Natuur & landschap

Zeeland heeft veel mooie natuur en schitterende landschappen. Het CDA vindt dit het beschermen meer dan waard. Naast de intrinsieke waarde is natuur van waarde voor inwoners en toeristen. Het CDA vindt het daarom belangrijk dat de natuur zoveel mogelijk toegankelijk is – denk bijvoorbeeld aan recreatief medegebruik van dijken – en pleit daarbij voor het ‘ja, tenzij’-principe. 

 

De afgelopen decennia is er in Zeeland veel nieuwe natuur gecreëerd in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), inmiddels genaamd Nationaal Natuur Netwerk (NNN). Zeeland heeft dat slim aangepakt en loopt voor op andere provincies. Realisering en onderhoud van natuur is recent gedecentraliseerd van de Rijksoverheid naar de provincies. De provincie heeft daardoor nieuwe verantwoordelijkheden en kan ook keuzes maken. Het CDA vindt dat er in de komende periode geen nieuwe natuur ten koste van goede landbouwgrond gerealiseerd mag worden. De in het verleden verworven percelen voor de aanleg van nieuwe natuur kunnen nog wel worden ingericht. 

 

Nieuw aangelegde natuur kan nadelige gevolgen hebben voor de landbouw. De schade die de landbouw daardoor wordt aangedaan – bijvoorbeeld door ganzen –  dient volledig gecompenseerd te worden. De Fauna Beheers Eenheid (FBE) moet daartoe voldoende in staat worden gesteld, ook in financieel opzicht. Om in aanmerking te komen voor schadevergoeding worden geen belemmerende voorwaarden (zoals het betalen van behandelingskosten en het aanhouden van drempelbedragen per gewas) aangehouden. Het CDA ziet bij voorkeur actief beheer van de ganzenpopulatie om schade aan gewassen op voorhand te voorkomen. Bij het besteden van middelen vindt het CDA dat prioriteit moet worden gegeven aan het landelijk gebied en natuurontwikkeling daardoor vertraagd kan worden. 

 

Het agrarisch natuurbeheer vormt als agromilieu en -klimaatmaatregel een belangrijke pijler in het plattelandsbeleid (pijler 2 van het GLB). Binnen het nieuwe GLB 2014-2020 wordt collectief agrarisch natuurbeheer mogelijk gemaakt in het komende nationale plattelandsontwikkelingsprogramma (POP-3). Het vernieuwde agrarisch natuurbeheer moet kunnen worden ingezet om te voldoen aan de vergroening binnen de eerste pijler van het GLB. Het CDA vindt dat natuurbeheer niet uitsluitend door de drie terreinbeheerders (Staatsbosbeheer, Zeeuws Landschap en Natuurmonumenten) hoeft te worden uitgevoerd. Door andere partijen, zoals agrarische natuurverenigingen, toe te laten, kan het wellicht efficiënter. Het CDA ziet een fusie tussen de drie terreinbeheerders in Zeeland als een reële optie die ertoe kan leiden dat een groter deel van het budget beschikbaar komt voor natuurbeheer en minder nodig is voor overhead.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.