02 juni 2016

Interessant debat over aantrekkelijkheid Deurne

Op donderdagavond 26 mei 2016 organiseerde het CDA Deurne een debat avond over de aantrekkelijkheid en de herkenbaarheid van Deurne. Er werd gedebatteerd onder leiding van Maarten Heesakkers over de onderwerpen Wonen, Evenementen, Detailhandel, Cultuur, Infrastructuur, Werk en Recreatie in een leegstaand winkelpand in de Stationstraat.

Cultuur

Willie Koppens leidde het onderwerp in met een pleidooi dat de gemeente Deurne zorg dient te dragen voor een basis “cultuurinfrastructuur” waarbij de focus ligt op cultuureducatie voor de jeugd. Deze taak kan niet bij het onderwijs worden neergelegd omdat we zien dat steeds meer zaken richting het onderwijs wordt geschoven die daar de middelen niet voor hebben. Daarom is het belangrijk dat er structureel geïnvesteerd wordt in activiteiten die bijdragen in culturele vorming van de jeugd. Volwassen daarentegen dienen zelf zorg te dragen dat culturele activiteiten zichzelf kunnen bedruipen. In de discusssie werd ook duidelijk dat het Cultuurcentrum Deurne in zijn huidige opzet geen bestaansrecht heeft en het eenvoudig verhuren van ruimten direct concurreert met de bestaande gemeenschapsaccommodaties. Het cultuuraanbod in Deurne kent geen grote trekker zoals je vaak in andere plaatsen tegenkomt. Deurne Paardenwereld is het niet geworden zoals de Klok voor Asten bepalend is. Daarentegen zijn er wel enorme kansen omdat het cultuuraanbod van Deurne zeer divers is: namen zoals Toon Kortooms, Antoon Coolen, Dokter Wiegersma en diversen anderen kenmerken Deurne en haar cultuur. Het beeldmerk “Pallet van de Peel” kan hier uitstekend vorm aan geven en dient hier volop in gebruikt te worden om juist de veelzijdigheid onder 1 naam bekend te maken.

Evenementen

Hans Martens, voorzitter van het tweejaarlijkse IJsfestijn leidde het onderwerp in. In zijn visie is het belangrijk dat in Deurne een gebalanceerd aanbod van grote en kleine evenementen aanwezig is waarbij niet onderschat moet worden hoe belangrijk kleine evenementen zijn voor de leefbaarheid in wijken en dorpskernen. Het IJsfestijn is typisch een groot evenement die voornamelijk gericht is op de jeugd van Deurne. Terwijl het Nacht van het Witte Doek een veel grotere regionale uitstraling heeft. Het moet niet onderschat worden wat de ondernemers van Deurne bijdragen aan alle evenementen en de vele vrijwilligers die nodig zijn om de evenementen ook daadwerkelijk uitgevoerd te krijgen. Het oprichten van een evenementenfonds betaald vanuit de belasting die ondernemers betalen naar voorbeeld van Helmond zou meer structuur kunnen geven.

In de discussie komt met namen aanbod de problemen die worden ervaren bij de vergunningsaanvragen. De complexiteit van regelgeving en de voorwaarden waaraan voldaan moet worden is zodanig dat de zin en motivatie om iets leuks neer te zetten voor de Deurnese burgers flink afneemt en er toe leidt dat vrijwilligers gaan afhaken. De waardering wordt compleet gemist!

Detailhandel

Sjef van Stratum van Fratelli Shoes opende zijn inleiding met de opmerking: Deurne is geen verkeerde plaats! In het verleden hebben we een trend gezien van filialisering waar de winkelkernen groeiden en gevuld werden met ketens. Juist die ketens zien we nu omvallen. De ondernemer die zich continue bewust is van het feit dat hij zich moet onderscheiden met een relevant aanbod heeft bestaansrecht. Waarbij geldt dat diegene die zich het makkelijkst en snelst kunnen aanpassen aan de veranderende samenleving het wel gaan redden. Dit betekent dat winkels een bredere functie gaan vervullen bijvoorbeeld ook als haal en breng plaats voor online bestellingen. Dit betekent dat er nieuwe kansen ontstaan en nieuwe markten.

In de discussie kwam natuurlijk ook het parkeren aan bod. Er was overeenstemming dat alleen gratis parkeren niets oplost voor de leegstand maar het was ook duidelijk dat gratis parkeren wel kan bijdragen tot een meer florerend centrum. Flexibiliteit in regelgeving zou een uitkomst kunnen bieden. Bijvoorbeeld dat er tijdelijk in een winkelpand gewoond mag worden en op het moment dat de vraag naar winkelpanden weer aantrekt geswitcht kan worden. Maar tegelijkertijd moet wel voorkomen worden dat versnippering optreedt die het centrum verder ontkracht.

Werk en Recreatie

Agrarisch ondernemer Kees Witteveen die met zijn familie recentelijk het Streekhuys aan het Haageind heeft opgericht vertelde met name het gemis dat de gemeente Deurne niet als een bedrijf werkt. Door frequente veranderingen in het bestuur loop je tegen een muur als het gaat om ontplooien van initiatieven op het gebied van werk en recreatie. Ook hier wordt flexibiliteit gemist en wordt er meer in problemen gedacht dan in kansen. Een dorp heeft natuurlijk een beperkter aanbod voor toerisme maar moet ook zeker niet onderschat worden. Er is veel potentie maar dan moet wel de wil er zijn om hier iets van te maken. In de discussie werd duidelijk dat we niet zomaar bouwmarkten of outlets in het buitengebied zien ontstaan maar aan de andere kant voelde de meerderheid wel dat het broodnodig is om buiten bestaande kaders te denken. Creativiteit om nieuwe initiatieven in bijvoorbeeld leegstaande stallen te ontplooien moeten meer kans krijgen en slopen alleen zal geen haalbare kaart zijn.

Wonen

Leo Verberne voorzitter van de Kring KBO Deurne pleitte voor meer onderzoek naar de daadwerkelijke woonbehoefte. Als organisatie hebben ze daarom ook stevig commentaar ingediend op de woonvisie 2015-2030 waarbij het zeker positief is dat de prioriteit in de woonvisie uitgaat naar jongeren en senioren. Toch werkt het alleen maar als de woonvisie is gebaseerd op de daadwerkelijke behoefte van bewoners. Het regelmatig professioneel onderzoeken van de woonbehoefte zorgt voor het juiste inzicht waarop beleid zich kan richten. Dan zal blijken of bijvoorbeeld appartementen, grondgebonden woningen of juist “community”-woningen waarin senioren gezamenlijk zorg en veiligheid regelen nodig zijn en plannen zich hierop kunnen richten. Daarbij is het zeker niet verkeerd dat nieuwe ontwikkelingen zoals nu bijvoorbeeld ook aan de Stijn Streuvelslaan gestimuleerd worden om van de grond te komen.

Infrastructuur

Als laatste onderwerp van de debatavond gebruikt Jan van Schijndel de fiets zowel fysiek als symbolisch als verbinding tussen alle onderwerpen en het belang van een goede infrastructuur ten dienste van de burgers in Deurne. Jan van Schijndel noemt het ook liever mobiliteit. En mobiliteit heb je overal. Daarom is het belangrijk dat er een duidelijke visie ligt waar het naar toe moet. Juist deze visie is belangrijk om beschikbare subsidie middelen die er veel meer zijn dan je wellicht denkt naar Deurne te halen. Daarbij zou de fiets centraal moeten staan. De bereikbaarheid van Deurne is zeer belangrijk en een tunnel komt eigenlijk al veel te laat. Helmond heeft er zeven en in Deurne moeten we nog maar afwachten of we opgenomen worden in het landelijk plan voor overwegen. Voor intern verkeer in Deurne zou een tunnel op de Liesselseweg logisch lijken echter voor het verkeer dat niet in Deurne hoeft te zijn is de route over de Zuidelijke omlegging en dan een tunnel bij Binderen om vervolgens op de N270 richting Eindhoven of Venray te kunnen meer voor de hand liggend. Deurne moet werk maken van haar infrastructuur en er zijn voldoende “potjes” om het makkelijker te maken.

Samenvatting

Fractievoorzitter van het CDA Deurne Leo Cuijpers sloot de avond af met een samenvatting van het debat. In zijn samenvatting verwoorde hij dat de kern van de debatten leerden dat meer flexibiliteit nodig is om antwoorden te vinden voor de uitdagingen die Deurne heeft. Starre werkwijzen en stapels aan regelingen maken het complex en demotiveren. Een doorbraak hierin vinden is absoluut nodig om de aantrekkelijkheid en herkenbaarheid te verbeteren. Hij bedankte de inleiders en de debatleider met een kadootje en merkte op dat het open debat met de aanwezigen zeker voor herhaling voor andere onderwerpen vatbaar is.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.