Recente berichten over wonen & omgeving

De woningbouw versnellen… maar hoe?

Het is een vraagstuk waar gemeenten, provincies en het Rijk al geruime tijd mee worstelen: hoe kunnen we de woningbouw versnellen? Want er zijn snel nieuwe, betaalbare woningen nodig. Voor starters en doorstromers, studenten, arbeidsmigranten, dak- en thuislozen en ouderen. Vanwege het tekort aan betaalbare woningen moeten er tot 2030 alleen al in de provincie Zuid-Holland 230.000 nieuwe woningen worden gebouwd. Meer dan 20.000 per jaar.  Tot op heden lukt dit nog onvoldoende. Waar ligt dit aan en hoe kunnen we de nodige versnelling voor elkaar krijgen?

Om die vraag te kunnen beantwoorden, is het handig om eerst de rolverdeling en het uitgangspunt op het thema ‘Wonen’ toe te lichten. De provincie heeft de rol om de regie te voeren over ruimtelijke opgaven. Het huidige provinciaal beleid heeft als voorkeursvolgorde om eerst te bouwen binnen bewoond gebied, in een goed bereikbare en aantrekkelijke leefomgeving met voldoende voorzieningen. Pas wanneer dat niet mogelijk is, wordt gezocht naar geschikte locaties daarbuiten. Dit sluit ook aan op de wens van woningzoekenden. Het is de rol van de gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over het aantal en het soort nieuw te bouwen woningen en de bouw ruimtelijk mogelijk te maken. Vanuit provinciaal ruimtelijk beleid toetst de provincie deze afspraken. En in deze verdeling zit het eerste obstakel. “Te vaak worden wij benaderd door gemeenten die zeggen wel te willen bouwen, maar daarbij belemmerd te worden door provinciaal beleid ten aanzien van bouwlocaties,” betoogde CDA-fractievoorzitter Meindert Stolk tijdens de begrotingsbehandeling in Provinciale Staten van afgelopen november. “Wanneer je daar dan naar vraagt bij de provincie, krijgen we juist vaak te horen dat alle woonafspraken zijn goedgekeurd en locaties niet het probleem zijn, maar de realisatie.”

In eerste instantie lijkt er dus sprake te zijn van ‘ruis’ tussen gemeenten en provincie. Die ‘ruis’ leidt af van diverse andere factoren die de realisatie belemmeren. Want waar ligt bijvoorbeeld de grens van wel- en niet-binnenstedelijk bouwen? Is de lokale ambtelijke capaciteit toereikend voor de afhandeling van de nodige procedures, of wanneer er sprake blijkt van een onrendabele top? In hoeverre wijkt een lokale woonvisie af van de provinciale kaders? Wat is de impact van de stikstofproblematiek op het bouwproces? Wat is de bouwcapaciteit van de markt, zijn er genoeg bouwers?

“Pas als die ‘ruis’ over de bouwlocaties is weggenomen, kunnen we de echte problemen bespreken en daarop gericht actie ondernemen,” aldus CDA-Statenlid en woordvoerder Wonen Moniek van Sandick. “We zijn dan ook blij dat gedeputeerde Anne Koning de toezegging deed om duidelijkheid te gaan scheppen over de bouwlocaties en daarover het gesprek aan te gaan met de Zuid-Hollandse gemeenten.”

Overigens beseft Van Sandick ook dat de provincie het zichzelf niet makkelijk maakt door de kaders van binnenstedelijk bouwen. “Het betekent vaak meer mensen en minder leefruimte in de buurt. Het kleine beetje groen en ruimte wordt opgeofferd. Dit geeft een zekere maatschappelijke druk en meer protest bij omwonenden.” Toch staat het Statenlid achter deze koers van de provincie. “We zijn er ook voor het beschermen van de groene buitengebieden. Bovendien hechten we veel waarde aan voorzieningen in de woonwijken, zoals sportverenigingen, maatschappelijke voorzieningen, goede wegen en fietsverbindingen. De complexiteit van dit alles laat wel zien dat we beter moeten samenwerken met gemeenten op al deze randvoorwaarden.”

Veel van deze gemeenten verkeren in een zorgelijke financiële situatie. “Gemeenten hebben het op alle terreinen moeilijk,” legt Van Sandick uit. “Denk aan de sterk stijgende uitgaven, met name op het sociaal domein, en de impact van Corona. Er is gewoonweg geen geld om meer ambtenaren in te zetten voor woningbouw.” Zowel het Rijk als de provincie moeten gemeenten ondersteunen bij dit vraagstuk. “Het Rijk is erbij gebaat dat de bouwsector overeind blijft door de crisis heen. De provincie kan gemeenten ondersteunen bij procedurele aspecten om de realisatiekracht te versterken.” Vanuit de provincie bestaan er al diverse mogelijkheden om woningbouw te versnellen, zowel qua ondersteuning in de procedures als financiële middelen. Zo helpt de ‘Vliegende Brigade’ om snel en gericht externe menskracht te leveren voor concrete knelpunten en kan de ‘Knelpuntenpot’ een financieel zetje geven om projecten naar de uitvoeringsfase te brengen.

Daarnaast ziet de CDA-Statenfractie kansen op het gebied van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO), waarbij het opdrachtgeverschap voor een nieuwbouwproject bij toekomstige bewoners zelf ligt. “Deze vorm van sociale projectontwikkeling is goed voor de doorstroming en kan ouderen stimuleren om een groot huis achter zich te laten. Bovendien is het een duurzame oplossing voor groepen.”

Er zijn dus verschillende oplossingen om de woningbouw te versnellen, maar de provincie zal een meer actieve en ondersteunende rol moeten pakken om nieuwbouwprojecten aan te jagen. Wilt u meepraten over het versnellen van de woningbouw? Houd dan de agenda in de gaten, in het voorjaar van 2021 organiseren we een themabijeenkomst over dit onderwerp met Tweede Kamerlid Julius Terpstra.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.