03 september 2026
03 september 2026 1 minuten lezen
Maes: Europa moet financiële wurggreep op Palestijnen helpen doorbreken
CDA-Kamerlid Maes van Lanschot schrijft in een opiniestuk bij BNR over de onderbelichte financieel-economische druk op Palestijnen en de gevolgen daarvan voor de tweestatenoplossing.

Beperkingen op mobiliteit, ingehouden douane-inkomsten en problemen in de bancaire sector zetten de Palestijnse economie steeds verder onder druk. Volgens Van Lanschot moet Nederland daarom niet alleen druk blijven zetten op Israël, maar ook samen met Europese partners werken aan sterkere financiële banden met de Palestijnse gebieden.
“Een gezonde Palestijnse economie is ook in het belang van een veilig Israël.”
Maes van Lanschot
Tweede Kamerlid
Van Lanschot pleit daarom onder meer voor het opschorten van Israëlische handelsvoordelen uit het associatieverdrag met de EU, een verbod op de import van goederen uit illegale nederzettingen en het versterken van de banden tussen de Europese en Palestijnse financiële sector.
Lees hier de hele opinie van Maes
CDA: Europa moet financiële wurggreep op Palestijnen helpen doorbreken
Historisch besef ontslaat ons niet van de plicht om het heden kritisch onder de loep te nemen. Daarom mag Israëls recht op zelfverdediging niet omslaan naar schending van het internationaal recht.[1] Het staat buiten kijf dat terroristische organisaties als Hamas uitgebannen moeten worden. Tegelijkertijd blijft de regering-Netanyahu de tweestatenoplossing ondermijnen. Dagelijks lezen we over humanitaire nood, discriminerende wetten en kolonistengeweld. Veel minder aandacht is er voor de financieel-economische wurggreep op Palestijnen. Deze druk ondermijnt het perspectief op een levensvatbare Palestijnse staat, en daarmee uiteindelijk ook op blijvende veiligheid voor Israël.
Dat begint bij de beperkingen op mobiliteit. Ellenlang wachten voor meer dan 1000 check-points leidt tot hogere kosten, lagere lonen en slechtere markttoegang.[2] Op de Westelijke Jordaanoever heeft dit in twintig jaar geleid tot 50 miljard dollar aan misgelopen economische groei.[3] Voor de goede orde, de wederopbouw van Gaza is geschat op 71 miljard dollar.[4]
Daar komt de kwestie van de douane-inkomsten bij, goed voor twee-derde van het budget van de Palestijnse Autoriteit. Afgesproken is dat Israël deze int voor de Palestijnse gebieden en die maandelijks doorgeeft. De buitensporige hoge vergoeding van 3% is niet het enige probleem.[5] De regering-Netanyahu heeft in juni 2026 wettelijk vastgelegd dat het deze gelden mag inhouden. Dat gebeurde in de praktijk al jarenlang. Sinds juni 2025 wordt helemaal niets meer overgemaakt en is de achterstand 6 miljard dollar.[6][7]
Ook de Palestijnse bancaire sector staat steeds verder onder druk. De Palestijnse Autoriteit heeft geen eigen munt en is afhankelijk van de Israëlische shekel. Minister van Financiën Smotrich laat maandelijks boven de markt hangen of Israëlische en Palestijnse banken nog zaken met elkaar mogen doen. Ook beperkt hij de shekels die Palestijnse banken mogen terugbrengen in het bancaire systeem. Met als gevolg een overschot aan cash die niet kan worden omgezet in bruikbaarder giraal geld op bankrekeningen.
Het budgettaire kunst en vliegwerk van de Palestijnse Autoriteit en de buitenlandse financiële steun zijn volstrekt onvoldoende om de samenleving te laten functioneren. Kinderen gaan maar drie dagen naar school, ziekenhuisoperaties worden uitgesteld en ambtenaren krijgen maanden geen salaris. Ingrediënten voor een grootschalige escalatie op de Westelijke Jordaanoever.
Er is ook een juridisch aspect. Het Internationaal Gerechtshof heeft in juli 2024 gewezen op de verplichting van VN-lidstaten om maatregelen te nemen om handels- of investeringsrelaties te voorkomen die bijdragen aan het in stand houden van de onrechtmatige situatie die door Israël in het bezette Palestijnse gebied is gecreëerd. Daarom moet Nederland wat ons betreft drie zaken doen.
Nederland moet blijven pleiten voor het opschorten van Israëlische handelsvoordelen uit het associatieverdrag met de EU, totdat de humanitaire nood verlicht is, het internationaal recht wordt nagekomen en de economische wurggreep is versoepeld. Daarnaast moet Nederland de import van goederen uit illegale nederzettingen verbieden. Het CDA steunt dit kabinetsbesluit waarover vandaag in de Kamer wordt gedebatteerd. Ook moeten we de banden tussen de Europese en Palestijnse financiële sector versterken, bijvoorbeeld met een kredietlijn van de EIB of EBRD met de overtollige shekels als onderpand. Essentieel is dat in EU-verband compliance-risico’s voor banken beheerst worden, via regelgeving of garanties.[8]
Nederland moet hierbij zoveel mogelijk in EU-verband of met kopgroepen in optrekken. Zoals de ‘Emergency Coalition for the Financial Sustainability of the Palestinian Authority’. Deze groep van 12 landen eist dat de regering-Netanyahu per direct alle douane-inkomsten vrijgeeft. Nederland moet zich bij deze coalitie aansluiten en een leidende rol nemen.[9] Want als we de tweestatenoplossing een kans willen geven, moet de financieel-economische wurggreep op de Palestijnse gebieden worden doorbroken. Een gezonde Palestijnse economie is ook in het belang van een veilig Israël.
- Zie ook Henri Bontenbal en Derk Boswijk in Trouw: ‘Laat Israël niet verder afglijden’ (28 april 2025)
- Palestine ministry of Finance and Planning: ‘Financial and Economic Outlook’, p.2 (mei 2026)
- De VN becijfert dat het BNP van de Westbank met 25% zou stijgen als Israël deze barrières zou loslaten. Zie United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD): ‘The Economic Costs of the Israeli Occupation for the Palestinian People: The Cost of Restrictions in Area C Viewed from Above’, p. ix (2022).
- World Bank, EU en VN: ‘The Gaza Rapid Damage and Needs Assessment (RDNA)’, p. 7 (April 2026)
- Volgens de Wereldbank is deze fee een factor 5 te hoog. Zie World Bank: ‘Economic Monitoring Report to the Ad Hoc Liaison Committee’, p. 20 (April 2026).
- Palestine ministry of Finance and Planning: ‘Financial and Economic Outlook’, p.4 (mei 2026).
- De niet nagekomen afgesproken op fiscaal gebied zijn breder. In het Parijs Protocol van 1994 is afgesproken dat Israel voor Palestina belasting zou heffen in het belangrijke gebied C, dat 60% van de Westbank uitmaakt. De VN schat de economische activiteiten in 2025 op 53 miljard dollar (inclusief Oost-Jeruzalem). Israël maakt niets over. Zie UNCTAD: ‘Economic costs of the Israeli occupation for the Palestinian people: the post-October 2023 shocks compounding the historical cumulative cost of the occupation of the West Bank, p. 20 (August 2025) en UNCTAD: ‘Developments in the economy of the Occupied Palestinian Territory’, p. 14 (juli 2024)
- Zie ook de oproep van de Palestijnse overheid aan de Palestine Donor Group Meeting van 13 juli 2026 en het rapport van de International Crisis Group ‘Chokehold: Countering Israel’s Grip on the West Bank Economy’ van 15 juni 2026.
- Opgericht in september 2025 met deelnemende landen België, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Ierland, Japan, Noorwegen, Saudi-Arabië, Slovenië, Spanje, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk.
Lees
verder

31 augustus 2026
Veerkracht, Vertrouwen, Vooruitgang

31 augustus 2026
