30 juni 2026
01 juli 2026 9 minuten lezen
Henri zijn brief over kerkasiel Kampen
Henri Bontenbal heeft op 6 juli de volgende brief geschreven gericht aan de betrokkenen en sympathisanten van kerkasiel Kampen.

Beste betrokkenen en sympathisanten van kerkasiel Kampen,
Op dinsdag 23 juni heeft u een groot aantal kaarten aangeboden aan de Tweede Kamer. U doet daarmee een beroep op politici om een oplossing te vinden voor kerkasiel Kampen en het gezin Babayants; en u doet daarmee een breder pleidooi voor een kinderpardon voor alle gewortelde kinderen in Nederland die met hun ouders asiel hebben aangevraagd.
Allereerst wil ik mijn waardering uitspreken voor uw sterke betrokkenheid bij het lot van kwetsbare gezinnen. Tal van christenen en ook niet-christenen zetten zich in voor vluchtelingen vanuit hun bewogenheid met mensen. U neemt daarmee de opdracht om barmhartig te zijn serieus. Het is deze solidariteit tussen mensen die een samenleving sterk maakt.
Tegelijkertijd wil ik graag toelichten waarom het CDA terughoudend is in haar betrokkenheid bij kerkasiel Kampen en ook geen voorstander is van een nieuw kinderpardon.
In 2019 heeft het CDA een verruiming van het kinderpardon gesteund, waarbij afgesproken is het kinderpardon voor nieuwe gevallen af te schaffen. De zogenaamde Afsluitingsregeling was hiervan het resultaat. Een nieuw kinderpardon doet geen recht aan de gemaakte afspraken.
Ons standpunt hierover is niet lichtzinnig ingenomen, maar is het resultaat van een complexe afweging van argumenten en belangen; argumenten die ons zijn aangereikt in de verschillende gesprekken.
De onderliggende vragen zijn ingewikkelde morele vragen en een gezin met gewortelde kinderen met concrete gezichten en persoonlijke verhalen raakt natuurlijk altijd een snaar.
Onze terughoudendheid om ons uit te laten over kerkasiel Kampen komt deels voort uit ons standpunt dat we zoveel mogelijk willen vermijden in te gaan op individuele cases. Waarom? Als politicus ken je niet altijd alle feiten uit het dossier – alleen de IND en de rechter kennen het hele dossier goed en hebben op basis daarvan geoordeeld – en dus loop je het risico te snelle conclusies te trekken. Daar zijn ook voorbeelden uit het verleden van te geven. Het is daarnaast de taak van de politiek om algemene regels te stellen.
Heeft de politiek dan helemaal niet te kijken naar individuele zaken? Ook dat is te zwart-wit, want het verleden heeft geleerd dat individuele casussen zichtbaar maken waar algemene regels en wetgeving schuurt en verkeert uitpakt. Daarom is het de taak van de politicus zich wel degelijk in individuele cases te verdiepen als deze casus daar aanleiding toe geeft.
De centrale vraag is dus of de specifieke situatie van het gezin Babayants fouten in wetgeving blootleggen waar ik als politicus op moet reageren? En zo ja, of dit gebrek in wetgeving dan alleen geldt voor deze familie of ook breder voor andere families?
Mijn antwoord op beide vragen is ‘nee’. Daarbij ben ik genoodzaakt om op de specifieke situatie van dit gezin in te gaan. Zoals gezegd, doe ik dat met schroom. Ook omdat ik me het persoonlijk leed van de familie aantrek en uit menselijk oogpunt hun positie begrijp. Maar dat maakt mijn afweging niet anders.
Ik neem u in onderstaande mee langs mijn drie belangrijkste argumenten:
1. In een rechtsstaat bepaalt de rechter, niet de politiek
Ons asielsysteem zit zo in elkaar dat de IND een asielaanvraag op zijn merites beoordeelt en deze vervolgens toe- of afwijst. Het is aan belanghebbenden om naar de rechter te stappen als hij/zij het met de beslissing van de IND niet eens is. De stap naar de rechter heeft de familie Babayants ook gezet. Meermaals. Zes keer om volledig te zijn. In alle gevallen heeft de rechter, tot in hoogste instantie, geoordeeld dat de IND geen onjuist besluit genomen heeft. Slechts één keer gaf de rechter de familie Babayants gelijk. De rechter gaf aan dat de familie, in afwachting van de uitkomst van de procedure, in Nederland mocht blijven.
Zoals gezegd is het de rechter die volledig inzage heeft in de dossiers. Niet de politiek, en ook niet betrokkenen rondom het kerkasiel. De rechter heeft de feiten uit het dossier tot zich genomen en de IND in haar besluiten gevolgd. In een rechtsstaat moet je ook op die uitkomsten van de rechter kunnen vertrouwen.
In de discussie hoor ik veel terugkomen dat terugkeer niet in het belang van de kinderen zou zijn, althans niet door de rechter zou zijn meegenomen. Dat argument is niet correct. De belangen van de kinderen zijn meegewogen door de IND en de rechter. De rechter oordeelt alleen anders. Dat staat ook in het vonnis beschreven. De IND heeft naar het oordeel van de rechter voldoende gemotiveerd dat de kinderen in Oezbekistan een veilige toekomst kunnen hebben, inclusief een economisch perspectief.
Vertrouwen op de rechterlijke macht betekent ook dat onwelgevallige uitkomsten nageleefd moeten worden. Terugkeer is het sluitstuk van een geloofwaardig asielbeleid. Als de rechter oordeelt dat geen juridische ruimte is voor rechtmatig verblijf in Nederland en dat bij terugkeer de belangen van de kinderen niet worden geschonden, dan moeten we dat oordeel respecteren.
2. Kwam de duidelijkheid van de rechter wel snel genoeg?
Als ik berichtgeving lees, kan het beeld ontstaan dat de familie Babayants slachtoffer is geworden van ellenlange procedures bij de IND en de rechter. Dat beeld wil ik rechtzetten. Dat is niet waar. Als ik het dossier bestudeer op basis van de informatie die openbaar is, dan valt me op dat het gezin Babayants al vroeg en bij herhaling te horen gekregen heeft dat zij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. De rechter heeft de besluiten van de IND keer op keer bevestigd en het beroep daartegen afgewezen. De eerste afwijzing van de IND kwam na een half jaar (in 2014). Dat is relatief snel en geen grove schending van de regels.
Het zijn vervolgens de ouders zelf geweest die bij voortduring nieuwe procedures zijn gestart om alsnog kans te maken op een asielvergunning. Het zijn de ouders die de procedures hebben gerekt, niet de overheid. Ook dit argument van de lange procedures vind ik dus geen legitiem argument.
Je kunt je overigens wél de vraag stellen waarom de overheid de mogelijkheid openhoudt om steeds maar te kunnen blijven doorprocederen. De vraag is echter of dit een tekortkoming is in de wet, en of je het überhaupt wel kunt voorkomen. De IND en de rechter hebben de herhaalde aanvragen meermaals het dictum “niet-ontvankelijk” gegeven. Dat wil zeggen: om procedurele redenen kansloos. Dat zou een signaal moeten zijn aan de aanvragers zelf en de asieladvocaten die hen bijstaan. Waar eindigt de verantwoordelijkheid van de overheid en waar begint die van ouders?
3. Verantwoordelijkheid van de ouders
Ten derde wil ik wijzen op de verantwoordelijkheid van de ouders. Ik merk in de gesprekken die ik over kerkasiel Kampen heb gehad, dat degenen die willen dat het gezin in Nederland moet kunnen blijven, deze feiten en de verantwoordelijkheid van de ouders daarin gelukkig niet (meer) betwisten.
Tegelijkertijd hoor ik nog wel dat, hoewel de verantwoordelijkheid van de ouders, hun gedragingen kinderen niet mogen schade. Kinderen die geworteld zijn in Nederland mogen niet de dupe zijn van keuzes van de ouders. Ook daar kan ik tot op zekere hoogte in mee. Ik vind het ook vreselijk dat kinderen de dupe worden van gedrag van hun ouders. Maar dat geldt niet alleen in asielsituaties. Veel vaker ondervinden kinderen last van keuzes van ouders die niet gemaakt worden in belang van de kinderen. Maar maakt dit dat we daarmee rechterlijke uitspraken naast ons moeten neerleggen, waardoor niet alleen kinderen, maar óók de ouders – via de band van gezinshereniging – in Nederland mogen blijven?
Nee.
Het is mijn stellige overtuiging dat dit niet helpt. Ik wil juist het gesprek voeren met ouders. Hoe voorkomen we dat zij zich zo opstellen? Waarom stellen zij het kind niet centraal? Het zou een slechte prikkel zijn in het systeem om “onder het mom van: belang van het kind” iedereen in Nederland te houden. Het is een prikkel die ouders beloont voor gedrag dat niet in het belang van kinderen is.
Sterker nog: ik vind het juist ethisch niet verantwoord. Want wat zeg je tegen alle ouders die wél in het belang van hun kinderen hebben gehandeld. Die wél uitspraken van rechters hebben nageleefd? Die na een vertrekbesluit wél uit Nederland vertrokken zijn?
Ik wil juist ook hen een gezicht geven. Want in een rechtsstaat leven we niet alleen uitspraken van rechters na, maar behandelen we ook iedereen gelijk. Zeker kinderen.
Kortom, ik zie geen reden om voor de familie Babayants een uitzondering te maken.
Geen kinderpardon
De fundamentele bezwaren die ik zojuist heb opgesomd, gelden generiek voor alle families met gewortelde kinderen. Ik kan natuurlijk niet op alle individuele dossiers ingaan, maar ook in die gevallen geldt dat de rechter uitspraak heeft gedaan, de belangen van kinderen in de uitspraak zijn meegewogen, de primaire verantwoordelijkheid bij ouders ligt en het maken van uitzonderingen een vreemd signaal aan ouders zou afgeven die wel de regels hebben nageleefd.
De meest recente uitspraken laten zien dat de rechter in een aantal individuele cases nu anders oordeelt. Wat de consequenties van deze uitspraken voor andere zaken zijn, is nog niet duidelijk. Wat deze uitspraken in ieder geval wel laten zien is dat er een individuele toetsing door de rechter plaatsvindt en daarin de belangen van het kind een belangrijke plek krijgen. Als de IND een afwijzing onvoldoende motiveert, fluit de rechter de IND terug.
Over de lengte van de procedures kan ik alleen in algemeenheid iets zeggen. Ik weet dat, in tegenstelling tot de situatie bij de familie Babayants, de procedures bij de IND en de rechter lang – en soms ook: te lang – duren. Dat maakt niet dat mijn belangenafweging anders is. Het is voor mij wel een extra motivatie om mij te blijven inzetten voor snellere procedures. Daarom heeft dit kabinet daar ook extra geld voor vrijgemaakt.
Deze overwegingen spelen een rol in ons standpunt dat er geen nieuw kinderpardon moet komen en ook het gezin in de kerk van Kampen terug moet keren naar het land van herkomst. Dit laat ons niet koud, maar politieke keuzes zijn soms hele complexe keuzes, waar ook pijnlijke consequenties aan hangen.
Zou barmhartigheid niet de boventoon moeten voeren, zeker voor een partij als het CDA? Die vraag krijgen we regelmatig. Mijn antwoord daarop is: barmhartigheid en rechtvaardigheid hoeven niet tegenover elkaar te staan, maar een overheid kan en moet grenzen stellen aan wie in Nederland mogen blijven. Barmhartigheid komt tot uitdrukking in de mate waarin het asielbeleid ruimte biedt voor mensen in nood en in de waarborgen die de rechtsstaat biedt. Die barmhartigheid is alleen vol te houden als er een begrenzing aan zit. Maar elke grens is pijnlijk en voor politieke discussie vatbaar. Barmhartigheid betekent ook dat je rekening houdt met de draagkracht van de ontvangende samenleving. Wat niet voor discussie vatbaar is, is dat de overheid niet vanuit willekeur kan en mag handelen. Als de overheid tot een besluit komt over het niet toekennen van een verblijfsvergunning en de rechter heeft het besluit getoetst, dan moet ook hier de rechtsstaat gerespecteerd worden en moet er gevolg gegeven worden aan de uitspraak.
Met vriendelijke groet,
Henri Bontenbal
Politiek leider van het CDA
Lees
verder

30 juni 2026
Eerste Kamer behandelt box 3
24 juni 2026
