Zorg en samen­le­ving

We zijn welvarender dan ooit. Maar tegelijk voelen steeds meer mensen zich eenzaam. Het aantal jongeren dat jeugdhulp nodig heeft, groeit en mentale problemen nemen toe.

We hebben lang gedacht dat geld, sociale media en snelle zorg ons gelukkiger zouden maken. Dat bleek niet waar. 

Daarom moet het anders. En het kán anders. 

De afgelopen jaren heeft het CDA het voortouw genomen in een andere kijk op zorg: van een stelsel dat wacht op een indicatie naar een gemeenschap die eerder klaarstaat. Meer mensen kregen hulp en meer mensen staan klaar voor een ander.

Onze standpunten

Hilversum blijft landelijk koploper in het bestrijden van eenzaamheid en loopt voorop met vernieuwende initiatieven.

De overheid neemt niet over, maar maakt mogelijk. Omzien naar elkaar begint niet bij de overheid, maar in de straat, de vereniging, het dorpshuis en de kerk. De gemeente werkt samen met huisartsen, het ziekenhuis, de ggz en de buurtteams, en steunt wat inwoners zelf opzetten en gaat er niet voor in de plaats staan. Nergens komt dat omzien naar elkaar scherper naar voren dan wanneer we spreken over eenzaamheid. Eenzaamheid, misschien wel het ergste dat een mens kan overkomen. 

De Hilversumse aanpak is vooruitstrevend. We zetten het actieprogramma ‘Samen zijn we sterker’ door en maken er extra middelen voor vrij. We versterken de vrijwilligerscentrale en de organisaties die daar dag in dag uit het werk voor doen.

Collectief waar het kan, individueel waar het moet. Veel van wat mensen nodig hebben is ritme, contact, ergens bij horen. En dat komt beter tot zijn recht in een groep dan aan een bureau. Wie eenzaam is, is niet geholpen met een indicatie voor een gesprek, maar door ergens te komen waar samen wordt gekookt en waar je gemist wordt als je er niet bent. En in een groep ben je niet alleen ontvanger van zorg; je doet ertoe. En je wordt uitgenodigd om mee te doen.

Zorg is voor jong en oud toegankelijk: zonder indicatie waar het kan, met indicatie waar het moet.

Door de wijk rijdt een buurtmobi. Achter het stuur een vrijwilliger, naast hem een buurvrouw die anders de deur niet meer uitkwam. Onderweg naar het buurthuis, waar door vrijwilligers een maaltijd wordt geserveerd. Geen indicatie, geen aanvraag, geen wachtlijst. Een buurman die tijd heeft en een buurvrouw die weer meedoet. Dat is het hart van de omslag die de afgelopen vier jaar in gang is gezet. Gedragen door de buurt. En waar het nodig was gefaciliteerd door de gemeente. 

Op steeds meer plekken in onze gemeente wordt zorg verleend zonder indicatie, als algemene voorziening. Professionals en buurtbewoners ondersteunen buurtbewoners. En terwijl méér mensen hulp kregen, stegen de kosten niet evenredig mee. Het is niet alleen goedkoper. Het is vooral menselijker.

Lichte, laagdrempelige hulp is beschikbaar in de buurt.

Zorg is voor iederen toegankelijk waar het kan, indicatie alleen waar het moet. Lichte, laagdrempelige hulp vind je in de buurt; zware zorg zetten we in als het echt nodig is, en dan snel en volwaardig.

Aandacht voor mentale gezondheid van jongeren: minder schermtijd, meer ontmoetingsplekken in de wijk.

Bij de jeugd valt het meest te winnen. Hoe eerder we een probleem zien, hoe lichter de hulp die volstaat en hoe minder een kind vast komt te zitten in een traject dat het niet nodig had. De jeugdgezondheidszorg, het schoolmaatschappelijk werk, de praktijkondersteuner bij de huisarts en de lokale buurtteams zijn daarin onze ogen en oren; die samenwerking versterken we, net als de aansluiting tussen jeugdzorg en onderwijs. Maar we durven ook een grens te trekken, niet elke hobbel in het opgroeien is een zorgvraag. Niet alle geïndiceerde zorg is goed voor een kind.

Door dat onderscheid scherp te houden en duidelijke afspraken te maken met scholen, huisartsen  en andere verwijzers, houden we grip op de jeugdzorg. Voor het kind, en voor het geld dat we met  elkaar opbrengen, dat we verantwoord besteden en waar nodig beschermen tegen fraude en criminaliteit.

De school speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van een kind.  Zowel als het gaat over preventie, vroegsignalering en doorlopende ontwikkellijnen. 

Tegelijkertijd blijft de opgave om samenwerking met het onderwijs verder te verdiepen en structureel te verankeren, vooral op het snijvlak van onderwijs, jeugdhulp en inclusie. 

We vragen ook de omgeving om mee te doen. De ouders, maar ook de buren. Net als toen wij vroeger opgroeiden met ooms en tantes in onze wijk, zoeken we nu leun- en steungezinnen. We investeren in werving en training. Zo wordt omzien naar elkaar weer van ons allemaal. It takes a village to raise a child.

De mentale gezondheid stond onder jongeren nog nooit zo onder druk. Daar helpt geen loket tegen. Het helpt een jongere als die zich gezien voelt: een plek in de wijk, een jongeren- of sportcoach die hem kent, een club waar hij erbij hoort. In die weerbaarheid investeren we. En we durven iets ongemakkelijks te zeggen over de telefoon in elke broekzak. Niet uit angst voor techniek, maar omdat een kinderhoofd rust nodig heeft. Onze oproep “Geef je kind (nog) geen smartphone” was daarin een begin; opgroeien met minder scherm blijven we stimuleren, samen met scholen en ouders.

We weten dat mantelzorgers vaak de zwaarste zorgtaken dragen. Hen steunen we zichtbaar en dicht bij huis.

Mantelzorgers dragen de zwaarste zorg van allemaal. Hen steunen we zichtbaar en dichtbij huis. Dat geldt ook voor de naasten die vaak vergeten worden: partners en ouders van mensen met een verslaving of een psychische kwetsbaarheid.

Wij geloven dat mensen voor elkaar willen zorgen en dat de gemeente er is om dat mogelijk te maken, niet om het over te nemen. Maar ook weten we dat de zin van het bestaan gaat over de zorg voor de ander. Dit onderwerp is niet alleen geschreven voor mensen die zorg nodig hebben.

Waar mensen naar elkaar omzien, krijgt eenzaamheid minder kans

Leoni Brussaard

Het gaat over iedereen. In de regio Gooi en Vechtstreek is de brede welvaart de hoogste van Nederland; we zijn nog nooit zó welvarend geweest. Maar we zijn ook nog nooit zo eenzaam geweest. Er zijn nog nooit zoveel kinderen met een jeugdhulptraject geweest en de mentale gezondheid was nog nooit zo slecht. We hebben lang gedacht dat geld, sociale media en snelle zorg ons gelukkiger zouden maken. 

Het heeft anders uitgepakt. Het moet daarom anders. En het kan ook anders. 

De afgelopen jaren heeft het CDA het initiatief genomen om de zorg te veranderen: van een stelsel dat wacht op een indicatie naar een gemeenschap die eerder klaar staat. Meer mensen kregen hulp, en méér mensen hielpen een ander.