ ○
Op vier niveaus heb ik zojuist stilgestaan bij ontwikkelingen die onze veerkracht op de proef stellen: persoonlijk, maatschappelijk, economisch en politiek.
Maar wie die veerkracht wil versterken, moet dieper kijken dan beleid alleen. Mijn overtuiging is dat dit alleen lukt als we een aantal ideeën uit het dominante, liberale mensbeeld durven los te laten.
Dat mensbeeld ziet de mens vooral als individu. Als iemand die zichzelf maximaal moet ontplooien. Vrij moet zijn. Authentiek moet zijn.
Als dit idee je politieke handelen stuurt, moet je er niet gek van opkijken dat dit maatschappelijke ontsporingen oplevert. Als we onze jongeren het idee bijbrengen dat zij hun eigen project zijn en dat het slagen ervan dus op hun conto komt, dan zijn we heel onbarmhartig bezig.
De Gezondheidsraad bekritiseert terecht het meritocratische idee dat succes je eigen verdienste is en falen je eigen schuld. Ook vrijheid krijgt pas betekenis als we weten waarvoor we die vrijheid gebruiken.
Een realistischer en hoopvoller mensbeeld begint bij het besef dat we elkaar nodig hebben. Niemand is te groot om geen hulp van een ander nodig te hebben. Niemand is te klein om niet van betekenis voor anderen te kunnen zijn.
Dat is wat John in I Swear laat zien.
Wij zijn niet selfmade. Wij worden gevormd door de relaties die we aangaan. Onze identiteit ontwikkelt zich in interactie met onze omgeving, onze geschiedenis, ons land, onze cultuur, onze tradities.
Wie we zijn, is wat we ontvangen hebben. Dat geeft vrijheid, maar ook verplichtingen. Naar elkaar en naar de wereld waarin we leven.
De mens is daarnaast een wezen dat zin zoekt. Naar waarheid, goedheid en schoonheid. Wie de diepere laag buiten beeld laat, mist iets wezenlijks van het mens-zijn.
Een realistisch mensbeeld ziet niet alleen het goede in mensen, maar ook onze donkere kanten. Daarom hebben we regels en instituties nodig die grenzen stellen aan macht, egoïsme en willekeur.
Ons mensbeeld bepaalt vervolgens de manier waarop we naar de samenleving kijken. Mensen bekommeren zich om elkaar, zijn solidair en bereid zich in te zetten voor de publieke zaak.
We zijn niet allereerst individu of consument, maar burgers. Dat betekent: we zijn elkaar en de gemeenschap iets verschuldigd. Die gemeenschap bestaat niet alleen uit onze directe naasten. Ze verbindt ons ook met de generaties vóór ons en met de generaties die na ons komen.
Vanuit dat perspectief is veerkracht nooit alleen een persoonlijke prestatie. Veerkracht ontstaat in de verbinding met anderen. Door mensen die je helpen, coachen, uit het moeras trekken, een voorbeeldrol voor je vervullen en laten zien dat je ertoe doet.
Dat maakt mensen weerbaar. Tegenslag, verdriet en trauma zijn beter te dragen als mensen zich gesteund weten door anderen.
Maar we moeten ook accepteren dat niet alles maakbaar is. Niet elk probleem kan worden opgelost. En de overheid kan niet elke wens mogelijk maken. Dat moeten we als samenleving durven accepteren.
In zijn boek over de Democratie in Amerika schreef de Franse denker Alexis de Tocqueville dat de kracht van de democratie gelegen is in de mogelijkheid vrije burgers te zijn.
Maar welvaart kan ook een gevaar voor de democratie betekenen volgens Tocqueville. Democratie brengt immers met haar vrijheid en welvaart ook individualisme en burgers die zich terugtrekken in hun privésfeer.
Welvaart kan omslaan tot een oppervlakkig materialisme en burgers die zich niet meer willen inzetten voor de publieke zaak. Met als gevolg een uitdijende overheid die met een mild despotisme het volk de goede kant op duwt.
Daarom moeten we eerlijk naar onszelf durven kijken. Zijn we niet te veel gericht op materiële welvaart, op het behoud van de eigen status en ons eigen comfort? En verwachten we niet te vaak dat de politiek elk probleem oplost?
Als we werkelijk veerkrachtiger willen worden, moeten we daarom niet alleen beleid veranderen. We moeten ook sommige ideeën over mens en samenleving durven loslaten.
○ ○ ○
Beste aanwezigen,
Tot zover een stukje college christendemocratische politieke filosofie. Nu naar de praktijk.
Tot nu toe heb ik gesproken over de manieren waarop onze veerkracht op de proef wordt gesteld. En over de ideeën die ons daarbij in de weg zitten. Maar daar wil ik niet eindigen.
Want ik geloof dat we sterker uit deze tijd kunnen komen. Als we de komende jaren investeren in onze veerkracht, kunnen we beter omgaan met tegenslag en verandering. En kunnen we Nederland sterker maken.
Laten we vooruitkijken. Welke keuzes kunnen we maken voor een veerkrachtig Nederland? Ik begin bij mensen zelf. Ik denk dan aan drie richtingen.
Ten eerste sociale media en smartphones.
Als we weten dat overmatig gebruik de mentale veerkracht van onze jongeren beschadigt, dan moeten we durven ingrijpen. Niets is zo weinig sociaal als sociale media.
In veel gezinnen is de telefoon een dagelijks onderwerp van gesprek. Ook bij mij thuis. Wanneer krijgt je kind een mobiele telefoon? Welke apps mogen er dan op? Hoeveel schermtijd is gezond? Hoe houd je als ouder in de gaten wat er online gebeurt?
Een grote meerderheid van Europeanen maakt zich zorgen over de online veiligheid van hun kinderen en wil dat de Europese Commissie actie onderneemt.
We zien dat sociale media en overmatig telefoongebruik slecht zijn voor kinderen. Het is slecht voor hun fysieke en mentale gezondheid. Het verdringt wat kinderen écht gelukkig maakt, zoals buitenspelen, met vrienden afspreken, boeken lezen, muziek maken. Het legt een flinke mentale en sociale druk op jongeren.
Daarom moeten we grenzen stellen.
Onderzoekers adviseerden de Europese Commissie onlangs om een minimumleeftijd van 13 jaar voor sociale media in te voeren. In verschillende landen zijn inmiddels leeftijdsgrenzen voor sociale media ingesteld.
Daarnaast zien we ook dat ouders en scholen zelf het initiatief nemen. In Spanje spreken ouders en scholen bijvoorbeeld samen af om kinderen nog geen smartphone te geven.
Ook in Nederland willen we een minimumleeftijd van 15 jaar voor het gebruik van sociale media. Wat mij betreft wachten we niet tot Europa zover is. Nederland kan zelf de eerste stap zetten.
En laten we ook zorgen dat het smartphoneverbod op alle scholen wordt toegepast. Dat geeft jongeren meer rust. Meer aandacht voor elkaar. En uiteindelijk ook gezelligere scholen.
Mijn tweede voorstel voor meer persoonlijke veerkracht.
Er is een verband tussen het overmatig telefoongebruik bij kinderen en de achteruitgang van leesvaardigheid. Goed kunnen lezen helpt je een weg in de wereld te vinden. Daarom is het terecht dat scholen daar meer aandacht aan geven.
Maar goed lezen is niet genoeg. Jongeren hebben behoefte aan het vinden van richting en betekenis. Opvoeding en onderwijs gaan over meer dan kinderen voorbereiden op de arbeidsmarkt.
We mogen jongeren leren dat iets bereiken inspanning vraagt. Dat talent groeit door te oefenen. En dat volhouden ertoe doet.
Een samenleving die zich niet meer wil inspannen om iets goeds te bereiken, maar alleen hapklare brokken accepteert, zal ook niet excelleren.
De Amerikaanse journalist en schrijver David Brooks zegt het als volgt:
“Het leven is een pelgrimstocht, een reis: het gaat ergens naartoe, het draait om groeien door ervaring, jezelf ontplooien en streven naar een mogelijkheid die je nog niet bezit. De kenmerkende menselijke eigenschappen zijn daarom drijfveren – de impulsen die ons aanzetten tot mentale inspanning en het overwinnen van moeilijkheden – en aspiraties: weten waar je naartoe wilt, welk doel je dient en wat voor mens je zou willen zijn.”
Wat echt de moeite waard is, voor welke waarden wil je staan: daarin moeten we kinderen opvoeden, thuis en op school.
Daarom zijn projecten als de Maatschappelijke Diensttijd en het Dienjaar bij Defensie zo ontzettend belangrijk. Ze leren jongeren dat ze onderdeel zijn van iets groters en dat hun inzet ertoe doet.
Als we de veerkracht van jongeren willen versterken, moeten we ook de mensen versterken die het dichtst om hen heen staan. Voor de meeste mensen begint dat thuis.
Het zal u niet verrassen dat ik pleit voor het versterken van families, zodat er ruimte is voor de opvoeding, voor aandacht, voor onderlinge zorg. Dat gaat om financiële ondersteuning, maar ook om goede verlofregelingen.
In Nederland combineren 2 miljoen mensen een betaalde baan met de zorg voor een naaste. Zij houden elke dag meerdere ballen in de lucht: ze houden hun gezin draaiend, werken en zorgen daarnaast voor een zieke vader, een vriend of een buurvrouw.
En dan hebben we het nog niet gehad over de druk die ouders ervaren in de combinatie van werk en zorg voor de kinderen.
Het combineren van werken en zorgen kunnen we veel beter regelen dan nu. Een toekomstgericht verlofstelsel regelt drie dingen. Naast het zwangerschapsverlof een ruimer betaald verlof voor beide partners in het eerste jaar van het kind. Die regeling moet ook voor lage inkomens aantrekkelijk zijn.
Een goede regeling voor betaald mantelzorgverlof. En een wettelijke regeling voor rouwverlof.
Ook in cao’s kunnen we veel meer maatwerk bieden voor zorgvriendelijke cao’s waarin mantelzorg, flexibele arbeidstijden en verlofsparen goed geregeld zijn.
Want wie wil investeren in veerkrachtige mensen, moet ook investeren in de mensen die het dichtst bij ons staan. In tijd, aandacht en ruimte om voor elkaar te zorgen.
○ ○ ○
Dat brengt mij terug bij de veerkracht van de samenleving.
Willen we investeren in de veerkracht van onze samenleving, dan moeten we op zoek gaan naar de zwakke plekken in sociale structuren. Ook hier zie ik drie kansen.
Mijn eerste voorstel gaat over verenigingen en maatschappelijke initiatieven.
Ik merk wel eens dat er lacherig gedaan wordt, want ‘oh, daar heb je het CDA weer met een pleidooi voor verenigingen en vrijwilligerswerk’. Maar laten we eens eerlijk zijn: hoe vaak doen u en ik wel eens wat voor een ander zonder dat we daar zelf beter van worden?
Het blijft frustrerend om steeds te moeten vechten voor investeringen in verenigingen en maatschappelijke initiatieven. Alsof dat een luxe is waarop je makkelijk kunt bezuinigen als het economisch tegenzit.
Juist daar ontstaat een sterke samenleving. Verenigingen en initiatieven helpen tegen eenzaamheid. Ze zorgen dat mensen elkaar kennen, elkaar helpen en minder snel afhaken.
Niet alles wat waardevol is, past netjes in het rekenmodel van het CPB. Het vraagt om politieke moed om verder te kijken dan wat direct in euro’s is uit te drukken. Daarom blijven we investeren in plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.
In wijken met een sterke sociale cohesie zijn mensen veerkrachtiger. Die verbondenheid ontstaat als mensen elkaar ontmoeten op straat en in de wijk.
En we kunnen nog een stap verder gaan.
In het Verenigd Koninkrijk krijgen kwetsbare wijken, dankzij het Big Local community-empowerment initiative 10 jaar lang, ieder jaar een miljoen pond. Bewoners bepaalden zelf waar dat geld naartoe ging: een buurthuis, een sportveld, meer groen in de wijk of een jeugdclub.
De resultaten zijn hoopgevend: minder armoede, criminaliteit, werkloosheid, vandalisme, en kinderarmoede; maar meer trots op de wijk, sociale cohesie en economische activiteit.
Waarom zouden we dat niet ook in Nederland doen?
Ik stel voor dat we beginnen met honderd wijkdeals. Honderd wijken krijgen voor tien jaar één miljoen euro om hun gemeenschap sterker te maken.
Niet Den Haag bepaalt of dat geld naar een buurthuis, sportveld, groenvoorziening of jeugdclub gaat. De mensen die er wonen bepalen dat zelf. Zonder administratieve rompslomp, maar juist door voor tien jaar vertrouwen en verantwoordelijkheid te geven.
Het tweede voorstel is de manier waarop we de samenleving betrekken bij onze nationale veiligheid.
We hebben afgelopen decennia verzuimd te investeren in defensie. Dat halen we nu in. Maar weerbaarheid gaat verder dan defensie alleen. Je bent alleen weerbaar als je dat samen bent.
Polen laat zien hoe dat kan. Daar krijgen burgers een gratis cursus om zich voor te bereiden op een conflict. Burgers worden getraind in eerstehulpverlening, overleven in het bos en cyberveiligheid. Daardoor is elke Pool in staat om drie dagen voor de eigen veiligheid te zorgen, zo is de gedachte.
In België leiden ze crisisvrijwilligers op die samen lokale teams vormen. Bij een overstroming, stroomstoring of andere crisis kunnen zij direct helpen en de professionele hulpdiensten ondersteunen.
Ook wij kunnen meer doen. Een noodpakket op zolder is niet genoeg. Want wie helpt de buurman die slecht ter been is? Wie haalt medicijnen voor iemand die zelf niet naar buiten kan? Daar zijn u en ik voor nodig.
Daarom zou ik graag zien dat wij ook mensen de kans geven een cursus ‘Nederland Voorbereid’ te volgen. Leer reanimeren. Leer wat je moet doen als de stroom dagenlang uitvalt. Leer hoe je kunt helpen bij een overstroming of cyberaanval. Daarna kun je vrijwillig aangesloten blijven bij een lokale of nationale reserve.
Zo bouwen we stap voor stap aan een moderne vorm van burgerbescherming: mensen die weten wat ze moeten doen en klaarstaan voor elkaar als het erop aankomt.
○ ○ ○
Als we het over sterke gemeenschappen hebben, moeten we het ook over integratie hebben.
Ook hier kan de samenleving veel doen wat de overheid eigenlijk niet goed kan.
Ja, we moeten eisen stellen aan taal en aan werk – en dankzij dit kabinet mogen nieuwkomers dat straks sneller dan voorheen – maar zonder ondersteuning lukt het vaak niet.
In Oss laten ze zien hoe dat wel kan. ‘Thuis in Oss’ is een vluchtelingenopvang voor 500 asielzoekers en wordt gerund door 30 medewerkers en ruim 200 vrijwilligers.
Zij helpen nieuwkomers met de taal, brengen hen in contact met lokale werkgevers en zorgen dat zij meedoen aan activiteiten in de buurt. Zo krijgen mensen niet alleen onderdak, maar ook een plek in de gemeenschap.
Die aanpak werkt. Er zijn minder incidenten, de kosten zijn lager en er is meer draagvlak in de buurt.
Dat is de les van Oss: integratie werkt beter als je de gemeenschap zelf ruimte en verantwoordelijkheid geeft. In Oss laten ze zien dat asielopvang geen onderwerp hoeft te zijn waarmee politici aan de haal kunnen gaan om te polariseren.
Thuis in Oss laat zien hoe de asielopvang er in de toekomst uit kan zien. Wat mij betreft maken we deze aanpak de blauwdruk voor de rest van Nederland. En vragen we het COA wat er nodig is om deze aanpak breder in Nederland toe te passen.
○ ○ ○
We zullen ook moeten investeren in een veerkrachtige economie.
De Nederlandse economie is sterk en kan tegen een stootje. Tegelijkertijd staat ze ook onder druk, door praktische problemen zoals de schaarste op het elektriciteitsnet, lange vergunningsprocedures en het stikstofprobleem.
In drie richtingen kunnen we de veerkracht van de economie versterken.
Mijn eerste voorstel: investeer steviger in de economie van morgen.
Het kabinet zet stappen om knelpunten op te lossen en nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken. Maar wat mij betreft is dat nog niet goed genoeg. Als we nu niet investeren, betalen we daar later de prijs voor.
Dan denk ik aan gericht investeren in infrastructuur, een schonere industrie en nieuwe technologie.
De rapporten van Wennink, Draghi en Letta wijzen allemaal dezelfde kant op: Nederland en Europa moeten sneller en gerichter investeren. Laten we de positieve woorden over die rapporten omzetten in actie.
Wat mij betreft leggen we de lat hoger dan nu. Want als Nederland hebben we de goede kaarten in handen.
In Wageningen werken we aan de toekomst van ons voedselsysteem. In Delft lopen we voorop met quantumtechnologie. In Leiden werken onderzoekers aan medische doorbraken. Daar moeten we op focussen: investeren in de technologieën waarin Nederland echt het verschil kan maken.
En soms moet de overheid zelf risico durven nemen als de markt dat niet doet.
Daarom is het zo belangrijk dat er snel een stevige Nationale Investeringsinstelling komt. Dat geldt ook voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie.
Hiermee kunnen we een extra push geven aan de nieuwe economie in Nederland.
Dat betekent ook dat we moeten kiezen in schaarste. Dat is moeilijk, want iets wél doen betekent ook iets niet meer doen.
Dat geldt ook voor de discussie over arbeidsmigratie.
Het kabinet heeft afgesproken de asielwetten aan te scherpen om meer grip op asielmigratie te krijgen. Nu wordt het ook hoog tijd om de beloften die zijn gedaan om arbeidsmigratie te beheersen concreet te maken.
We lopen anders het risico dat het ook deze kabinetsperiode vooral zal gaan over asielmigratie, maar dat we die andere moeilijke discussie niet voeren. Wat het CDA betreft doen we dat wel.
Arbeidsmigranten zijn nodig voor onze economie, maar we moeten selectiever zijn.
Soms zijn de kosten voor buurten, woningen, zorg en voorzieningen groter dan de economische opbrengst. Dat moeten we durven zeggen: dit willen we minder.
Daarom zullen we selectiever moeten worden. Met betere arbeidsvoorwaarden. Met strengere eisen voor uitzendbureaus. Door bindende afspraken te maken met sectoren om laagbetaalde arbeidsmigratie terug te dringen. En met een vakkrachtenregeling om gericht toptalent naar Nederland te halen.
Zo houden we ruimte voor arbeidsmigratie die echt bijdraagt aan onze economie, en remmen we vormen die vooral extra druk leggen op onze samenleving.
De derde keuze voor een veerkrachtige economie gaat over de economische ongelijkheid.
Te grote verschillen kunnen het vertrouwen in elkaar en in onze democratie aantasten.
Als christendemocraat vind ik dat hard werken, sparen en ondernemen moeten lonen. Maar het mag niet steeds meer uitmaken in welk gezin je geboren wordt.
Het Centraal Planbureau waarschuwt dat de economische verschillen tussen huishoudens toenemen.
De inkomensongelijkheid is in Nederland nog steeds relatief laag. Tegelijk zijn de hoge inkomens er de afgelopen jaren meer op vooruitgegaan dan de middenklasse.
Huizen zijn de afgelopen jaren veel meer waard geworden. Dat is goed nieuws voor mensen die al een huis hebben. Voor huurders en starters wordt de stap naar een koopwoning juist groter.
Ook zien we dat steeds meer vermogen in Box 2 terechtkomt. Dat is goed nieuws als ondernemers dat geld gebruiken om te investeren. Maar Box 2 is niet bedoeld als fiscaal aantrekkelijke plek om privévermogen te beleggen.
Daarnaast wordt steeds meer vermogen via erfenissen en schenkingen doorgegeven aan de volgende generatie. We zien de komende jaren een golf aan erfenissen op de samenleving afkomen.
Zo ontstaat een nieuwe scheidslijn. Tussen jongeren die hulp krijgen bij hun eerste huis en jongeren die alles zelf moeten opbouwen.
Als christendemocraat moedig ik mensen aan om voor hun kinderen te sparen. En wil ik dat ondernemerschap en hard werken worden beloond. Maar daar hoort ook solidariteit bij.
Wij willen een samenleving waarin je kansen meer afhangen van wat je zelf doet, dan van wat je erft. Daarom moeten we ons afvragen of de balans in ons belastingstelsel nog de juiste is.
Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat we het oneigenlijk gebruik van Box 2 willen aanpakken, zoals het beperken van het lenen van geld uit de eigen bv om privé-investeringen te doen; Dat we constructies in de erf- en schenkbelasting voor grote vermogens willen aanpassen, zoals schenkingen op papier; En dat we nog steeds vinden dat de fiscale behandeling van de eigen woning soberder moet, waaronder de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.
We moeten als samenleving en politiek de komende tijd deze discussie durven voeren, zodat we ook in de toekomst een solidair land blijven.
Als we het over de economie hebben, zullen we ook nog kort moeten stilstaan bij de polder.
Ik geloof in overleg tussen overheid, werkgevers en vakbonden. In een verdeeld politiek landschap kan de polder helpen om samen tot oplossingen te komen.
Dat heeft ons ver gebracht. Het hoort bij onze Rijnlandse traditie, waarin overleg tussen overheid, werkgevers en werknemers altijd onze kracht is geweest. Ook de komende jaren is die samenwerking cruciaal.
Aan tafel zitten en invloed hebben, betekent ook verantwoordelijkheid nemen. Ook voor de uitvoering van het socialezekerheidsstelsel en de modernisering daarvan.
Verantwoordelijkheid nemen getuigt van leiderschap.
Daarom verwacht ik van vakbonden dat zij helpen voorkomen dat straks één miljoen mensen ziek thuis zitten.
Wat het CDA betreft versterken we de rol van de sociale partners door meer cao’s af te sluiten en een stelsel van werknemersverzekeringen uit te werken waar zij ook zeggenschap over hebben.
○ ○ ○
Beste mensen,
Ik heb u zojuist verteld over de keuzes die we kunnen maken voor een veerkrachtige samenleving en economie. Maar met 18 zetels en een minderheidskabinet is het niet vanzelfsprekend dat al die plannen er ook komen.
Daarom moeten we het ook hebben over de veerkracht van de politiek. Misschien is dat wel de belangrijkste opdracht.
Want snel opeenvolgende verkiezingen en steeds wisselend beleid zijn fnuikend voor ons land, voor het vertrouwen van mensen in de politiek en voor onze economie. We komen, als we niet oppassen, in een spiraal terecht waarvan het eindpunt chaos is.
Een veerkrachtig politiek systeem moet een antwoord bieden op de versnippering van het politieke landschap. Een minderheidscoalitie kan een antwoord zijn.
Regelmatig vragen journalisten mij: “Als je het nu over zou moeten doen, zou je dan nog steeds in een minderheidscoalitie zijn gestapt?” Mijn antwoord is: ja, ik geloof dat een minderheidscoalitie kan werken.
Maar een minderheidskabinet zal alleen lukken als alle politieke partijen, coalitie en oppositie, het gedrag laten zien dat bij een minderheidskabinet past.
Ik ben er namelijk van overtuigd dat in een gefragmenteerd politiek landschap – en ik zie dat niet zomaar veranderen de komende jaren – een minderheidscoalitie vaker nodig zal zijn. Dus laten we proberen er zo goed mogelijk in te worden.
Een minderheidscoalitie kan niet automatisch rekenen op een meerderheid in het parlement. Dat dwingt tot samenwerken, compromissen sluiten en beleid bijsturen. Dat vraagt iets van de houding, het gedrag en de verantwoordelijkheid van alle politici.
Het is daarom belangrijk dat we na een verkiezingscampagne elkaar weer weten te vinden. Wie vandaag in de coalitie zit, kan morgen in de oppositie zitten. En andersom.
Een minderheidscoalitie kan daarom de cultuur van samenwerking en compromis versterken.
Dat een politieke cultuur niet binnen een paar maanden is veranderd, vind ik niet gek. Weinig is zo lastig als cultuurverandering. Dat heeft tijd nodig en leren we door het te doen. En na onszelf een weekend op te sluiten hebben we daarin weer veel geleerd.
Ik verwacht van het kabinet dat zij de komende weken voortvarend in gesprek gaat met partijen in de het parlement om tot brede steun te komen in Tweede en Eerste Kamer.
Zoals ik eerder opmerkte, maak ik me zorgen over de opkomst van populistische politiek. Populistische politiek maakt gebruik van de donkere kant in onze menselijke natuur.
Kerkvader Augustinus schreef al dat de mens een wezen is dat zich ergens tussen het dier en de engel bevindt. Politici kunnen een beroep doen op allebei.
Het is veel eenvoudiger om angst, boosheid en wanhoop aan te spreken dan hoop, solidariteit en verantwoordelijkheidsbesef. Elke politicus komt in de verleiding om die makkelijke weg te kiezen.
Woede over aangedaan of vermeend onrecht, haat tegenover mensen die anders zijn, ressentiment omdat je het gevoel hebt achtergesteld te worden, angst voor een wereld die te onvoorspelbaar en onveilig is geworden, de wil om te heersen over anderen: het zijn donkere passies die ons allemaal niet vreemd zijn en die ook makkelijk bespeelbaar zijn.
Maar ik ben ervan overtuigd dat we deze verleiding moeten weerstaan. Vuur bestrijd je niet met vuur.
Politieke leiders die een samenleving echt verder brengen, spreken juist de beste motieven van mensen aan. Ze schetsen een geloofwaardig perspectief en laten met concrete resultaten zien dat vooruitgang mogelijk is.
Wie het stadhuis van Maastricht bezoekt en in de centrale hal naar boven kijkt, ziet de klassieke deugden: moed, rechtvaardigheid, gematigdheid en wijsheid. Die deugden hebben we ook nu nodig. Ze zijn een waardevol kompas om onze politieke cultuur te verbeteren.
De deugd van de moed vraagt om het midden tussen roekeloosheid en lafheid. Het vraagt om moed om politieke keuzes te maken die nodig zijn, maar niet door iedereen toegejuicht worden.
De deugd van de rechtvaardigheid is altijd gericht op het recht doen aan de samenleving als gemeenschap. De deugd van de rechtvaardigheid zet de menselijke waardigheid in het centrum van alle politieke overwegingen.
De deugd van de wijsheid helpt ons te doen, niet wat slim of handig is, maar wat wijs is. Wijsheid is het vermogen om verstandig te handelen, met het oog op het belang van de hele gemeenschap.
De deugd van de gematigdheid draait om zelfbeheersing en matiging in het politieke bedrijf. Het voorkomt hijgerigheid, snel willen scoren, te grote woorden gebruiken.
Ook in de Tweede Kamer kunnen we daar werk van maken. Daarom blijf ik pleiten voor minder moties en een motiequotum.
Ook moeten we snijden in het aantal spoeddebatten en ons richten op goede wetgeving. We zullen als fractie hiervoor met voorstellen komen.
Ik zie het als grote opdracht om te bouwen aan een veerkrachtig politiek systeem. Om het vertrouwen in de democratie te versterken. En door samenwerking vooruitgang mogelijk te maken.
Dames en heren,
Ik rond af.
Aan het begin van deze avond vertelde ik u over John Davidson. Over een jongen van wie de wereld steeds kleiner werd. Totdat andere mensen hem zagen.
John leerde daardoor niet alleen omgaan met tegenslag. Hij kon uiteindelijk zelf weer van betekenis zijn voor anderen. Dat is misschien wel de belangrijkste les van deze avond.
Veerkracht ontstaat niet als ieder mens zichzelf weet te redden. Veerkracht ontstaat als mensen weten dat ze er niet alleen voor staan.
Dat geldt voor mensen. Dat geldt voor buurten en gemeenschappen. En dat geldt ook voor Nederland.
Daarom willen we investeren in jongeren en families. In buurten en verenigingen. In een eerlijke en sterke economie. En in een politiek die vooruitkijkt, verantwoordelijkheid neemt en problemen oplost.
Maar de overheid kan een veerkrachtige samenleving niet voor ons maken. Dat doen we uiteindelijk zelf.
Als ouders. Als buur. Als ondernemer. Als leraar of als vrijwilliger. Door naar elkaar om te kijken. Door verantwoordelijkheid te nemen. En door iets door te willen geven dat groter is dan onszelf.
Er is genoeg om ons zorgen over te maken. Maar zorg hoeft geen cynisme te worden. En tegenwind hoeft niet te betekenen dat we achteruitgaan.
Ik geloof dat een sterker en beter Nederland voor ons ligt.
Een land waar jonge mensen iets kunnen opbouwen. Waar hard werken loont en mensen ruimte krijgen om initiatief te nemen. Waar goede zorg beschikbaar blijft als je ouder wordt.
Waar we van mening kunnen verschillen zonder elkaar los te laten. Waar we weten wat ons bindt en met vertrouwen kijken naar wat voor ons ligt. Een land waarop we samen trots kunnen zijn. En dat we sterker doorgeven aan onze kinderen dan we het zelf hebben ontvangen.
Dat Nederland komt er niet vanzelf. Het vraagt iets van de politiek. Maar het vraagt ook iets van u en mij.
Dat we niet alleen vragen wat Nederland voor ons doet. Maar ook wat wij voor Nederland en voor elkaar kunnen doen.
Want veerkracht heb je niet alleen. Veerkrachtig zijn we alleen samen.
Dank u wel.

31 augustus 2026

01 juli 2026
30 juni 2026