18 september 2023

Henri Bontenbal: CDA uit het slop trekken

Henri Bontenbal denkt dat hij het CDA uit het slop kan trekken. Na de kabinetsval en het aangekondigde afscheid van Wopke Hoekstra in juli moest hij snel bepalen of hij partijleider wilde worden.

Bontenbal solliciteerde in juli en vertrok daarna met zijn vrouw en twee zoons naar Italië. De eerste dagen hoorde hij nog niks van het partijbestuur. Duidelijkheid kwam er na een paar dagen: de voorzitter belde, Bontenbal mag het gaan doen. Hij moest zich opmaken voor een monsterklus. De klimaatbewuste veertiger is de opvolger van illustere voorgangers als Van Agt, Lubbers en Balkenende. Maar ook de derde leider in drie jaar tijd die de partij moet redden van de afgrond.

Peilingen zijn dramatisch

Met nog maar drie tot vijf zetels in de peilingen vragen velen zich af: wat bezielt de natuurkundige uit een groot gereformeerd gezin op dat zinkende schip te stappen? Met concurrentie van Caroline van der Plas en Pieter Omtzigt – nota bene ex-CDA’ers – dreigen de verkiezingen van november uit te draaien op verdere marginalisering van de ooit zo machtige middenpartij. Bontenbal gaat niet mee in die mineurstemming. Hij gelooft dat het CDA weer kan groeien. Als onbekende nieuwkomer (hij is Tweede Kamerlid sinds 2021) meldde de bèta zich in de Haagse lijsttrekkersarena. De peilingen zijn dramatisch, maar Bontenbal is optimistisch. Zonder aarzelen zegt hij geen seconde spijt te hebben: ‘We gaan weer bouwen. En natuurlijk weet ik: ik ga fouten maken, ik zal vast een keer nat gaan in een debat. Als ik bang was voor de opgave die er ligt, had ik niet moeten solliciteren. Ik ga niet met angst die campagne in. De fout die we als CDA te lang gemaakt hebben, is dat we iets anders hebben verteld dan ons eigen verhaal. We zaten in coalities waardoor onze idealen te veel verwaterden. Ik wil laten zien dat we het beste verhaal hebben. Een samenleving is meer dan een verzameling individuen, we moeten een gezamenlijke moraal hebben, iets om samen voor te vechten. De liberalen van de VVD zullen nooit met zo’n verbindend verhaal komen, links ook niet, die partijen verwachten alles van de overheid. Dus in het midden liggen onze kansen. Ik denk dat wij een hoopvolle agenda hebben. Je kunt kritiek hebben op de overheid, dat is vaak terecht ook. Maar er moet ook een hoopvol verhaal zijn voor de toekomst van Nederland; hoe we dit land draaiend houden, hoe we een duurzame innovatieve economie bouwen, hoe we er echt voor zorgen dat gezinnen het beter krijgen. Dat hoor ik bij andere partijen nog te weinig.’

Gelukkige jeugd

Henri Bontenbal groeide op als vierde van acht kinderen, na twee oudere broers en zus, in een flat in Lombardijen, Rotterdam-Zuid. De CDA-leider beleefde een gelukkige jeugd, hoewel de arbeidersbuurt zijn ruige kanten kende. Er heerste armoede. Geweld en prostitutie waren geen zeldzaamheid, één incident staat in Bontenbals geheugen gegrift: ‘Op een avond hoorden we knallen. Vuurwerk, dachten we. Iedereen erop af. Al snel kwamen er allemaal politieauto’s, toen bleek dat een buurman met een dubbelloopsgeweer op de flat van zijn ex geschoten had. Gelukkig had zij niks. Maar de kogelgaten zaten nog jarenlang in de muren.’

Gulden zakgeld

Het gezin Bontenbal had weinig geld. Een auto was er niet, een tv evenmin. De kinderen kregen een gulden zakgeld per maand, nieuwe kleren kwamen er zelden, de muziekles kon er nog net van af. Vader Bontenbal ging elke dag op de fiets – broodtrommeltje onder de snelbinders – naar zijn werk als cartograaf bij de gemeente. Moeder runde het huishouden. De kinderen speelden op straat, voetbalden op het trapveld achter de flat, maar er werd ook veel gelezen en gediscussieerd. Elke zondag ging het gezin op de fiets in een optocht naar de kerk en andere kinderen waren altijd welkom.

Arbeidsmigranten

De gemoedelijke, maar rauwe volkswijk veranderde in de jaren tachtig en negentig wel van kleur en klank. Er kwamen steeds meer arbeidsmigranten wonen, buren met geld vertrokken. Bontenbal heeft zich nooit onveilig gevoeld. ‘Je had de bescherming van je gezin. Mijn ouders wonen ook al hun hele leven in Rotterdam, wij ook met onze jongens nu. Je groeit ermee op. Maar als je tientallen jaren ergens woont en de teksten op buurtwinkels zijn plots in het Arabisch, dan herken je je niet meer in die plek. Dat is geen racisme. Wij als politiek hebben dat niet morgen opgelost, maar we werken er wel aan. Dus we moeten controle krijgen over migratie, corporaties moeten de woningen beter maken, we moeten meer vragen van mensen die hier naartoe komen. Snel integreren. En Nederlanders die hier al langer wonen moeten ook openstaan voor nieuwkomers. Een deel van het land is afgehaakt. Het is aan ons om het vertrouwen terug te winnen. Ik kan een heel stuk mee met de analyse over de verweesde samenleving en migratie. En wat is er mis aan het zorgen voor sterke gezinnen? Omzien naar elkaar, waarden en normen, worteling in een regio. Dat is allemaal christendemocratisch, niet links of rechts, ik noem het sociaal én conservatief.’

Schild ontwikkelen

In de politiek moet je een gladde rug ontwikkelen tegen kritiek en online intimidatie. Dat vindt Bontenbal lastig, zegt hij eerlijk. Dat is ook de reden dat zijn ouders bezorgd waren toen hij zei dat hij dit ging doen. ‘Maken ze je niet kapot?’ vroegen ze. Trekt die jongen het wel, dachten ze. Ze kennen mij natuurlijk, ze weten hoe idealistisch ik erin zit, dus ze zijn bang dat ik eraan kapot ga. Ik ben geen binnenvetter, maar dingen kunnen wel onder mijn huid gaan zitten. Dus voor mijzelf is dat ook een spannende vraag: hoe houd ik dit vol? Politiek kan lelijk zijn, online aanvallen en scheldpartijen zijn naar. Ik moet daar een schild tegen ontwikkelen. Tegelijk denk ik: is het erg dat ik mij dingen aantrek? Ik wil niet zo’n politicus worden die alles van zich laat afglijden, ’s avonds de deur achter zich dichttrekt en denkt: ik heb mijn werk gedaan. Het is wel een soort missie. Dan helpt het om te relativeren, dan zeg ik tegen mezelf: ‘Oké, ik word even te kakken gezet, maar ik moet niet zielig gaan doen. En het helpt dat ik lieve mensen om me heen heb. Mijn vrouw is een lot uit de loterij, ze helpt me enorm. Ze is verloskundige, staat buiten de politiek. We leerden elkaar kennen bij de christelijke studentenvereniging in Rotterdam. Ze leest en bekijkt alles van me, filtert een hoop bullshit uit de (a)sociale media. Ik speel piano, klassiek vooral, en saxofoon en orgel. Op zondag begeleid ik soms de dienst in onze kerk. Dat is prettig, het gevoel dat je dienstbaar bent aan de kerkgemeenschap, dat je je bijdrage levert als onderdeel van de club. En als ik het zwaar heb in Den Haag reageer ik het thuis af op de piano. Als christendemocraat zeg ik tegen de kiezer: stem op het echte CDA.’

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.